Bevraging deeltijds kunstonderwijs

Naar aanleiding van het geplande decreet over deeltijds kunstonderwijs lanceerde Vlaams volksvertegenwoordiger,  Ann Brusseel (Open Vld) een bevraging bij leerkrachten, directie en gebruikers verbonden aan kunstacademies.  Bedoeling is om de discussie over het dko op een gefundeerde manier te laten doorgaan. Het dko is namelijk het enige onderwijsniveau zonder decreet.

Het deeltijds kunstonderwijs is een onderwijspartner die maar al te vaak achtergesteld blijft. De huidige regelgeving is verouderd en mist coherentie. Volgens Ann Brusseel verdient het dko veel beter.  “Met maar liefst 175.000 leerlingen en een haast tweehonderd jaar oude traditie is een degelijke verankering in het onderwijs een absolute must.” Het politieke debat over het niveaudecreet kan maar naar behoren worden gevoerd na het raadplegen van bronnen in het veld. “De grootste expertise bevindt zich namelijk bij mensen die er dag in dag uit mee bezig zijn,” stelt Brusseel. “Hun mening wilde ik zeker horen.”

Na bevraging bij 569 personen brengen de resultaten veel inzichten in datgene wat leeft op het terrein. Zo vinden kansengroepen momenteel nog te weinig hun weg naar het dko. Academies hebben verschillende initatieven ontwikkeld om kansengroepen aan te trekken en iedereen de cultuurbeleving te geven waar ze recht op hebben. Voor welbepaalde kwetsbare groepen geldt er een kortingstarief op het inschrijvingsgeld voor zowel kinderen als volwassenen. Bovendien worden de kosten ook gedrukt door middel van groepsaankopen van instrumenten en het huren van ander materiaal.

Het deeltijdskunst onderwijs heeft een groot maatschappelijk draagvlak en behoort voor vele Vlamingen tot deel van hun vrije tijd. Hoewel de instapleeftijden erg verschillend zijn per academie, is er vraag naar een vroegere startleeftijd. “Initiatie en vroegere talentontwikkeling zijn namelijk van onschatbare waarde”, aldus Brusseel. Nu moeten leerlingen ook het dko verlaten eenmaal ze alle relevante opleidingen achter de rug hebben. Dit strookt niet met het concept van levenslang leren dat erg belangrijk is voor het dko van de toekomst.

Het dko maakt onderdeel uit van een breder netwerk van cultuurwisseling. De samenwerking tussen het dko en andere onderwijsvormen is aanwezig door het gebruik van elkaars leslokalen, het uitlenen van materiaal en gezamelijke lesmomenten. Toch blijft deze samenwerking erg gevarieerd en afhankelijk van de actoren in kwestie. “Samenwerking tussen de verschillende kunstactoren vormt voor mij een belangrijke beleidsprioriteit,” stelt Sven Gatz, Vlaams Minister van Cultuur. “Cultuur is immers geen eiland, maar baadt in zowat alle sectoren van de samenleving om creativiteit op te duiken, door te geven en inspiratie te vinden.” Het decreet moet de academies hier een kader bieden met oog voor planlast en flexibiliteit.

U kan het rapport en de samenvatting hier zelf terugvinden:

Persbericht bevraging DKO

Samenvatting bevraging DKO

Rapport bevraging DKO