Geef doctoraatsstudenten alle vrijheid om te ondernemen.

Om hun potentieel ten volle te benutten, zouden ook doctoraatsbursalen ten volle moeten kunnen deelnemen in een onderneming. Nu zijn er veel beperkingen, en dat zet een rem op creativiteit en innovatie. Die drempels moeten worden weggewerkt.

Enige tijd geleden organiseerden enkele doctoraatsstudenten van de Vrije Universiteit Brussel en de KU Leuven een interne bevraging. Collega doctorandi en doctores in geschiedenis, wijsbegeerte en taal­ en letterkunde gaven hierbij hun mening over beroepsuitwegen en carrièremogelijkheden. De enquête richtte zich enkel tot de zogenaamde geesteswetenschappen van twee universiteiten. De meerderheid van de bevraagden hoopt om na het doctoraat aan de slag te kunnen blijven aan de universiteit. Slechts weinigen mikken op een loopbaan in een niet­academische omgeving. Eventueel zien ze wel een job voor zichzelf in de culturele wereld, of bij de overheid. Maar zeker niet in het bedrijfsleven, laat staan als ondernemer. Ook in andere, meer grootschalige bevragingen zoals uitgevoerd door ECOOM, kunnen we deze teneur lezen.

Dit is jammer. Vlaanderen is dé regio van de kmo’s en bedrijven die telkens weer inzetten op innovatie. Alleen dat kan in Vlaanderen voor meer vooruitgang zorgen. Doctoraathouders kunnen hiertoe enkel bijdragen. We hebben echter vaak de neiging om te denken dat pakweg een doctor in de wijsbegeerte onbruikbaar is in een onderneming. Doctoraathouders in exacte en toegepaste wetenschappen zouden hiervoor meer in aanmerking komen. Waarom zouden taalkundigen geen ondernemers kunnen zijn?

De cijfers spreken de perceptie gelukkig wat tegen. Van alle doctores komt ruim 80 procent op de publieke, private of internationale arbeidsmarkt terecht. Ze verlaten bijgevolg kort na het verdedigen van hun proefschrift de universiteit. Bovendien zijn doctoraathouders, ongeacht hun discipline en leeftijd, erg gewild in niet­academische sectoren. Ruim 91 procent van hen vindt binnen het jaar een job. Daarmee scoren zij nog beter dan de bachelors en masters, met een tewerkstellingsgraad van 85 procent.

Humane wetenschappen

Wat meer zelfvertrouwen is dus op zijn plaats, ook bij de doctoraatstudenten in de humane wetenschappen. Maar hun vraag naar een betere voorbereiding op de niet­academische arbeidsmarkt lijkt me wel interessant. Profilering en succes op de arbeidsmarkt starten eigenlijk al vóór het behalen van de felbegeerde titel. In een samenleving die ondernemen en innoveren wil aanmoedigen lijkt het daarom niet meer dan logisch dat ook de doctoraatsstudent zich daar ten volle positioneert. En precies op dat punt kan de overheid nog drempels wegwerken.

Studenten uit om het even welke opleiding van het hoger onderwijs kunnen tegelijk deelnemen in een onderneming, of er zelf eentje opstarten. Maar doctoraatsstudenten met een beurs kunnen dat niet. Zij bevinden zich vaak in een fiscaal gunstregime. Ze ontvangen maandelijks een bedrag dat (net) voldoende hoog is om zich uitsluitend aan het traject richting doctoraat te wijden, maar daardoor zitten ze ook in een zeer strak carcan. Ze hebben amper vrijheid om met hun ideeën daadwerkelijk te ondernemen. Dit betekent dat de doctoraatsstudent niet bezoldigd kan participeren in vennootschappen of een bijverdienste kan ontvangen. Ze mogen geen zelfstandige zijn in bijberoep. Dienstverlening aan derden ligt moeilijk. En stage lopen in de non­profit of in een bedrijf kan ook voor problemen zorgen. Geen consultancy, geen start­up, geen vrij initiatief.

Dit zijn allemaal hindernissen die de doctorandus eerder afremmen richting niet­academische jobs. Vrijheid om te mogen ondernemen zou die stap buiten de universiteit wel gemakkelijker maken én zou een goede zaak zijn voor onze economie en de samenleving. Volledig in lijn met de resolutie die we eerder dit jaar in het Vlaams Parlement stemden, hoop ik dat de Vlaamse Regering snel met concrete aanpassingen zal komen, zonder dat dit negatieve fiscale gevolgen heeft voor de onderzoekers of de instellingen.

Ik reken op een constructieve houding van de Federale overheid en de Vlaamse Interuniversitaire Raad om de drempels weg te werken en te garanderen dat onderzoekers hun ideeën, hun werk kunnen verzilveren. In tijden van disruptie mogen we geen remmen op creativiteit aanvaarden, anders mist Vlaanderen de trein van de vooruitgang.

Bekijk Anns tussenkomst in ‘De Vrije Markt’ hierover.