Zoveel ideetjes, zo weinig beslissingen.

Het schooljaar staat voor de deur en de minister van Onderwijs hangt aan de lijn van de journalisten om over zijn huiswerk te vertellen. Zo kan hij een ideetje lanceren op een moment dat alles wat in de ‘terug naar schoolsfeer’ past, verkoopt als zoete broodjes. Een ideaal pr-moment, zeker om met veel pathos te verkondigen hoe schandelijk het is dat de jonge leerkrachten geen werkzekerheid hebben. Ten tweede zouden zij-instromers hun anciënniteit uit hun vorige job moeten kunnen meenemen, toch minstens tien jaar ervan (zo hoorden we in De Ochtend, op radio 1). Over beide zaken ben ik het op zich met de minister eens, zeker met het lerarentekort in het achterhoofd. Maar de precieze inhoud en het moment van de communicatie zijn eigenlijk wel zeer onorthodox.

Het feit dat jonge leerkrachten in het begin van hun loopbaan van de ene vervanging naar de andere interim hollen is niet nieuw. Zelf ben ik in 2000 als leerkracht begonnen in drie scholen, samen goed voor 16 lesuren. Veel op de baan, maar geen fulltime job. Marleen Vanderpoorten had toen wel voor de vervangingspool gezorgd. Wie moest rekenen op opeenvolgende interims, had toch een volledig schooljaar een zeker inkomen. De vervangingspool werd afgeschaft. Duur. Wat minister Smet dan wel zou gaan doen om de jonge leerkrachten meer werkzekerheid te geven, zegt hij helaas niet en vreemd genoeg werd die vraag ook niet gesteld tijdens het radio-interview. Ondertussen hebben we leraren tekort en zijn de financiële omstandigheden niet gunstig om veel te kunnen beloven aan jonge leerkrachten.

Toch zegt de minister dat wie na enkele jaren op de arbeidsmarkt de overstap wil maken naar het onderwijs, niet aan het startersloon zou moeten beginnen, maar bv. 10 jaar anciënniteit zou mogen meenemen. Smet zou dat eerlijker vinden. Ik ook. Maar hij is de minister van Onderwijs, niet? Waar wacht hij dan op? Zijn deze ‘ideeën’ doorgesproken met de Vlaamse Regering? Zijn er centen voor? Tussen haakjes: op die vraag luidt het antwoord meestal nee. Ons onderwijs heeft een gigantische bureaucratie, zowel per ‘scholengroep’ als in Brussel, we hebben structuren en netten die samen een kafkaiaans geheel vormen en de kosten aardig doen oplopen, maar over de centen voor leerkrachten en onderhoudspersoneel voor de scholen zelf wordt altijd moeilijk gedaan. Sluit de haakjes.

Fijn dus dat de minister na de vakantie bruist van de ideeën, maar tijdens de discussies in de Commissie Onderwijs over het Loopbaanpact deelde hij géén dergelijke ideeën mee. Sterker nog: er werd geen enkel voorstel gelanceerd en de vragen en suggesties van de parlementsleden werden meestal afgeblokt met: de onderhandelingen zijn nog lopende. Jammer dat in de commissie nog niet over werkzekerheid en anciënniteit kon gesproken worden, want ik ben ervan overtuigd dat veel parlementsleden benieuwd zijn naar deze pistes om jonge leerkrachten aan boord te halen of te houden. Hoog tijd dat het parlementair jaar begint wanneer de kinderen naar school moeten. Dan kunnen we de minister van Onderwijs ook meteen in het parlement ondervragen over zijn nieuwe ‘ideeën’, zoals het hoort in een democratie.