Wetenschappen en wiskunde verdienen meer steun van het onderwijsbeleid.

Uit een nieuwe peiling van de KUL blijkt dat onze middelbare scholieren ondermaats scoren voor wiskunde. In het aso bereikt maar de helft van de leerlingen de minimumdoelstellingen voor vijf van de zes wiskundeonderdelen. In het technisch en kunstonderwijs haalt 25 tot 40 procent van de leerlingen de minimumdoelstellingen, afhankelijk van de studierichting. Bovendien scoren de leerlingen met een maximumpakket wiskunde (6 tot 8 uren wiskunde) niet goed genoeg.  Hoewel de Vlaamse jongere in internationaal perspectief nog steeds goed scoort op wiskunde, is ook daar een dalende tendens.

Eerder werden al peilingen uitgevoerd naar het behalen van de wiskunde-eindtermen in de 1ste en 2de graad. Ook toen bleek dat leerlingen uit het middelbaar deze minimumdoelstellingen veel te vaak niet halen. Het niet behalen van die eindtermen maakt dat veel studenten in het laatste jaar van de humaniora uiteindelijk niet kiezen voor een studie in de exacte wetenschappen of een STEM-richting of niet kunnen volgen in het eerste jaar, wanneer ze er wel voor kiezen.

Tegelijkertijd zijn de leerkrachten te weinig gespecialiseerd in de materie.

Slechts 20 procent van de wiskundeleerkrachten heeft een masterdiploma in de wiskunde. Steeds minder studenten kiezen voor een wiskundeopleiding, en slechts een klein deel van hen stapt daarna in het onderwijs. Vorig jaar kozen minder dan 20 afgestudeerde wiskundigen in Vlaanderen voor het onderwijs. Het wordt een uitdaging voor het wiskundeonderwijs in aso-studierichtingen om genoeg wiskundeleraren te vinden die vakinhoudelijk voldoende sterk staan. 

Dit heeft uiteraard gevolgen voor de kwaliteit van het wiskunde onderwijs.

Ann Brusseel: "Als we het tij willen doen keren moeten we ervoor zorgen dat er specialisten voor de klas staan. Daarom moeten we durven nadenken over oplossingen om het aantrekkelijker te maken voor masters wiskunde en wetenschappen om ook effectief voor het onderwijs te kiezen. Daarnaast moet er werk gemaakt worden van vakspecifieke bijscholing (zowel inhoudelijk als didactisch) van masters met een 'voldoende geacht diploma'. Dit is niet enkel zo voor wiskunde, maar ook voor andere exacte wetenschappen. Er is immers een structureel tekort aan exacte wetenschappers en gekwalificeerde technici. Het STEM-actieplan (Science, Technology, Engineering, Mathematics) wil hier verandering in brengen, maar dit kan alleen maar slagen als het wetenschapsonderwijs kwaliteitsvol is. Deze week ondervroeg ik Minister Crevits over de nieuwe bekwaamheidsbewijzen natuurwetenschappen en volgende week over het tekort van masters wiskunde in ons secundair onderwijs. Wordt vervolgd."

Heeft u suggesties om tot een oplossing te komen van deze problematiek laat het mij dan weten via info@annbrusseel.be.