“Een verplichte, niet-bindende en wetenschappelijk gevalideerde oriënteringsproef, dat is wat we nodig hebben”

In het masterplan voor de hervorming van het secundair onderwijs staat aangekondigd dat een niet-bindende oriënteringsproef wordt ingevoerd, die naast kennis, ook attitudes en interesses bevraagt. “Dergelijk instrument hebben we dringend nodig. Vandaag slaagt immers amper 40% in het eerste jaar hoger onderwijs. Tot op heden waren de inhoud en vorm van deze oriënteringsproef niet gekend. Vandaag kregen we naar aanleiding van mijn vraag enkele antwoorden van minister Crevits,” aldus Ann Brusseel

Team van experten stelt oriënteringsproef samen

De Vlaamse Overheid subsidieerde de ontwikkeling van de oriënteringsproef reeds voor 150.000 euro en ook volgend jaar wordt er nog eens 200.000 euro voorzien om de test verder uit te bouwen. Hiervoor werkt een groep van experten samen op basis van hun ervaringen met eerder ontwikkelde oriënteringsproeven. Zo is er de ‘SIMON-test’ van Universiteit Gent, de ‘LUCI-test’ van KU Leuven, Arteveldehogeschool Gent heeft ‘klaar voor hoger onderwijs’ en Universiteit Antwerpen de ‘Lemo-test’. “De kunst zal erin bestaan hun ervaringen te bundelen om zo te komen tot een valide oriënteringstest die alle leerlingen van het secundair ondersteunt in het maken van een studiekeuze, niet alleen door hun capaciteiten beter in te schatten, maar ook door zicht te krijgen op hun eigen interesses en de studierichtingen die er eventueel bij aansluiten.”, zegt Brusseel. Het ‘prototype’ wordt een digitale test die de scholen op een tijdstip naar keuze, al dan niet in verschillende delen, afnemen op een afgesloten website.

Er blijven vraagtekens

In een eerste fase zal de leerling geen feedback krijgen na het afronden van de test. “Ik heb begrip voor de voorzichtigheid waarmee er wordt omgegaan. Indien de test te makkelijk of te moeilijk blijkt, worden de leerlingen onnodig verkeerd geïnformeerd over hun capaciteiten. Maar zo lang de uitslag van de proef onbekend blijft voor de leerlingen, kan men niet testen of de oriënteringsproef hen werkelijk ondersteunt in het maken van een studiekeuze.”, stelt Brusseel. De Open VLD fractie is voorstander van oriëntatieproeven, mits deze wetenschappelijk gevalideerd zijn. “In alle gevallen is de ontwikkeling én toepassing van zo een oriëntatietest een arbeidsintensief en ingewikkeld proces, dat enkele jaren in beslag neemt. Maar het loont de moeite een goede test te hebben. Het uitblijven van betere oriëntering kost allen tijd en geld, niet alleen aan de studenten en de ouders, maar ook aan de gemeenschap. Bovendien wil ik met een degelijke oriëntering de jongeren vooral de teleurstellingen besparen van het falen ondanks hun inzet.” besluit Brusseel.

Meer informatie en een opname van de tussenkomst van Ann Brusseel kan u terugvinden door hier te klikken.