Wat met het woonzorgproject in Heembeek?

Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand  Vergadering van 02/03/2011
Vraag om uitleg van mevrouw Ann Brusseel tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over het woonzorgproject in Heembeek
– 1374 (2010-2011)


De voorzitter : Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand  Vergadering van 02/03/2011
Vraag om uitleg van mevrouw Ann Brusseel tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over het woonzorgproject in Heembeek
– 1374 (2010-2011)


De voorzitter : Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel : Minister, volgens de nieuwssite brusselnieuws.be wordt het plan om in Heembeek een woonzorgzone, een bibliotheek en een gemeenschapscentrum neer te zetten, bedreigd door uw beslissing om dit Pieter en Pauwel-project niet te trekken, tegen de eerder gemaakte afspraken in. De voorbereiding van het project met dagverzorging, een dienstencentrum, 74 woningen voor ouderen en mensen met een handicap, een hulpcentrale voor zelfstandig wonen, een Nederlandstalige bibliotheek en een gemeenschapscentrum was al vergevorderd. Er was een financieringsconstructie aan verbonden van meer dan 17 miljoen euro, die uitgewerkt was onder de vorige Vlaamse minister voor Brussel, Bert Anciaux, een partijgenoot van u.

In dit pps-project zouden de stad Brussel, de Vlaamse Gemeenschap, de VGC (Vlaamse Gemeenschapscommissie) en de privésector samenwerken. Het akkoord dat hierover in 2009 werd ondertekend door de VGC en de Vlaamse Gemeenschap stipuleerde dat de Vlaamse minister voor Brussel als opdrachtgever zou optreden. Vlak voor de verkiezingen van 2009 organiseerde die een internationale architectuurwedstrijd. Na de verkiezingen werd u Vlaams minister voor Brussel. U had als VGC-collegelid mee ondertekend.

U hebt de overeenkomst met LAT-architecten, de laureaat van de architectuurwedstrijd, nooit ondertekend, hoewel de architecten, zich van geen kwaad bewust, meteen enthousiast aan de slag gingen. Begin dit jaar besliste u dat de Vlaamse Gemeenschap het project uiteindelijk niet zou trekken. U voert bedenkingen aan over de financiële constructie en de beperkte mogelijkheden van de administratie om zo’n ingewikkeld project te begeleiden. U stelde ook dat het Brusselfonds niet bedoeld is om de reguliere woonzorgfinanciering over te nemen, wel om projecten op poten te zetten. Volgens u moet de stad Brussel de opdracht overnemen om trekker te worden van het project.

De VGC heeft zijn inbreng in het project van 2 miljoen euro inmiddels tijdelijk weer opgeborgen, omdat de afspraak dat Vlaanderen de leiding erin moet nemen, eenzijdig herzien is. Minister Smet is dan weer boos over de eenzijdige schrapping van het bedrag van 2 miljoen euro door de VGC. De woonzorgsector reageert bij monde van het Kenniscentrum Ouderenzorg teleurgesteld en voelde zich bedrogen. Ook de architecten voelen zich bekocht door een overheid die haar engagementen niet nakomt. Er komt ook zware kritiek op de werking van het Brusselfonds, dat zonder continuïteit een speelbal is van de luim van de zittende minister.

Minister, hoe verklaart u tegenover de stakeholders van het project dat een akkoord dat u in een andere hoedanigheid hebt ondertekend een jaar later opnieuw wordt verbroken, zij het vanuit een andere bevoegdheid? Erkent u dat de Vlaamse Gemeenschap zich in Brussel als een onbetrouwbare partner laat kennen? Had u als medeondertekenende partner van het akkoord in 2009 namens de VGC de overwegingen die u vandaag in uw hoedanigheid van Vlaams Brusselminister maakt, ook al niet kunnen bedenken? Of illustreren die over­wegingen enkel dat uw voorganger en partijgenoot niet goed heeft bestuurd en dat voor de partners in het project goed verborgen heeft kunnen houden? Wat is uw standpunt over de kritiek op het Brusselfonds, dat een jojo blijkt te zijn in de handen van de bevoegde Vlaamse minister voor Brussel? Erkent u dat het wedervaren rond het project in Heembeek koren op de molen is van de critici en tegenstanders van het Brusselfonds?

