Seksuele opvoeding op school moet kwaliteitsvol en conform de eindtermen gebeuren!

In De Morgen van 5 december 2015 verscheen een artikel over Wonder van het Leven. Op uitnodiging van een Gentse basisschool gaf deze organisatie, gelinkt aan de ultrakatholieke vzw Pro Vita, er seksuele voorlichting. Dit was niet de eerste keer dat de krant berichtte over dergelijke ‘voorlichtingslessen’. Wonder van het Leven en het achterliggende Pro Vita voeren actie tegen abortus en iedere vorm van gezinsplanning. In 2013 kwam Wonder van het Leven al in opspraak en het Een-programma Koppen maakte er zelfs een reportage over.

Hun visie op seksuele opvoeding is in tegenstrijd met de eindtermen – zeg maar alles wat meegegeven wordt in de lessen natuurwetenschappen en biologie over voortplanting, seksualiteit en seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA) – noch met de vakoverschrijdende leerdoelen over alles wat met relaties, affectie en seksuele identiteit te maken heeft. Zo aarzelt Wonder van het Leven niet om te stellen dat de enige vorm van bescherming tegen SOA’s het huwelijk is. Homoseksuele relaties doen ze af als een anomalie. Hun gedateerd en homofoob discours mag bij veel mensen wel op de lachspieren werken, maar denk vooral niet dat het onschadelijk is. Sommige kinderen en jongeren krijgen thuis heel weinig over seksualiteit en relaties te horen. Er zijn bijvoorbeeld meisjes die amper weten wat betrouwbare contraceptie is. Alle kinderen en jongeren moeten op school een degelijke seksuele en affectieve opvoeding krijgen, met als leidraad respect, vrije keuze en verdraagzaamheid voor ieders seksuele geaardheid.

Naar aanleiding van het artikel in De Morgen ondervroeg Vlaams Parlementslid Ann Brusseel (Open Vld) de Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). De minister erkende het probleem en deelde de bezorgdheid van Brusseel. Crevits antwoordde dat scholen vrij zijn in het al dan inschakelen van derden en dat ze hierin ook ondersteund worden: het Departement Onderwijs en Vorming bood alle scholen de ‘Handvatten voor samenwerking met externe organisaties’, waarmee ze heel gemakkelijk alle degelijke informatie, weblinks en organisaties kunnen vinden. Naar aanleiding van het incident met Wonder van het Leven wees de Minister de scholen nogmaals op deze richtlijnen.

Ann Brusseel is tevreden met het antwoord van de Minister en onderschrijft een aantal maatregelen: “We hebben geen zicht op het aantal scholen dat recent beroep deed op externe organisaties om voorlichtingslessen te geven, maar ik reken erop dat de inspectie nauwlettend toezicht zal houden op de kwaliteit van de lessen seksuele en relationele voorlichting en op de organisaties die de klas binnenkomen. Ik zal als lid van de Commissie Onderwijs de werkzaamheden van de inspectie op dat punt aandachtig volgen. Net als de minister verwacht ik dat de leerkrachten over voldoende vaardigheden zouden beschikken om zelf en zonder schroom de voorlichtingslessen te kunnen geven. We stelden al vaker vast dat in het lager onderwijs de fanatieke tegenstanders van gezinsplanning het forum kregen, dat wijst erop dat we onze leerkrachten lager onderwijs beter moeten voorbereiden op deze lessen. Met de hervorming van de lerarenopleiding zal de minister hier dan echt wel werk van moeten maken. Ten derde moeten we ook bij het herschrijven van de eindtermen aandacht hebben voor dit thema. In een steeds diverser kleurende maatschappij, is het heel belangrijk op een open en respectvolle manier met de leerlingen te spreken over zaken zoals relaties en seksualiteit, maar ook over de gelijkheid van mannen en vrouwen en het zelfbeschikkingsrecht.”