Wetgevend kader voor Vlaamse dierenbegraafplaatsen binnenkort klaar!

SV 422 aan Joke Schauvliege, Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en cultuur over de regelgeving rond dierenbegraafplaatsen Verwijzend naar de volgende documenten:

– het op 12 november 2008 unaniem goedgekeurde voorstel van resolutie betreffende het creëren van dierenbegraafplaatsen in Vlaanderen;

SV 422 aan Joke Schauvliege, Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en cultuur over de regelgeving rond dierenbegraafplaatsen Verwijzend naar de volgende documenten:

– het op 12 november 2008 unaniem goedgekeurde voorstel van resolutie betreffende het creëren van dierenbegraafplaatsen in Vlaanderen;

– mijn vraag om uitleg nr. 345 van 2 december 2009 over dierenbegraafplaatsen;

– mijn schriftelijke vraag nr. 147 van 20 januari 2010 over dierenbegraafplaatsen;

– het verslag van de TWOL (Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek Leefmilieu) studie van OVAM met als titel “Analyse en voorstel met betrekking tot de juridische en milieuhygiënische inpassing van dierenbegraafplaatsen in Vlaanderen”;

heb ik de volgende vragen voor de minister.

1. In haar antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 147 stelt de minister dat “het in het TWOL-studierapport aangekondigde initiatief met betrekking tot een wijziging van de indelingsrubrieken en van de milieuvoorwaarden van het VLAREM op korte termijn verder onderzocht en uitgewerkt zal worden”.

Wat is hier de stand van zaken? Werd dit reeds onderzocht en uitgewerkt? Zijn er nog bepaalde knelpunten, indien ja, welke? Welk tijdpad wordt voorzien?

2. Het is de bedoeling dat het voorstel deel zal uitmaken van een in de loop van 2010 geplande wijziging van het VLAREM (SV 147).

Wat is het voorziene tijdpad voor deze wijziging?

1 & 2. Het in het TWOL-studierapport aangekondigde initiatief met betrekking tot een wijziging van de indelingsrubrieken en van de milieuvoorwaarden van VLAREM werd ondertussen onderzocht en verder uitgewerkt. De opmaak van de concrete teksten inzake de beoogde wijziging van VLAREM zit momenteel in een laatste fase. Dit voorstel zal wellicht deel uitmaken van een wijziging van het VLAREM, die gepland is voor eind 2010/begin 2011.

3. Uit de TWOL-studie blijkt dat bepalingen omtrent het transport van overleden gezelschapsdieren opgenomen zijn in het besluit Dierlijk Afval of een mogelijke herziening daarvan die naar aanleiding van de Europese Verordening Nr. 1069/2009 over dierlijke producten – van kracht vanaf maart 2011 – zal worden onderzocht.

Werd er reeds onderzocht of het bestaande besluit Dierlijk Afval conform is aan de Europese Verordening Nr. 1069/2009? Indien ja, welke zijn de bevindingen van dit onderzoek? Moet het bestaande besluit Dierlijk Afval nog aangepast worden? Wat is de voorziene timing Indien neen, wanneer zal dit gebeuren

3. Vanuit de Verordening 1774/2002 is het toegestaan gezelschapsdieren; te begraven, als de betrokken overheid het toelaat. De Vlaamse Regering heeft destijds beslist om dit aspect niet op te nemen in het besluit Dierlijke Afvalstoffen. Specifieke regelgeving omtrent het transporteren van dode gezelschapsdieren is in het huidige besluit wel voorzien (artikel 5)

Als gevolg van de TWOL-studie wordt voorzien om de wetgeving aan te passen zodat er in Vlaanderen in de toekomst ook dierenbegraafplaatsen kunnen worden ingericht. Het huidige besluit zal worden aangevuld zodat het uitbaten van een dierenbegraafplaats gereglementeerd wordt, dit in afwachting van een volledig nieuw besluit Dierlijke Bijproducten. De timing van de aanvulling van het huidige besluit is gelijk aan de timing zoals gesteld in het antwoord op vraag 1.

De bepalingen betreffende het transporteren van dode gezelschapsdieren blijven onveranderd behouden.

4. Wanneer zouden alle wettelijke aanpassingen (zowel VLAREM als eventueel aanpassing besluit Dierlijk Afval) in orde zijn, teneinde het mogelijk te maken om dierenbegraafplaatsen ook effectief op een wettelijke manier uit te baten in Vlaanderen?

4. Het wettelijk exploiteren van dierenbegraafplaatsen wordt mogelijk gemaakt door de voorziene wijziging van de reglementaire bepalingen. Hiervoor moet eerst het besluitvormingsproces worden doorlopen (zie antwoord 1 en 2).