Islam en onderwijs op het hellend vlak

Wie? Vlaams volksvertegenwoordiger en senator voor Open Vld.
Wat? Onderwijs en het behalen van de eindtermen mogen nooit ondergeschikt worden gemaakt aan streng religieuze dogma’s.

Gisteren lazen we dat Jacky Goris, algemeen directeur van Scholengroep Brussel van het GO!, sinds de start van de ramadan zorgwekkende signalen heeft opgevangen vanuit de scholen. Nog niet zo lang geleden namen kinderen van elf of twaalf jaar niet eens deel aan de ramadan, en volgens de officiële islamvoorschriften zou dat eigenlijk ook niet nodig zijn. De leerlingen zijn strenger voor zichzelf dan wordt verwacht. Niet alleen schrappen ze eten en drinken tussen zonsopgang en –ondergang, maar worden ook andere, extreme houdingen aangenomen. Er wordt niet meer gezwommen omdat de kans bestaat om een slok water binnen te krijgen, en de muziekles is plots ‘haram’.

Deze opvallende en tegelijk zorgwekkende evolutie is echter niet nieuw. Ook los van de ramadan laat de aanwezigheid van islam in ons onderwijs zich steeds scherper voelen, niet alleen in Brussel. Talrijke getuigenissen zijn mij bekend van leerkrachten en directies, van Oostende tot in Noord-Limburg. Ze vertellen mij over leerlingen die religieuze redenen aanhalen om niet deel te nemen aan de lessen lichamelijke opvoeding of die weigeren muziek te beluisteren, bijvoorbeeld tijdens een les Frans of Engels. En ook gemengd zwemmen – of zwemles tout court – is steeds vaker een onmogelijkheid op religieuze gronden, vooral bij meisjes. Dit is niet alleen vanuit een pedagogisch of moreel standpunt verkeerd, het is ook onaanvaardbaar om veiligheidsredenen. Het is slechts één van de vele nadelen van het cultuurrelativisme waarvan meisjes het slachtoffer zijn. Helaas blijft de islamitische revolte niet beperkt tot sport en cultuureducatie, ook wetenschappen en maatschappelijke normen en waarden komen in het gedrang. Dan heb ik het over seksuele voorlichting en gezinsplanning, gendergelijkheid, vrije meningsuiting en geaardheid. Leerkrachten zijn zeer ongerust, sommigen al fatalistisch. Het is voor mij zonneklaar dat het werkveld het moeilijk heeft met deze eisen en dat ze steun nodig hebben vanuit de inrichtende machten en het onderwijsbeleid.

Daarom pleit ik voor een begrenzing van voorkeursbehandelingen op religieuze gronden. Dit soort van godsdienstige eisen ondergraven alle andere regels en afspraken in de samenleving. Dit is nu al merkbaar in het onderwijs en op de werkvloer, denk maar aan het dispuut bij G4S dat vorige week de media haalde. We zijn terecht gekomen op een hellend vlak waar, om foute redenen, steeds meer toegevingen worden gedaan. Uiteraard ben ik een absolute voorstander van de vrijheid om de eigen religie te beleven. Daarnaast stellen we vast dat bepaalde religieuze gebruiken niet te verzoenen zijn met de fundamenten van de vrije Westerse samenleving. Zo is indoctrinatie van kinderen in bepaalde ‘koranscholen’ niet verzoenbaar met de rechten van het kind. Ook volgens Jacky Goris zijn het niet de ouders, maar precies die fundamentalistische ‘koranscholen’ die de leerlingen in hun handelen beïnvloeden. We hebben hier overigens geen enkele vorm van controle op.

Het is hoogste tijd om komaf te maken met dit politiek correct gedoe. Wie op het terrein onaanvaardbare toestanden meemaakt, moet dit durven melden. Zelf heb ik al meermaals aan de alarmbel getrokken. Mijn bezorgdheid wordt door een klein aantal collega’s openlijk gedeeld, zoals Patrick Dewael, Jean-Jacques De Gucht en Jo De Ro. Het stemt mij hoopvol dat het GO! de stilte doorbreekt en deze kwestie niet langer onder de mat veegt. Ook afgevaardigd bestuurder Raymonda Verdyck heeft laten weten dat respect hebben voor de religieuze overtuiging van leerlingen, niet betekent dat examens of andere gemaakte afspraken op school vervallen. Daar draait het inderdaad om: afspraken in belang van het leerproces.

In het belang van het onderwijs en op de eerste plaats van onze leerlingen is het nu onze plicht om te handelen. Ik ben het volmondig eens met Montasser AlDe’emeh dat kinderen er niet zelf op gekomen zijn om niet langer te zwemmen, of om muziek als des duivels te beschouwen. Overeenstemming tussen onze seculiere samenleving en een religieuze levenshouding is uiteraard mogelijk, op voorwaarde dat beleidsmakers de extremistische ideeën uit de scholen kunnen verbannen. Diversiteit heeft troeven maar kent ook valkuilen. Wie deze laatste niet wil zien, dreigt iedereen mee te sleuren in een lang conflict waar niemand beter van wordt.