Ann Brusseel houdt pleidooi meertalig onderwijs in Vlaanderen.

Sinds september 2014 mogen secundaire scholen in Vlaanderen meertalig onderwijs aanbieden onder de vorm van content and language integrated learning (CLIL). Dit wil zeggen dat naast het Nederlands ook het Frans, Engels of Duits als onderwijstaal mag gebruikt worden om inhoudsvakken aan te bieden. Hier hangen wel enkele voorwaarden aanvast, zoals maximum 20% van het curriculum mag gebruikt worden en de school moet haar project eerst laten goedkeuren door een specifieke CLIL-commissie. Scholen moeten dus al een duidelijk beeld hebben van wat ze willen doen vooraleer ze starten. Maar wat nu lijkt te ontbreken is opvolging van de scholen na goedkeuring van hun CLIL-dossier. Hoewel scholen de ruimte moeten krijgen om hierin te groeien, is het echter wel belangrijk dat CLIL juist gebeurt. Ann Brusseel (Open Vld) stelde aan minister Crevits enkele vragen over hoe zij de opvolging en ondersteuning van de scholen ziet en hoe het zit met het professionaliseringstraject van de huidige (en toekomstige) CLIL-leraren.

Uit het antwoord van de Minister blijkt dat er op dit ogenblik er 41 scholen zijn in Vlaanderen waar CLIL wordt aangeboden, waaronder 13 TSO, 1 KSO en 27 ASO-scholen. Dit zijn de voorlopige cijfers: mogelijk komen er nog scholen bij en pas einde mei is er zicht op het definitief aantal. Er zijn in Vlaanderen vandaag 151 CLIL-leerkrachten. Dit zijn leerkrachten die hun vak beheersen en tegelijk over het vereiste taalattest beschikken. “Het is echter niet duidelijk hoeveel leerkrachten de noodzakelijke nascholing gevolgd hebben over de CLIL-didactiek. CLIL is immers niet zomaar lesgeven in een andere taal: leerlingen krijgen geschiedenis of wiskunde of zelfs lichamelijke opvoeding in bijvoorbeeld het Engels. De taal is daarbij een middel, geen doel in deze les. Belangrijkste blijft om nieuwe leerstof op te nemen, maar tegelijk ook om sterker te worden in die taal. Daarbij wordt rekening gehouden met het tempo van de leerling.”, stelt Brusseel.

Hoewel de Minister heel positief staat ten aanzien van CLIL, lijkt het er niet op dat ze de schoolondersteunende projecten van de Vrije Universiteit Brussel en UC Leuven Limburg zal financieren. Ann Brusseel betreurt dit. “Initiatieven van de Vlaamse overheid om scholen op pad te helpen waren slechts van korte duur. Terwijl de eerste initiatiefnemers konden instappen in een jaartraject moeten nieuwe scholen het nu doen met maar één studiedag. Dit is te weinig. Het zou goed zijn indien de universiteiten, met hun expertise op dat terrein, de CLIL-scholen kunnen blijven begeleiden en ondersteunen. Het is echter essentieel om de juiste didactische vaardigheden te hebben om deze methode te doen slagen. De Vlaamse CLIL-scholen zijn op de goede weg maar steun vanuit de overheid is echt wel nodig.”

CLIL is momenteel enkel mogelijk in het secundair onderwijs. De Minister staat echter open voor het organiseren van zogeheten ‘proeftuinen’ in de basisscholen. “Dit verheugt mij. Jonge kinderen hebben minder drempelvrees om talen te leren. Door al in de lagere school met CLIL te beginnen, winnen we tijd.”, besluit Brusseel.

Lees hier het volledige verslag van deze parlementaire vraag.