Wel co-ouderschap, geen co-schoolschap

Uit het jaarverslag van het Kinderrechtencommissariaat blijkt dat conflicten tussen gescheiden ouders steeds vaker de school binnen dringen. Als ouders gescheiden leven, verscherpt dat de verschillen in opvoedvisie, zoals bijvoorbeeld de keuze van school. In sommige gevallen leidt dit tot de schrijnende situatie waarbij co-ouderschap ook leidt tot co-schoolschap: per ouder een andere school, met een wekelijks in- en uitschrijven in twee scholen tot gevolg. “Dit is een onaanvaardbare evolutie. Gescheiden mensen zijn vrij om in het leven een nieuwe richting in te slaan. Maar zij moeten de gevolgen daarvan zelf dragen, ze mogen de gevolgen niet afwentelen op hun kinderen”, aldus Open Vld parlementsleden Ann Brussel, Marleen Vanderpoorten en Irina De Knop.

Echtscheidingen zijn in Vlaanderen geen uitzondering meer, dat weet iedereen. Bij echtscheidingen waarbij kinderen betrokken zijn, kiezen ook meer en meer ouders voor één of andere vorm van co-ouderschap. Dat is een positieve evolutie: beide ouders, hoewel geen koppel meer, kiezen bewust voor een blijvende rol in het leven van hun kind(eren), hetgeen de emotionele ontwikkeling van het kind alleen maar ten goede kan komen.

“Er blijven natuurlijk altijd mogelijke twistpunten tussen scheidende ouders, zoals de schoolkeuze. In het beste geval is er geen discussie, noch in het begin van de scheiding, noch na verloop van enkele jaren. Maar in nogal wat gevallen beslist bijv. één van beide ouders om het kind in een bepaalde school in te schrijven, waardoor de andere ouder zich voor een voldongen feit geplaatst ziet. Sommige ouders stappen naar de jeugdrechtbank en laten het pleit daar beslechten. Maar uit het jaarverslag van het Kinderrechtencommissariaat blijkt dat sommige ouders wel heel ver gaan: zij schrijven hun kind per week in op een andere school. En dat is een ethische brug te ver”, aldus Ann Brusseel.

Belang van het kind staat voorop

Hoewel het op dit ogenblik gaat om een handvol gevallen, mag deze evolutie zich niet verder doorzetten. “In deze heeft de samenleving een rol te spelen, meer bepaald door de belangen van de kinderen te verdedigen. Experts waarschuwen voor de nefaste gevolgen van dit co-schoolschap. Het (vaak zeer jonge) kind moet zich steeds weer aanpassen aan de andere klas, de andere leerkracht, de vriendjes van twee weken geleden en het andere schoolsysteem, enz., met alle gevolgen van dien op sociaal en pedagogisch vlak. Immers, een kind begint pas te leren als het zich ergens goed voelt”, stelt Marleen Vanderpoorten.

Op dit ogenblik is de inschrijvingscaroussel blijkbaar wettelijk mogelijk. “Vanuit het beleidsdomein Onderwijs moet dan ook nagegaan worden hoe we deze negatieve evolutie kunnen aanpakken. Misschien kan dit door een aanpassing van de reglementering op het inschrijven van leerlingen in het onderwijs waardoor het wekelijks in- en uitschrijven van kinderen in verschillende scholen onmogelijk wordt gemaakt. Hoe dan ook, ik denk dat niemand er iets kan op tegen hebben dat aan deze evolutie, hoe nieuw en beperkt ook op dit ogenblik, zo snel als mogelijk een eind wordt gesteld”, aldus Irina De Knop.

“Echtscheidingen zijn voor geen enkele van de betrokken partijen een leuke zaak. Het zal steeds een pijnlijk proces zijn met tal van negatieve gevoelens. Het is aan elke volwassene om hier zo goed en zo kwaad als mogelijk mee om te gaan. Maar het minste dat van volwassenen mag verwacht worden, is dat ze de zorg voor de betrokken kinderen en voor hun belangen op de eerste plaats stellen. Vrijheid gaat nu eenmaal gepaard met verantwoordelijkheid. Kinderen van week tot week naar verschillende scholen laten gaan, getuigt niet echt van die zorg en van die verantwoordelijkheid. Het is dan ook zaak van de maatschappij om de spelregels zo te maken dat ouders de verantwoordelijkheid voor hun beslissingen niet kunnen afwentelen op hun kinderen én op het onderwijs in al zijn aspecten”, besluiten de drie Open Vld parlementsleden.

Open Vld zal Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet hierover ondervragen teneinde samen met hem een gepast antwoord op deze problematiek te vinden.

Ann Brusseel
Irina De Knop
Marleen Vanderpoorten