Standpunten: Een vernieuwde lerarenopleiding

1. Vandaag worden leerkrachten vaak geconfronteerd met zaken waarop ze in de lerarenopleiding onvoldoende voorbereid werden: anderstalige leerlingen, verschillende culturele en sociale achtergronden van de leerlingen, grootstedelijke problematieken en de digitalisering. Uit een enquête die ik in 2016 afnam bij meer dan 3500 leerkrachten bleek dat slechts 1 op 5 leerkrachten kreeg ooit een vorming omtrent het thema diversiteit. Het is nochtans nodig alle (startende) leerkrachten positief te leren omgaan met diversiteit en met evoluties in de samenleving in brede zin. Eén of twee projectweken tijdens de opleiding volstaan niet. Studenten uit de lerarenopleiding moeten daarom een deel van hun stage doen in een school in grootstedelijke context. Ook moet in hun lessenpakket de nodige aandacht gaan naar lesgeven met en over digitale tools, mediawijsheid en ethische thema’s.

2. De lerarenopleiding moet hét expertisecentrum worden waar alle leerkrachten naar terugkeren voor permanente vorming. Onderzoek en onderwijsvernieuwing moeten via de lerarenopleiding zo terechtkomen bij wie al voor de klas staat. Omgekeerd is er dan ook een vlotte doorstroom van thema’s en vragen vanuit het werkveld naar de lerarenopleiding. Die wisselwerking is essentieel. De lerarenopleiding moet ook een rol spelen in de in ondersteuning van startende leerkrachten. Zo leggen we twee maal de link met het loopbaandebat: meer aandacht voor levenslang leren en aanvangsbegeleiding, zodat jongeren minder snel het onderwijs verlaten.

3. De zwakke instroom van de lerarenopleiding is al jaren een probleem. Daarom hebben we sinds dit jaar de instapproef voor starters. Het is belangrijk dat jongeren die zeer gemotiveerd zijn om leerkracht te worden, maar bepaalde tekorten hebben, toch een kans krijgen. Open Vld ziet potentieel in een propedeusejaar: een schakeljaar tussen het middelbaar en de lerarenopleiding, waarin de student zijn kennis en vaardigheden versterkt. Dat kan gaan over extra lessen wiskunde en wetenschappen, maar ook over het bijspijkeren van de kennis van het Frans of cultuureducatie. Wie echter slecht scoort op de instapproef, oriënteren we beter richting een andere opleiding.

4. Daarnaast is dit ook de plaats waar kandidaat-directeurs van scholen een specifieke opleiding management kunnen volgen, want ook op vlak van directeursopleiding is er ruimte voor verbetering.

5. In de onderwijsloopbaan wil Open Vld de ervaren leerkrachten valoriseren in de opleiding van toekomstige leerkrachten. Vandaag vind je in her en der jonge docenten zonder enige klaservaring die aan jongeren moeten uitleggen hoe ze de leerstof kunnen overbrengen. Leerkrachten moeten veel gemakkelijker hun ervaring kunnen doorgeven als docent vakdidactiek, eventueel als deeltijds docent en deeltijds leerkracht. Zo doorbreken we tegelijk ook de vlakke loopbaan in het leerplichtonderwijs. Met een gemengd docententeam kunnen we bovendien sneller de kloof dichten tussen de theorie en de praktijk.

6. De lerarenopleidingen van hogescholen en universiteiten moeten meer samenwerken en alle expertise die er is op vlak van praktijk, theorie en onderzoek bundelen. Op die manier zou men sterker moeten worden op vlak van vakdidactiek. De inschaling op de kwalificatieniveaus 5, 6 en 7 is op zich een logische stap, maar uiteindelijk moet elke leraar zowel excelleren in vakkennis als in het lesgeven zelf, of men nu van de hogeschool of van de universiteit komt.

Bemerkingen bij het decreet:

Er moet naar oplossingen gezocht worden voor personeel dat van de CVO’s naar de hogescholen en universiteiten overstapt. Door verschillende statuten en verloningen is weten we nu al dat dit niet zo eenvoudig zal zijn. Dit houdt in dat goede lerarenopleiders geen zekerheid hebben over hun werk of over hun toekomstig statuut bij de volgende werkgever. Misschien gaat hun expertise zelfs gewoon verloren als er op de hogeschool of universiteit geen plaats is voor hen. Dat zou jammer zijn.

Wat betreft de ‘educatieve master basisonderwijs’ zien we toch graag eerst een visie op het terrein, zowel aan de universiteiten als in de lagere scholen zelf, vooraleer de minister een dergelijke opleiding in de steigers zet. De belangrijkste voorwaarden voor een kwaliteitsvolle opleiding is niet de instelling waar men de opleiding geeft, maar wel de inhoud van de opleiding en de ervaring en kennis van het personeel.