Levensbeschouwelijke omroepverenigingen op VRT – Erkenning en subsidiĆ«ring

Levensbeschouwelijke omroepverenigingen – Erkenning en subsidiëring

Verwijzend naar:

Levensbeschouwelijke omroepverenigingen – Erkenning en subsidiëring

Verwijzend naar:

– het Mediadecreet;
– de discussie over levensbeschouwelijke omroepen in de plenaire vergadering van 9 december 2009;
– paragraaf 10 van het decreet betreffende de radio-omroep en de televisie (aangepast op 18 december 2009);
– het advies van de Sectorraad Media van de SARC van 26 maart 2010;
– de discussie over levensbeschouwelijke omroepen in de plenaire vergadering van 19 mei 2010.

heb ik volgende bijkomende vragen voor de minister.

Overgangsregeling?

1. Tijdens de plenaire vergadering van 19 mei 2010 sprak de minister over een overgangsregeling, die een antwoord moet bieden op de juridische, financiële en planningsproblemen waarmee de bestaande omroepen momenteel te maken hebben ten gevolge van het uitblijven van hun erkenning en hun dotatie.

a) Welke maatregelen voorziet u tijdens de overgangsperiode om de goede werking van de bestaande omroepen te garanderen?

De overgangsregeling die er gekomen is, bestaat uit twee luiken:

– Enerzijds werd overgegaan tot een tijdelijke verlenging van de bestaande erkenningen van levensbeschouwelijke en sociaal-economische verenigingen voor het verzorgen van programma’s op de VRT, anderzijds werden op basis van die verlengde erkenningen zendtijd en subsidies toegekend.

Op 25 juni 2010 keurde de Vlaamse regering het besluit tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 1999 houdende de voorwaarden, procedure en duur van de erkenning van levensbeschouwelijke en sociaal-economische verenigingen voor het verzorgen van radio- en/of televisieprogramma’s op de Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT) definitief goed. Via dat besluit werd artikel 10 van het besluit van 15 oktober 1999 gewijzigd, waardoor de bestaande erkenningen op datum van 31 december 2009 verlengd werden tot en met 31 december 2010.

– Anderzijds keurde de Vlaamse Regering op 23 juli 2010 de volgende besluiten goed:
1. het besluit van de Vlaamse Regering houdende de vaststelling van de zendtijd voor 2010 voor de levensbeschouwelijke verenigingen die erkend zijn om televisieprogramma’s op de VRT te verzorgen;
2. het besluit van de Vlaamse Regering houdende de vaststelling van de subsidie voor 2010 voor de levensbeschouwelijke verenigingen die erkend zijn om televisieprogramma’s op de VRT te verzorgen;
3. het besluit van de Vlaamse Regering houdende de vaststelling van de zendtijd voor 2010 voor de levensbeschouwelijke verenigingen die erkend zijn om radioprogramma’s op de VRT te verzorgen;
4. het besluit van de Vlaamse Regering houdende de vaststelling van de subsidie voor 2010 voor de levensbeschouwelijke verenigingen die erkend zijn om radioprogramma’s op de VRT te verzorgen.

Daarmee kunnen de middelen voor 2010 ter beschikking worden gesteld van de erkende verenigingen op basis van de toegekende zendtijd.

b) Wanneer zal deze overgangsmaatregel klaar zijn?

De overgangsmaatregel is dus afgerond met de beslissingen van de Vlaamse Regering van 23 juli 2010.

c) Voorziet de minister een oplossing naar de toekomst om dergelijke problemen (periode tussen 2 erkenningsperiodes waarin omroepen in een juridisch en financieel vacuüm verkeren) te vermijden? Zo ja, hoe? Zo neen, waarom niet?

Het uitwerken van een oplossing om in de toekomst om dergelijke problemen te vermijden, lijkt me vandaag niet opportuun. De Vlaamse Regering heeft op 23 juli 2010 tevens een ontwerp van besluit tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 1999 principieel goedgekeurd. Deze aanpassing is nodig om het besluit in overeenstemming te brengen met het nieuwe mediadecreet van 27 maart 2009. Op basis van dit aangepaste besluit kan een nieuwe erkenningsronde voor levensbeschouwelijke en sociaal-economische verenigingen georganiseerd worden. De duurtijd van de erkenningen blijft ook in het gewijzigde besluit behouden op 5 jaar. Dit betekent dat de nieuwe erkenningen zullen lopen van 2011 tot 2015, en dat de volgende minister van media (die zal aantreden in 2014) de tijd heeft tot eind 2015 om de nieuwe erkenningen uit te reiken. De kans dat de twee erkenningsperiodes niet naadloos op elkaar zullen aansluiten is in dit geval zeer klein.

Voorontwerp besluit voorwaarden, procedure en erkenning van levensbeschouwelijke en sociaaleconomische verenigingen voor eht verzorgen van radio- en/of televisieprogramma's van de VRT


2. Momenteel is er een“Voorontwerp van besluit houdende de voorwaarden, procedure en duur van de erkenning van levensbeschouwelijke en sociaaleconomische verenigingen voor het verzorgen van radio- en/of televisieprogramma’s van de VRT”.

a) Wat is de stand van zaken?

Het ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 1999 houdende de voorwaarden, procedure en duur van de erkenning van levensbeschouwelijke en sociaal-economische verenigingen voor het verzorgen van radio- en/of televisieprogramma’s op de Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT) werd principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering van op 23 juli 2010.

b) Wat is de nog te volgen procedure?

c) Heeft de minister reeds een zicht op de concrete timing?
 