De voorzitter : Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet : Mevrouw Brusseel, er bestaan wat misverstanden en ik begin zelfs te geloven mythes over het Brusselfonds enerzijds en de woonzorgzones anderzijds. Ten eerste wordt het Vlaams Brusselfonds in 2011 integraal bestemd voor het overnemen van structurele uitgaven van de VGC, bijvoorbeeld de canon voor Muntpunt; voor investeringen in gemeenschappelijke projecten met de VGC, zoals Muntpunt, Huis van het Nederlands, Kenniscentrum Woonzorg Brussel; voor een verschuiving van middelen naar de VGC, zoals de dotatie voor bredeschoolinfrastructuur, in overleg trouwens met uw partijgenoot Jean-Luc Vanraes.

Ik neem aan, mevrouw Brussel, dat u er niks op tegen hebt dat ik in het Huis van het Nederlands, of in de Hoofdstedelijke Bibliotheek, of in brede schoolinfrastructuur investeer. Zo ja, dan zou ik het graag horen. Op dit ogenblik zijn er overigens geen nieuwe woonzorgdossiers of aanvragen bij het Brusselfonds, waarvoor we ook geen enkele negatieve beslissing hebben moeten nemen.

Sinds 2003 en tot en met 2010 werd vanuit het Vlaams Brusselfonds 6,3 miljoen euro geïnvesteerd in woonzorgzones. Hiervan ging ongeveer 1,6 miljoen euro of 25 procent naar studies, de vergoeding van de woonzorgplanner, werking van het kenniscentrum, en wedstrijden. De investering op zeven jaar in infrastructuur vanuit het Brusselfonds bedroeg dus 4,7 miljoen euro. Hiervan werd ongeveer 1,6 miljoen euro of één derde door mezelf vastgelegd in 2010. Van de 3,1 miljoen euro die sinds 2003 werd vastgelegd, werd een derde nog niet uitgegeven omdat men de vergunningen nog niet heeft gekregen.

Het is nooit de bedoeling geweest van het Brusselfonds om de financiering van woonzorg­projecten over te nemen van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) of van de VGC. Het was de bedoeling een aantal opstartkosten te financieren, waarna de reguliere financiering in werking zou treden. U weet dat we moeten oppassen dat het Brusselfonds niet in de plaats treedt van de vakminister, omdat hij op die manier zijn verantwoordelijkheid kan ontlopen. Voor opstartkosten en impulsinvesteringen gebeurt dat wel. Met de uitbouw van het kenniscentrum en het voorzien in een aantal impulsmiddelen voor infrastructuur werd aan die doelstelling voldaan.

De impulsrol van het Brusselfonds op het vlak van de realisatie van reguliere woonzorg­investeringen via het VIPA, aangevuld door middelen uit het investeringsplan van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, heeft in diezelfde periode helaas weinig opgeleverd. Uit de cijfers waarover ik vandaag beschik voor 2003-2010, waarvan ik gevraagd heb ze nog even te verifiëren, vind ik op het vlak van ouderen- en thuiszorgvoorzieningen in het VIPA geen enkel dossier terug. Nochtans investeerde de Vlaamse Gemeenschap in die periode ongeveer 800 miljoen euro in dat soort voorzieningen in Vlaanderen. Mevrouw Brusseel, ik laat u dat bedrag even noteren: 800 miljoen euro in Vlaanderen en niks in Brussel. Ik laat de cijfers nog even verifiëren om te zien of ze wel kloppen.

U weet dat ik met minister Vandeurzen en met VGC-collegelid Grouwels heb afgesproken om begin 2012 een staten-generaal te organiseren van ouderen- en thuiszorg in Brussel. Hierin moeten een duidelijk antwoord gegeven kunnen worden op de vraag hoe het aanbod en structuur van de thuiszorg beter kan worden afgestemd op de vraag, ook op wat de verhouding tussen een woonzorgbeleid en een woonnetwerkbeleid kan zijn, waarom niet-commerciële investeringen in Brussel zo moeilijk van de grond komen, en of de Nederlandstaligheid van de zorg alleen georganiseerd kan worden via Nederlandstalige zorgvoorzieningen. Hiervoor wordt de volgende weken een voorzieningenstudie aanbesteed.

Voor het Pieter en Pauwel-project werd op het Brusselfonds iets meer dan 300.000 euro uitgetrokken voor de organisatie van een architectuurwedstrijd. Ook werd op het Brusselfonds 300.000 euro dotatie aan de VGC vastgelegd als aanvullende financiering voor de zorgdelen van het project. In het vorige investeringsplan van de VGC, dat door mezelf werd opgestart, werd in 2 miljoen euro voorzien voor de realisatie van het gemeenschapscentrum en de bibliotheek in Neder-over-Heembeek. Tot mijn grote verbazing heb ik moeten horen dat de VGC unilateraal, eenzijdig, zonder overleg dat bedrag van 2 miljoen euro voor het gemeenschapscentrum en de bibliotheek uit het nieuwe investeringsplan heeft geschrapt. Ik hou wel vast aan mijn engagement van 300.000 euro. Dat bedrag staat nog altijd in de begroting. Maar die 2 miljoen euro is dus verdwenen uit de begroting van de VGC. Nochtans was dat wel de afspraak.

