Toelatingsproef arts en tandarts moet correct zijn ten aanzien van alle kandidaten

De selectie van toekomstige artsen moet gebeuren op basis van de juiste vaardigheden en kennis, niet op een rangorde, vindt Ann Brusseel.

Op verzoek van Vlaams Minister van Onderwijs Hilde Crevits werd eind vorig jaar een Begeleidingscommissie in het leven geroepen die het toelatingsexamen arts en tandarts onder de loep zou nemen. Deze commissie formuleerde onlangs enkele adviezen. “Zo stelt de commissie voor om het toelatingsexamen, dat nu als een numerus clausus is opgevat, om te vormen tot een vergelijkende selectieproef of numerus fixus. Dit betekent dat kandidaten voortaan niet alleen geslaagd moeten zijn voor hun toelatingsproef, maar ook voldoende hoog moeten scoren,” zegt Brusseel.

In 1997 werd het toelatingsexamen ingevoerd voor wie wil starten aan de opleiding arts of tandarts. Het aantal kandidaat-studenten steeg de voorbije jaren sterk, tot meer dan 6.000. De slaagpercentages zijn vrij laag: in 2014 waren er 1.041 geslaagden. “Een van de vaakst gehoorde argumenten is dat het examen te moeilijk is,” zegt Brusseel. “Uit onderzoek en analyse van de cijfers blijkt bovendien dat vrouwelijke kandidaten minder kans op slagen hebben dan mannen, en dat is ook zo voor kandidaten met een allochtone of kansarme achtergrond.”

De begeleidingscommissie erkent de hoge moeilijkheidsgraad van het toelatingsexamen en stelt voor om dit te vereenvoudigen. Dit zou leiden tot een hoger aantal geslaagden, en zonder bijkomende maatregelen tot een overaanbod aan artsen in de toekomst. Daarom stelt de commissie een numerus fixus voor.

Ann Brusseel heeft vragen bij dit voorstel. “Na bijna twintig jaar is het inderdaad terecht dat het geheel van de toelatingsproef herbekeken wordt, maar dan horen alle elementen hierbij betrokken te worden. Uitsluitend fixeren op de moeilijkheidsgraad van het examen is onvoldoende en ondermijnt het hele principe van de toelatingsproef.” Brusseel is niet tegen een selectie voor de opleidingen arts en tandarts, “maar deze hoort wel te gebeuren op basis van kennis en vaardigheden, en niet gebaseerd op een rangorde. Een toekomstig arts moet niet alleen verstandig zijn en goed scoren op wetenschappelijke vragen, hij of zij moet ook goed met mensen kunnen omgaan en empathie kunnen tonen.”

Bekijk hier het filmpje van deze actuele vraag:

Lees hier het volledige verslag.