Kansarmoede en onderwijs

In de Senaat werkten we de voorbije weken aan een uitvoerig rapport over kinderarmoede en armoedebestrijding. We deden tal van concrete aanbevelingen om de aanpak van armoede te verbeteren in verschillende beleidsdomeinen: onderwijs, kinderopvang, sport & cultuur, wonen, fiscaliteit en gezondheidszorg. Ann Brusseel nam het luik onderwijs voor haar rekening.

Analyse

Een van de belangrijkste partners in armoedebestrijding is het onderwijs. Het ultieme doel van het onderwijs moet zijn dat afkomst op geen enkele manier impact heeft op de leerprestaties en de ontwikkeling van een kind. We stellen vast dat opgroeien in armoede het moeilijker maakt om te leren, met gevoelens om te gaan en sociale contacten te leggen. Je kan bijvoorbeeld een verschil in woordenschatkennis vaststellen bij 2-jarigen: kinderen uit een zeer arm gezin hebben ongeveer 6 maanden achterstand ten opzichte van de gemiddelde score. Alle kleine kinderen hebben ‘gevoelige’ periodes waarin ze veel dingen leren, de meeste tussen 3 en 5 jaar. Erna leren ze uiteraard ook nog nieuwe dingen, maar hoe later, des te moeilijker. Kortom, om de meeste kansen te hebben op een sterke ontwikkeling, of het nu gaat om taal, beweging of sociale vaardigheden, moet een kind zo vroeg mogelijk voldoende gestimuleerd worden.

Kinderopvang en het onderwijs moeten garanderen dat kinderen die thuis weinig ‘talige input’ krijgen, toch een stevige basis krijgen om op te bouwen. Met andere woorden: de opvang en de school moeten een tekort van thuis kunnen compenseren. Investeren in opvoeding van de allerjongsten levert ook op maatschappelijk en economisch vlak enorm veel op: de onderzoeker Heckman berekende dat elke euro die geïnvesteerd werd in voorschoolse en kleuterschool programma’s op langere termijn 8 euro oplevert.

Het Vlaams onderwijs geeft al jaren extra middelen aan scholen met veel leerlingen die in armoede opgroeien. Voor het berekenen van dat budget tellen 4 zogeheten ‘leerlingenkenmerken’, nl. thuistaal niet-Nederlands, situatie woonbuurt, opleiding van de moeder en het al dan niet krijgen van een schooltoelage. Dit budget is voor onze Brusselse scholen zeer belangrijk en wat Open Vld betreft, mag het niet ter discussie gesteld worden. Het is wel belangrijk dat de scholen deze middelen goed inzetten: onder andere om alle leerkrachten voldoende te ondersteunen in hun werk en hen bij te scholen op het vlak van lesgeven aan anderstaligen. Maar ook om ervoor te zorgen dat alle leerlingen kunnen deelnemen aan alle activiteiten: sport, schooluitstappen, museumbezoeken, theatervoorstellingen en dergelijke meer.

De ongelijkheden in de Brusselse bevolking zijn groot: in de armere Brusselse gemeenten hebben leerlingen 3 maal zo veel achterstand als in de rijkere gemeenten. Gemiddeld gezien moet worden gezegd dat de scholingsgraad van de Brusselse jongeren laag is. Zo haalt 1 op 5 jongeren hier slechts het diploma lager secundair onderwijs.

Een greep uit de aanbevelingen

Ouders moeten inzien dat kinderopvang en zeker het kleuteronderwijs een grote invloed hebben op de kansen van hun kind. Daarom moeten er meer betaalbare plaatsen in de kinderopvang komen en de leeftijd van de leerplicht moet naar drie jaar gebracht worden.

De overheid moet blijven investeren in scholenbouw, zeker in de wijken en steden waar veel jonge gezinnen wonen. Alle nieuwe grote woonprojecten moeten ruimte hebben voor kribbes en kleuterklasjes.

Omgaan met kansarmoede vergt de juiste kennis en vaardigheden, weten wat je best wel of niet zegt, welke huistaken onmogelijk zijn zonder computer thuis of eigen ruimte om te studeren. Het is belangrijk dat alle leerkrachten zich hiervan bewust zijn.

De invloed van vooroordelen over sociale en etnische achtergrond van leerlingen is groter dan we denken, ook wanneer het op evaluatie en studiekeuzeadvies aankomt. Scholen moeten zich hiervan bewust zijn en sterk inzetten op begeleiding van elke leerling.

Veel scholen kampen met leerlingen die honger lijden of onvoldoende gezonde voeding krijgen. Scholen kunnen gratis maaltijden en gezonde tussendoortjes voorzien voor kinderen wiens ouders die niet kunnen betalen.