We moeten Brussel promoten als studentenstad

Onlangs riepen Vlaamse en Franstalige studenten de politici op om een ‘new deal’ af te sluiten voor Brussel als studentenstad. De ondertekenaars van dit charter engageren zich om werk te maken van Brussel als studentenstad.

Onlangs riepen Vlaamse en Franstalige studenten de politici op om een ‘new deal’ af te sluiten voor Brussel als studentenstad. De ondertekenaars van dit charter engageren zich om werk te maken van Brussel als studentenstad.

De ondertekenaars van dit charter waren enerzijds de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) en haar Franstalige tegenhanger, de Fédération des Etudiants Francophones (FEF), en anderzijds heel wat overheden: de stad Brussel, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de gemeenschapscommissies en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Het probleem is dat Brussel vandaag de grootste studentenstad van het land is, maar helemaal niet zo wordt gepercipieerd. Het imago van Brussel is, ook bij de studenten, voor verbetering vatbaar, hoewel Brussel enkele onmiskenbare troeven in handen heeft: Brussel is de hoofdstad van Europa, een bij uitstek interculturele stad, telt een grote aanwezigheid van kunst- en culturele instellingen, beschikt over een uitgebreid aanbod van opleidingen in zowel het Nederlandstalig als het Franstalig hoger onderwijs en is een wereldhoofdstad van de talen. Het houdt mij trouwens al jaren bezig dat Brussel niet gebruikmaakt van het feit dat er nergens anders ter wereld zoveel talen op zo’n klein grondgebied wordt gesproken. Wij zouden daar mondiaal een voortrekker kunnen zijn, maar we maken er geen gebruik van. Kortom, Brussel is een stad met een enorm grote potentie.

De studentenverenigingen VVS en FEF vragen bij het sluiten van de New Deal onder andere aandacht voor een meer kwalitatieve studentenhuisvesting, een betere ontsluiting van de campussen via het openbaar vervoer, enzovoort. Ze stellen ook één minister van Studentenaangelegenheden in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest voor. Die zou dan een coördinerende of faciliterende functie moeten opnemen en de beleidsintenties van de stad, de gemeenschapscommissies, de gemeenschappen en het gewest op elkaar moeten afstemmen, onder andere wat betreft de studentenhuisvesting, omdat daar momenteel een groot probleem is.

Ann Brusseel was één van de medeondertekenaars van het charter.

Ann Brusseel: “Ik vind het zeer goed en belangrijk dat die studenten elkaar vinden, over de taalgrenzen heen. In Brussel is dat eigenlijk een kluwen van taalgrenzen, als ik dat zo mag zeggen. Wij zijn een mondiale hoofdstad in taalgebruik en zouden dit wat vaker in de verf mogen zetten.

De studenten leggen een openheid van geest aan de dag, waar wij, politici, misschien een voorbeeld aan kunnen nemen, want ze stellen de pragmatiek voorop. Ze hebben een aantal belangrijke thema’s aangekaart: huisvesting, openbaar vervoer, het voorstel om Engels als onderwijstaal in het hoger onderwijs te hanteren, enzovoort.

Onze fractie is wel van mening dat niet alles kan worden opgelost met een specifieke ministerportefeuille. Ik geloof namelijk niet dat je voor elk maatschappelijk probleem een ministerportefeuille moet creëren of een bevoegdheid die onder een bepaalde minister valt. We moeten opnieuw leren meer overleg te plegen en bruggen te bouwen tussen de verschillende overheden en actoren in dat onderwijsveld. De rectoren en tenoren van het Brussels hoger onderwijs hebben verleden week toch ook laten verstaan dat ze niet tevreden zijn met de behandeling en het onthaal door verschillende overheden. Ik heb het over het doolhof waar ze in worden gestuurd als ze legitieme vragen stellen aan een overheid, of het nu over het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de stad Brussel of een andere gemeentelijke instantie gaat. Deze mensen worden heel vaak, of het nu over het uitbreiden van een campus of over huisvesting gaat, van het kastje naar de muur gestuurd. Ik vind dat een zeer betreurenswaardige evolutie. Ik denk dat de studenten echt wel de nagel op de kop hebben geslagen. Ik weet niet of ze met hun vraag naar een specifieke coördinator een oplossing hebben gevonden. Wie weet wordt die coördinator dan ook van het kastje naar de muur gestuurd. Wat nodig is, is dat men er zich van bewust wordt dat Brussel een studentenstad is en kan zijn. We moeten ermee ophouden in eilandjes te denken, zoals we wel vaker doen.

Ook Minister Smet tekende het charter. Hij stelt dat er op korte termijn drie dingen moeten gebeuren:

Ten eerste het aanstellen van een coördinator. Deze wordt volgende de Minister het beste op het niveau van Brussek gevonden.

Ten tweede moet er worden samengewerkt voor studentenhuisvesting. Op Vlaams niveau hebben ven Quartier Latin en het Vlaams Overlegplatform Hoger Onderwijs Brussel (VLOPHOB). Zij moeten in overleg en samen met de Franstaligen initiatieven nemen in verband met de promotie van Brussel, studentenhuisvesting en mobiliteit. We moeten hierbij vermijden dat er getto’s zouden ontstaan van Nederlandstalige en Franstalige studenten.

Ten derde moet er samengewerkt worden op het vlak van promotie. Muntpunt, het BITC (Brussel Internationaal Toerisme en Congressen) en organen aan Franstalige kant moeten hun krachten bundeken.Het is belangrijk dat de promotie van Brussel als studentenstad in de toekomst samen met de Franse Gemeenschap gebeurt. Op Vlaams niveau zal Muntpunt dit trekken, ondersteund door de betrokken instellingen als Quartier Latin en het VLOPHOB.

Ann Brusseel: “Ik ben blij dat Muntpunt de promotie op zich zal nemen en zal deze materie verder blijven volgen.”

Lees hier het volledig verslag van deze parlementaire vraag.