Na de principiële goedkeuring op de Vlaamse Regering, werd het advies gevraagd van de Sectorraad Media van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media en van de Raad van State. Dit najaar zal het besluit voor definitieve goedkeuring worden voorgelegd aan de Vlaamse Regering. Na de publicatie van het besluit in het Belgisch Staatsblad, zal een oproep gelanceerd worden voor het indienen van nieuwe erkenningsdossiers.


d) Werd er rekening gehouden met het advies van 26 maart 2010 van de Sectorraad Media van de SARC om objectieve en duidelijke voorwaarden op te nemen waaraan een vereniging moet voldoen om erkend te worden? Zo ja, hoe? Zo neen, waarom niet?
 

Het ontwerp van besluit werd aangepast aan deze suggestie van de SARC: verenigingen moeten een erkende eredienst zijn, of een organisatie die morele diensten aanbiedt op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing.


e) Werd er rekening gehouden met het advies van 26 maart 2010 van de Sectorraad Media van de SARC om in art. 35 § 3 van het decreet een verwijzing naar de antidiscriminatiewet op te nemen? Zo neen, waarom niet?
 

Met de suggestie van de SARC om artikel 35 §3 van het mediadecreet aan te passen en daarin een verwijzing te maken naar de antidiscriminatiewet werd tot op heden geen rekening gehouden. Daarvoor moet immers een andere/specifieke legislatieve procedure ingezet worden die ook via het Vlaamse Parlement dient te verlopen.


f) Werd er rekening gehouden met het advies van 26 maart 2010 van de Sectorraad Media van de SARC om het decreet zo aan te passen dat radio en televisie gelijk geschakeld zijn op het vlak van uitzendingen ter duiding van sociaaleconomische onderwerpen? Zo ja, hoe? Zo neen, waarom niet?


Ook met de suggestie van de SARC aangaande de decretale gelijkschakeling van radio en televisie op het vlak van uitzendingen ter duiding van sociaaleconomische onderwerpen werd tot op heden geen rekening gehouden, en dit om dezelfde reden als hierboven vermeld.

Nieuwe oproepen erkenningsprocedure?

3. Wanneer zal de minister de erkenningsprocedure concreet in gang zetten en de nieuwe oproepen verspreiden? Graag een timing van de te volgen procedure.
Zodra het hogervermelde ontwerpbesluit definitief is goedgekeurd door de Vlaamse Regering en gepubliceerd is, zal ik een nieuwe oproep lanceren waarbij de geïnteresseerde entiteiten hun kandidatuur kunnen indienen. Daarna zal overgegaan worden tot erkenning. Dit alles zou voor het einde van dit jaar rond moeten zijn.

Financieringsmethode?

4. Momenteel wordt er gewerkt met een afrekening per boekjaar, wat niet zo efficiënt is. Een andere financieringsmethode zou efficiënter en zuiniger kunnen zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan een systeem waarbij telkens bij de erkenning voor 5 jaar een financiële enveloppe voorzien wordt voor die precieze periode, met een financiële afrekening bij de aanvraag voor een nieuwe erkenning.

Is dergelijke wijziging voor de minister mogelijk? Zo neen, waarom niet?
 

De subsidie aan de bedoelde levensbeschouwelijke en sociaaleconomische verenigingen wordt jaarlijks opgenomen in de begroting. Het is niet vanzelfsprekend een financiële enveloppe voor de periode van 5 jaar toe te kennen. Voor het jaar 2010 werd een besparing doorgevoerd en ook voor 2011 zal dat wellicht het geval zijn, gelet op de voorbereidingen voor de begrotingsopmaak 2011.

Uit het nazicht van de afrekeningen is in het verleden meermaals gebleken dat niet iedere vzw het toegekende budget elk jaar volledig spendeert. Het is echter niet de bedoeling dat deze vzw’s de middelen opsparen en vervolgens besteden aan andere doeleinden dan het verzorgen van radio- en/of televisieprogramma’s. De subsidie wordt immers strikt toegekend voor het verzorgen van programma’s en is geen structurele steun aan de afzonderlijke vzw’s. Gezien de specifieke bestemming van de subsidie lijkt het huidige systeem werkbaar.

Documentaires en Films

5. De bestaande erkende levensbeschouwelijke verenigingen “Het Vrije Woord” en “KTRO” produceren naast levensbeschouwelijke programma’s ook documentaires in Vlaanderen en ver daarbuiten. Er werd door hen ook reeds geparticipeerd in talrijke films en er werden ook naar de toekomst toe reeds engagementen aangegaan voor een aantal projecten. Een eventuele vermindering van middelen en zendtijd is ook nefast voor sommige van deze documentaires. Dit betekent dat er minder ruimte zal zijn voor Vlaamse producenten van documentaires, die het al niet makkelijk hebben.

Voorziet de minister acties om ervoor te zorgen dat de levensbeschouwelijke verenigingen ook in de toekomst documentaires en films kunnen blijven maken? Welke? Zo neen, waarom niet?

De subsidie aan de verenigingen wordt vastgesteld per uur toegekende zendtijd. Voor televisie krijgen de verenigingen daar nog een vast bedrag bovenop. Voor de meest representatieve verenigingen, met name KTRO en Lichtpunt, is dit een vast bedrag van 26.438 euro. Beide verenigingen hebben in 2009 een totale subsidie van 720.313 euro ontvangen, voor 22 uur en 45 minuten zendtijd. Dit bedrag is opvallend hoger dan andere werkingssubsidies die vanuit het mediabeleid worden toegekend. Bovendien kon de aanwending van dit bedrag door één van de verenigingen niet volledig verantwoord worden.
De creatie van documentaires en films behoort strikt genomen niet tot het mediabeleid. Wanneer deze verenigingen hier verder op willen inzetten, zijn er andere instanties binnen de Vlaamse Overheid die dergelijke initiatieven steunen.