Besparing op begeleiding daders van verkrachting en pedofilie druist in tegen regeerakkoord

Vlaams parlementslid en gemeenschapssenator Ann Brusseel (Open Vld) is het oneens met de opgelegde besparingen vanwege Justitie ten aanzien van de centra die verkrachters en pedofielen na hun vrijlating begeleiden. Zij trad onlangs op als rapporteur van partnergeweld in de onlangs unaniem goedgekeurde evaluatie van twintig jaar gelijke kansenbeleid in de Senaat.

Ik begrijp dat de minister van Justitie, Koen Geens (CD&V) het werk van de steuncentra waardeert, maar jammer genoeg wordt dit niet vertaald in voldoende middelen, aldus Brusseel: β€œDeze besparingen dreigen bijzonder nefast te zijn. Vooreerst zullen minder zedendelinquenten vrijkomen onder voorwaarden daar de begeleiding niet voorhanden is. Aldus zullen meer daders gewoon hun straf uitzitten en bijgevolg zonder voorwaarde of enige begeleiding uiteindelijk vrij komen, wat het risico op recidive doet toenemen.”.

Ik verwijs tevens expliciet naar het regeerakkoord waarin zwart op wit staat dat verkrachtingen en partnergeweld prioritair moet worden aangepakt. Deze besparing staat hier haaks op. Het regeerakkoord wil juist extra inspanningen leveren in de strijd tegen verkrachtingen.

Bovendien is het niet zo dat de strijd tegen verkrachtingen gestreden is, wel in het tegendeel, aldus Brusseel. Uit recent onderzoek blijkt immers dat er elke dag in ons land 8 verkrachtingen plaatsvinden. Wat betreft het aantal veroordelingen lopen we echter achteraan in de statistieken. Uit de cijfers blijkt dat veel verkrachtingen worden geseponeerd (20 % van de daders is onbekend en bij 50 % van de feiten zijn er onvoldoende bewijzen).

Vanuit de vele hoorzittingen die plaatsvonden in de Senaat werd een rits concrete aanbevelingen naar voor geschoven om het aantal verkrachtingen daadwerkelijk terug te drijven.

In plaats van minder daderbehandeling moet er net meer daderbehandeling komen, vervolgt Brusseel. De Senaat bepleitte onlangs unaniem de opstart van de daderbehandeling tijdens de periode in de gevangenis waarbij elke seksuele delinquent verplicht de behandeling moet volgen zodra de veroordeling definitief is geworden.

Uit de hoorzittingen in de Senaat bleek dat sommige hardnekkige daders er immers voor kozen om hun hele straf uit te zitten omdat ze dan eenmaal zij vrij komen geen voorwaarden opgelegd krijgen en geen behandeling moeten volgen. Het spreekt voor zich dat dit het risico op recidive doet toenemen.

Om deze leemte te dichten keurde de senaat unaniem de aanbeveling goed die bepaalt dat indien een veroordeelde zedendelinquent ervoor kiest om zijn straf volledig uit te zitten, dit enkel kan indien er voorwaarden worden opgelegd en indien hij therapie volgt na het uitzitten van zijn straf.

Ik vraag dan ook dat het regeerakkoord en de unaniem goedgekeurde beleidsaanbevelingen van de Senaat worden nageleefd en er dus niet minder maar meer begeleiding en toezicht komt op de vrijgelaten zedendelinquenten en dit om het risico op recidive terug te dringen. De Gemeenschappen kunnen hier inderdaad een rol spelen, maar het kan niet de bedoeling zijn dat de begeleiding van zedendelinquenten al of niet tijdelijk onder druk komt te staan, daar de maatschappelijke kostprijs hiervan veel te hoog zou zijn.