Het project Pieter en Pauwel bestond uit een promotieopdracht voor de realisatie van 7500 vierkante meter aan woningen, waarvan 1300 vierkante meter over te dragen aan de stad Brussel, 50 procent van de rest te verkopen op de vrije markt en 50 procent te verhuren als serviceflat of aanleunwoningen. Het gaat dan om 30 à 40 wooneenheden. Er was in een bescheiden gemeenschapscentrum voorzien, een klein dienstencentrum en dagcentrum en een bescheiden bibliotheek, op terreinen van de stad Brussel.

Wegens de gewijzigde budgettaire situatie van de Vlaamse overheid heb ik aan de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) gevraagd over de realisatie ervan een onafhankelijk advies te geven. Ik neem aan dat u ervan uitgaat dat de PMV in staat is om onafhankelijke, gefundeerde adviezen te geven. Uit dat advies bleek dat er grote risico’s waren op het vlak van bevoegdheid – de Vlaamse overheid heeft eigenlijk geen bevoegdheid op het vlak van wonen –, op het vlak van financiële haalbaarheid – onderschatting van de kosten en overschatting van de baten –, én op het vlak van de opvolging en monitoring van het project door de administratie.

Ik heb dan aan het kabinet van VGC-collegelid Grouwels gevraagd of zij bereid waren om het project te trekken. Het antwoord was dat ze noch de mankracht noch de kennis hebben om het project over te nemen. Ik begrijp dat ook. Toen ik nog als collegelid bevoegd was, heb ik gezegd dat de VGC dat niet moet doen. Zij kiezen dus dezelfde lijn als ik destijds. Ik verander ook helemaal niet van mening. Als collegelid bevoegd voor de gemeenschapscentra ben ik ermee akkoord gegaan omdat het risico toen bij de Vlaamse Gemeenschap lag. Op het moment dat het project startte, had de Vlaamse Gemeenschap voldoende financiële buffers voor dit soort risico’s. Ondertussen is de wereld veranderd en zijn de buffers voor de financiële risico’s niet meer voorhanden. Als verantwoordelijk Vlaams minister moet ik dan ook zeggen dat men moet opletten.

In de beslissing van de stad Brussel stond overigens opgenomen dat er bij de verkoop of verhuring wordt gestreefd naar een demografisch evenwicht en dat er geen onderscheid zal worden gemaakt naar afkomst of cultuur, en dat er geen controle zal worden uitgevoerd naar voldoende kennis van de landstalen. Dat betekent met andere woorden dat het niet zozeer ging om een Nederlandstalig zorgproject, maar om een Brussels project, dat openstond voor Nederlandstalige senioren. Ik vond het dan ook logisch dat de stad Brussel beter bouwheer is voor de bouw van die woningen, maar ook dat de Vlaamse Gemeenschap en Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de realisatie van het gemeenschapscentrum, dienstencentrum, dagcentrum en de bibliotheek zouden moeten instaan. In die zin hebben we ook aan de stad Brussel gevraagd om het project opnieuw te bekijken, waarbij wellicht de stad Brussel woningen zal bouwen. Overigens is de bouw van een gemeenschaps- en dienstencentrum de corebusiness van de VGC, en niet zozeer van de Vlaamse Gemeenschap. Daarvoor wil ik die 300.000 euro nog altijd geven.

Samengevat, ik stel vast dat alle financiële engagementen van de Vlaamse Gemeenschap in dit dossier onverminderd blijven gelden. Dat is niet het geval bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Ik hoop dat ze nog van mening verandert.

Mijn engagement en mijn voorzichtigheid uit het verleden liggen in het verlengde van mijn beslissing die ik vandaag nam.

Ik denk dat Open Vld er niet tegen is dat we in Muntpunt, in het Huis van het Nederlands, in het Kenniscentrum Woonzorg, of in bredeschoolinfrastructuur investeren. Als we dat allemaal doen, dan is het Brusselfonds op.

De voorzitter : Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel : Minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Het is inderdaad zo dat je je geld maar één keer kunt uitgeven. Uw voorganger had daar misschien ook eens aan moeten denken.

Minister Pascal Smet : Toen was de financiële situatie anders.

