Xylofoontje voor Ada

Ik kocht gisteren voor mijn kleine spruit een xylofoontje. Zo eentje in felle kleuren. Heerlijk moment in de winkel. Nostalgie en uitkijken naar het experiment thuis. Oma bekeek het met een stout lachje en zei: "Ada, je mama denkt dat ze van jou een kleine Mozart zal maken." Echt niet.

Ik kocht gisteren voor mijn kleine spruit een xylofoontje. Zo eentje in felle kleuren. Heerlijk moment in de winkel. Nostalgie en uitkijken naar het experiment thuis. Oma bekeek het met een stout lachje en zei: "Ada, je mama denkt dat ze van jou een kleine Mozart zal maken." Echt niet.

Je weet toch nooit, dacht ik tegelijk, licht gebeten door de microbe van de 'optimale kansenopvoeding'. Want ik ga ervan uit dat je elk talent kunt ontdekken als je er maar vroeg genoeg naar op zoek gaat. Mijn dochter zal zelf wel aangeven wat ze leuk vindt. Niks moet,
behalve een beetje nieuwsgierig zijn. En precies dan heb je als kind een omgeving nodig die meegaat in wat je wilt ontdekken. Liever vroeg dan laat, met een keuze uit alle mogelijke artistieke bezigheden, niet alleen thuis, maar ook op school. 

Over dat laatste maak ik me een beetje zorgen.De verslagen van de Onderwijsinspectie tonen geen al te fraai beeld van de muzische vorming in de Vlaamse scholen. De doorgelichte kleuterklassen leveren de beste inspanningen met slechts 18 procent onvoldoendes, maar het lager onderwijs doet het zwak: 57 procent krijgt onvoldoende. Meer dan de helft dus.

Wat ik op school leerde is niet meteen een reden tot optimisme. Ik kon 'Kortjakje' meekwelen en houterig danspasjes nadoen. Mijn eerste ervaringen met een muziekinstrument – de obligate blokfluit – kwam er pas op twaalf jaar. Rijkelijk laat en dus snel een bron van frustratie. Al valt nog te discussiëren over wie de ergste trauma's overgehouden heeft, de brave muziekleraar of ikzelf. 

Daarom ben ik verheugd te lezen dat de minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) in haar conceptnota voor het deeltijds kunstonderwijs een samenwerking beoogt tussen het kunst- en het 'gewoon' onderwijs (DM 21/8).

Ze omschrijft het terecht als een win-win. Ten eerste omdat het deeltijds kunstonderwijs dan breder zou kunnen rekruteren, ook uit sociaal zwakkere milieus. Ten tweede kunnen de leerkrachten uit het leerplichtonderwijs de ondersteuning gebruiken van de leerkrachten uit het kunstonderwijs, zowel op creatief vlak als op artistiek-pedagogisch vlak. Want ons Vlaams onderwijs, zeker het lager en het middelbaar, moet het beter doen op vlak van creativiteit. Wat je in de kleuterklas opdoet aan creatieve en artistieke vaardigheden, mag achteraf niet verloren gaan. Niet alleen omdat kunst en cultuur een echt kapitaal is dat je moet overdragen aan de volgende generaties, maar ook omdat creativiteit noodzakelijk is in een innovatieve economie. Creatieve breinen zijn onze grootste sterkte.

Wanneer we van de huidige conceptnota voor het deeltijds kunstonderwijs een decreet maken, zou ik er graag nog een tikkeltje meer engagement en ambitie willen aan toevoegen. Als we inzien dat kinderen er meer baat bij hebben om op jonge leeftijd een instrument te bespelen, waarom dan wachten tot acht jaar, waarom de eerdere initiaties laten afhangen van de keuze (met eigen middelen) van de schoolbesturen? Waarom het plezier van muziek uitstellen?

We leren verhaaltjes kennen voor we grammatica en spelling onder de knie hebben.Voor 'beeld' en 'dans' schuift de nota wel de minimale instapleeftijd van zes jaar naar voren. Laten we ook werk maken van een muzikale vorming op jongere leeftijd, voor wie wil. Je kunt maar blijven genieten van internationale uitstraling als regio, als je voldoende investeert in de academies, conservatoria en muziekonderricht op school.

 

Dit opiniestuk verscheen in De Morgen van zaterdag 22 augustus 2015.