Goede lessen Frans, c’est possible!

Ook al komen veel Vlamingen vandaag vaker in contact met het Engels dan met het Frans, toch is het mogelijk een veel hoger niveau te bereiken. De voorbije jaren wijzen de inspectieverslagen steeds opnieuw op een povere kwaliteit van de lessen Frans in ons basisonderwijs. Het aantal studenten dat voor het vak Frans kiest in de lerarenopleiding boert al jaren achteruit. De eerste resultaten van de instaptoets hier zijn dramatisch op dit vlak. Is er nu echt nog iemand verbaasd over de magere scores van Vlaamse leerlingen op de peilingstoetsen? Verbaasd ben ik niet, verontwaardigd wel. Het Frans is tenslotte onze tweede landstaal. Nuttig ze te kennen, zeker voor wie in ons land toegang wil tot een groter aantal jobs, bijvoorbeeld in de hoofdstad… 

Meer uit de leerlingen halen

We kunnen vandaag meer inzetten op taalinitiatie, dit kan al spelenderwijs vanaf de kleuterklas maar wordt veel te weinig gedaan. In het secundair onderwijs bieden al tientallen scholen CLIL aan, dan wordt een niet-taalvak in een andere taal dan het Nederlands gegeven, meestal is dat Frans, vaak ook Engels. Een leerkracht economie geeft zijn vak bijvoorbeeld gedeeltelijk in het Frans. Door te leren in een andere taal ontwikkelen leerlingen competenties in de doeltaal én in het vak. Als het van Open Vld afhangt, wordt dit ook in het lager onderwijs mogelijk. Daarnaast zullen we voor het vak Frans zelf ook ambitieuze eindtermen blijven verdedigen. Beginnen met Frans in het vijfde leerjaar is overigens laat. Vreemde talen moet je jonger leren, vanaf het eerste leerjaar. We moeten hier vanuit het beleid op durven inzetten. Als er onvoldoende leerkrachten het Frans goed beheersen, dan moeten we die negatieve spiraal die heel jong begint nu doorbreken.

Ambitie niet enkel in het lager onderwijs tonen

Tijdens terug naar de klas dag van het VSK woonde ik een les Frans bij, in de vijfde humane wetenschappen. Petje af voor het geduld en het enthousiasme van de lerares die er nog alles uit probeerde te halen, maar de conversatie werd vaker in het Nederlands gevoerd dan in het Frans. Pijnlijk. Nog groter was mijn verbazing toen bleek dat de leerlingen van een derde graad ASO geen enkel boek hoefden te lezen, noch voor Frans, noch voor Engels. Het gaat nochtans over leerlingen van wie we verwachten dat ze verder studeren. Hoe wil je hun kennis woordenschat verbeteren als ze niet aangespoord worden thuis ook eens naar een Frans programma op TV of op YouTube te kijken, of een Franse krant te lezen? Een taal leren betekent studeren, inspanningen leveren, zeker in het secundair onderwijs. Zolang ons taalonderwijs te gezellig en te gemakkelijk blijft, moeten we niet dromen van betere resultaten.

De leerkrachten sterker maken

We kunnen vakleerkrachten Frans uit het secundair bijscholen op vlak van pedagogie en didactiek specifiek voor het lager onderwijs. Helaas hebben we ook een tekort aan deze vakleerkrachten, dus als enige oplossing kan dit niet volstaan. De instaptoetsen tonen ons dat er veel werk is aan de kennis en vaardigheden in de lerarenopleiding. Daar moet de lat dus écht hoger, met meer oefeningen. Een alternatief is het vak Frans in de onderwijzersopleiding tot keuzevak maken. Dan geef je niet elke afgestudeerde die lesbevoegdheid, enkel zij die de taal goed beheersen. Dit biedt meer duidelijkheid aan de directeur die de lesopdrachten bepaalt en zeker moet zijn van de kwaliteit van de lessen. Maar met dergelijke zal het aantal onderwijzers dat het Frans goed beheerst niet toenemen. Het is dus onze plicht om voor de leerkrachten die dit nodig hebben bijscholingen te voorzien. Via de centra voor volwassenenonderwijs, de hogescholen of een zomerschool in Frankrijk, kunnen onderwijzers gericht oefenen, de één op conversatie, de ander op taalverwerving in brede zin. De uitwisselingen met de Franse Gemeenschap die we in het verleden probeerden tot stand te brengen, stuitten toen op heel wat praktische drempels. Laten we ook deze wegwerken. De oplossingen liggen fysiek ook dichtbij. Laten we niet verder wachten, er zijn zoveel mogelijkheden. We kunnen het tij niet keren met ‘wat we nu al doen’. C’est trop peu!