Mevrouw Ann Brusseel : Je moet als een goede huisvader de verschillende budgetten beheren. Je moet niet altijd alles op het scherp van de snee berekenen. Het is ook duidelijk. Als ik de begroting van de VGC en het investeringsplan 2005-2010 bekijk, dan zie ik dat die 2 miljoen euro in een kolom stond voor werken die gepland worden en niet in de andere kolom voor de budgetten die vastgelegd zijn voor de werven die effectief zouden worden gerealiseerd.

Minister Pascal Smet : Voor 2010? Het is altijd voor na 2010 gepland, dus kon het voor dat plan nog niet in de andere kolom geplaatst worden. Dat zou onlogisch zijn geweest.

Mevrouw Ann Brusseel : Het staat erin.

Minister Pascal Smet : Er is toen een onderscheid gemaakt tussen projecten die voor 2010 zouden worden gerealiseerd en projecten voor na 2010. In het investeringsplan van de VGC voor 2010-2015 werd het geschrapt.

Mevrouw Ann Brusseel : Het staat on hold.

Minister Pascal Smet : Ik ben blij dat te horen.

Mevrouw Ann Brusseel : Ik kan uw collega De Lille heel goed begrijpen, want het werd toen besproken en beloofd. Ik kan nog aannemen dat u een beetje onder druk werd gezet door uw toenmalige collega – ik zal niet zeggen vriend – Anciaux.

Minister Pascal Smet : U gaat weer uit van veronderstellingen, dat doet Open Vld toch graag.

Mevrouw Ann Brusseel : Ja, wij zijn stouteriken.

Het is aangekondigd. Er werd een wedstrijd gelanceerd. De architecten zijn erin gevlogen en nu is er discussie over die 2 miljoen euro, maar het stond in de sterren geschreven dat die discussie er zou zijn. Er was toen eigenlijk geen geld voor.

Minister Pascal Smet : Er was wel geld voor.

Mevrouw Ann Brusseel : Waarom is het dan geschrapt? De reden waarom er nu discussie is, is dat er toen geen geld was bij de VGC. Nu speelt u zogezegd wel uw ‘impulsrol’ met het Vlaams Brusselfonds, maar blijkbaar is dat niet voldoende. Er worden nu een heleboel zaken opnieuw ter discussie gesteld.

Het is nooit slecht om terug te komen op bepaalde beslissingen of op aankondigingen of op beloften als die financieel niet haalbaar blijken of als ze toen niet genoeg gefundeerd waren. Ik kan uw invalshoek best begrijpen, maar ik kan ook de desillusie van de architecten en van het Kenniscentrum Ouderenzorg begrijpen. Wat heeft men gedaan? Kort voor de verkiezingen – en we zijn soms allemaal in dat bedje ziek –, heeft men een mooi project beloofd waar de een al meer van droomde dan de andere en waarvan de VGC al kon zien dat het krap zou zijn.

Dat baart mij zorgen, en daarom stel ik deze vraag. Ik kan best begrijpen dat het een vervelende vraag is. Het is absoluut een vervelende vraag, want er is geen antwoord op.

Minister Pascal Smet : Zie ik er verveeld uit? Ik ben zo ontspannen.

Mevrouw Ann Brusseel : Misschien vindt u het niet vervelend, maar ik vind het wel vervelend. Het gaat over geld van de belastingbetaler. Het gaat over zaken die aangekondigd zijn, die niet gerealiseerd worden en waarvoor mensen al aan de slag zijn gegaan. Dan komt men op zijn stappen terug en zegt men: “Is dat wel voor Vlaanderen? Is dat wel voor de VGC? Eigenlijk is het voor Brussel.”

U zegt dat de wereld verandert. Als de wereld verandert, dan moeten we misschien minder gaan beloven aan de mensen als het budget op dat moment niet echt kan worden vastgelegd. Daarover zult u het toch met mij eens zijn?

En dan zegt men plots dat, aangezien de kennis van het Nederlands geen vereiste is in heel dat project en het openstaat voor iedereen, eigenlijk de stad Brussel het zou moeten trekken. Dat kon men toch ook al eens op voorhand gezegd hebben.

Daarom doe ik hier mijn beklag. Als jullie dat niet vervelend vinden, dan is dat fijn, maar ik vind het spijtig dat het in de soep draait. Ik hoop dat er alsnog een oplossing kan worden gevonden.

