Wees niet lief maar verstandig

Gisteren vond in het Vlaams Parlement de 'State of the European Union' plaats. Het is een jaarlijkse plechtige toespraak van een Vlaamse of Nederlandse persoonlijkheid met een visie over het samenleven in de Europese Unie. We hadden de voorbije jaren al fantastische sprekers, zoals Geert Mak, Jef Lambrecht en Gerard Mortier. Nu was het de beurt aan één van mijn favoriete Nederlandstalige schrijvers, Kader Abdollah, Iraniër die jaren geleden in Nederland neerstreek en ondertussen bestsellers produceert in een ontroerend proza.

Gisteren vond in het Vlaams Parlement de 'State of the European Union' plaats. Het is een jaarlijkse plechtige toespraak van een Vlaamse of Nederlandse persoonlijkheid met een visie over het samenleven in de Europese Unie. We hadden de voorbije jaren al fantastische sprekers, zoals Geert Mak, Jef Lambrecht en Gerard Mortier. Nu was het de beurt aan één van mijn favoriete Nederlandstalige schrijvers, Kader Abdollah, Iraniër die jaren geleden in Nederland neerstreek en ondertussen bestsellers produceert in een ontroerend proza. Tijdens de afgelopen paasvakantie las ik het wondermooie Papegaai vloog over de IJssel over het relaas van vluchtelingen uit verschillende moslimlanden die de voorbije decennia aankwamen in de oerhollandse en streng gereformeerde dorpen langs de IJssel nabij Zwolle. Als geen ander kan Abdollah dit heikel geworden thema met veel mildheid en tegelijk scherpzinnigheid brengen. Verhalend, zonder taboes uit de weg te gaan en zonder te veroordelen. Dergelijke lectuur biedt perspectief en leidt tot reflectie.

De werken van Abdollah en zijn bevlogen en ontroerende toespraak van gisterenmiddag zijn een verademing in het steeds meer gepolariseerd debat dat nu in de lage landen wordt gevoerd. De recente berichtgeving over de ingang van de islam binnen de katholieke dialoogschool deed veel stof opwaaien, zo ook de discussie over het onverdoofd slachten. De gruwelijke aanslagen die Brussel en Parijs troffen, deden al veel inkt vloeien. Maar eigenlijk worden dezelfde opiniebijdragen al enkele jaren gerecycleerd in onze media: het gaat telkens over de grenzen van religie en het concept godsdienstvrijheid in onze bijna-seculiere staat, op de werkvloer en in de scholen. Grosso modo zijn er twee kampen: zij die pleiten voor een uitdrukkelijke en ondubbelzinnige formulering van de scheiding tussen geloof en Staat in de Grondwet en zij die de zogenaamde dialoog tussen de levensbeschouwingen bepleiten met als doel een compromis. Deze laatste groep noemt zichzelf pragmatisch en bestaat enerzijds uit gelovigen, die het moeilijk hebben met progressieve wetgeving, en anderzijds uit oud-links dat de allochtone gemeenschap louter ziet als slachtoffers. Deze laatste groep is dus ook gekant tegen een totaalverbod op onverdoofd slachten, omdat ze de voorkeur geeft aan 'dialoog'. Ik wil hen iets in herinnering brengen.

Jaren geleden lanceerde toenmalig Federaal Minister van Werk en Gelijke Kansen Joëlle Milquet een interlevensbeschouwelijke dialoog: de interculturele rondetafels. De uitkomst daarvan was een rapport vol aanbevelingen waarmee de cultuurrelativisten de hele samenleving een religieus compromis wilden doen slikken dat de seculiere Staat volledig zou ondermijnen. Voor de cultuurrelativisten past het aanvaarden van religieuze symbolen op alle publieke plaatsen, het gedogen van rituele slachtingen, het accepteren van een oerconservatief rollenpatroon dat vooral ten koste gaat van meisjes en vrouwen onder de noemer van 'culturele traditie' binnen het plaatje van de diversiteit. De dialoog waar sommigen het vandaag nog steeds over hebben sleept al jarenlang aan. De onderhandelde oplossing blijft nog langer uit dan bij een stevige regeringscrisis omdat er nu eenmaal een groep aan tafel zit die op alle religieuze eisen een 'ja' wil horen.

Ondertussen neemt het ongenoegen toe: bij veel autochtone burgers leeft angst over de islamisering en bij talrijke moslims over stigmatisering, over het gebrek aan erkenning van hun godsdienst. Één ding staat voor mij als een paal boven water: hoe langer de discussies aanslepen over religieuze eisen, zonder dat een aantal politieke of zelfs wetgevende initiatieven volgen, hoe groter de kloof wordt tussen beide bevolkingsgroepen. Eerst en vooral moeten we dringend een grote misvatting de wereld uithelpen, met name deze die in stand gehouden wordt door zelfverklaard links: 'voor die (brave arme) mensen (ocharme) is hun godsdienst belangrijk'. Deze stelling wordt door rood, groen en sommige verdwaalde blauwen als uitgangspunt genomen om aan de imam een pak toegevingen te doen. En dit standpunt wordt ook ondersteund door heel wat katholieke politici.

Om twee redenen is dit echter fout. Ten eerste zijn er ontzettend veel moslims die geen probleem hebben met een scheiding van geloof en Staat. Niet elke moslim is een militant voor de hoofddoek en halal eten in de schoolkantines. Uitzonderingen en aanpassingen worden door de (een groep) radicalen geëist, die helaas – inderdaad – de voorbije jaren steeds meer terrein gewonnen hebben. Zal hun invloed afnemen door in te gaan op hun vragen? De tweede en meest principiële reden om komaf te maken met de misplaatste compassie van oud-links is dat hun motivering vreselijk paternalistisch en neerbuigend is. Over zichzelf of hun kinderen zeggen linkse politici niet dat absurde religieuze dogma's voor hen zo belangrijk zijn om te slagen in het leven. Voeg daaraan toe dat het makkelijk is om electoraal te scoren door in te spelen op religieuze eisen. Neen zeggen vergt meer moed. Maar deze middag was Kader Abdollah over dit soort gepamper glashelder: 'Wees niet lief voor migranten, wees verstandig'. Hij had voor de Belgische politici nog een andere duidelijke boodschap: 'Ga aan de ouders van de gesneuvelde jihadisten uitleggen hoe het komt dat u hen niet beschermde tegen de godsdienstwaanzin.'

Dat is de nagel op de kop. Wie in de 21ste eeuw, in West-Europa, plots de meest fundamentalistische interpretatie van een godsdienst aanhangt en aan anderen wil opleggen, mogen we niet zijn of haar gang laten gaan. Jonge mensen moeten beschermd worden tegen indoctrinatie. Niet alleen op school, maar ook in de zogenaamde koranscholen. Daarom is het niet aan het Vlaams onderwijs om meer godsdienst aan te bieden, maar wel om meer in te zetten op de ontwikkeling van een kritische geest, creativiteit en een open debatcultuur. Godsdienst is een privé-aangelegenheid en wie de godsdienst gebruikt als hefboom voor macht en onderdrukking, moet een halt worden toegeroepen.  

Dit stuk verscheen als column in de Liberales nieuwsbrief van 13 mei 2016.