Nu het goede nieuws. Ik ben zeer tevreden over het Brusselfonds en dat het aangewend wordt voor zaken die absoluut nodig zijn en dat het complementair werkt met projecten van de VGC. Ik ben zeer blij dat u dat doet. Ik ben ontzettend tevreden over de werking van het Huis van het Nederlands, over de hoofdstedelijke bibliotheek, over de brede school. Het is niet mijn bedoeling om hier alles en nog wat in vraag te stellen, maar ik had graag gehad – en misschien kan er nog eens over gepraat worden met de heer Anciaux – dat het project er kwam.

Minister Pascal Smet : Het is heel simpel. De stad Brussel gaat de woningen bouwen en ik hoop dat we met de VGC, het gemeenschapscentrum en het dienstencentrum kunnen bouwen. Zo simpel zal dat zijn.

Mevrouw Ann Brusseel : Hebt u daar al een tijdspad voor?

Minister Pascal Smet : Dat zal de komende weken duidelijk worden.

Mevrouw Mia De Vits : Minister, ik heb gewoon een bijkomende bedenking naar aanleiding van uw antwoord. Ik heb goed genoteerd dat Vlaanderen in de periode 2003-2010 800 miljoen euro aan ouderenvoorzieningen heeft besteed. Ik heb in het VIPA geen enkel dossier voor Brussel teruggevonden.

Ik vraag me af of we de programmatie voor ouderenvoorzieningen en voor thuiszorg niet moeten opentrekken naar Brussel en de Rand. U spreekt ook over een staten-generaal. Moeten we daar ook geen inbreng hebben van Brussel en de Rand? Ik vind dat het geen verschil uitmaakt voor een oudere uit Sint-Agatha-Berchem of hij bediend wordt door een Nederlandstalige thuiszorgdienst of door een andere. Ik vind dat we het hele zorgaanbod eens zouden moeten bekijken vanuit het standpunt van wie zorg nodig heeft en vanuit de mobiliteit van de persoon.

Minister Pascal Smet : Mevrouw De Vits, ik deel uw bedenking. Ik zal de cijfers aan minister Vandeurzen vragen. Ik heb gevraagd om de cijfers sowieso te verifiëren. Het is de bedoeling om met minister Vandeurzen en mevrouw Grouwels na te gaan hoe we aan de zorgnood van mensen – niet zozeer in bakstenen – tegemoet kunnen komen. Dat is het uitgangspunt.

De heer Paul Delva : Minister, ik heb nog een paar bijkomende bedenkingen.

Ik denk dat de staten-generaal met de drie ministers een zeer goed initiatief is. Ik ben blij dat die er komt. Het gaat natuurlijk niet alleen over bakstenen, maar af en toe is een baksteen ook wel nuttig en nodig. Net zoals het voor scholen belangrijk is dat er goede gebouwen zijn, is dat ook voor de zorgsector belangrijk.

In het project van Heembeek zou alles er nog kunnen komen. U hebt contacten met de stad Brussel. Hoe concreet zijn die? Het is natuurlijk een moeilijk dossier, maar een prachtig project. Ik begrijp dat er moeilijkheden zijn. Ik hoop dat het er zal komen. De stad wordt nu mee in het bad getrokken. Hoe zien ze dat?

Minister Pascal Smet : Ik verwacht op heel korte termijn een voorstel van de stad Brussel. Ik heb de schepen maandag nog gezien in de gemeenteraad van de stad Brussel en het voorstel is op komst. Maar het zal wellicht op de lijnen zijn dat de stad de woningen zal bouwen en dat de Vlaamse Gemeenschapscommissie op het terrein een gemeenschapscentrum of dienstencentrum zal bouwen. We zullen dus naar een taakverdeling gaan.

De heer Paul Delva : Wat gebeurt met de 300.000 euro die gereserveerd waren?

Minister Pascal Smet : Dat bedrag blijft geblokkeerd voor het project voor gemeenschapscentrum of dienstencentrum, en dat zal daar ook aan worden besteed.

De heer Paul Delva : Voor Heembeek?

Minister Pascal Smet : Ja, voor Heembeek.

De heer Paul Delva : Mijn laatste vraag sluit wat aan bij wat mevrouw De Vits vroeg. U stelde daar een reusachtig bedrag van 800 miljoen euro sinds 2003 en voor Brussel 0. Wat wilt dat zeggen wat het VIPA betreft? Is dat een probleem? Ik probeer te begrijpen wat daar gebeurt.

Minister Pascal Smet : Er wordt in de concrete projecten van het VIPA-fonds blijkbaar niet geïnvesteerd in Brussel. Ik vind dat merkwaardig, omdat het net vanuit dat fonds zou moeten gebeuren. Ik heb gevraagd of men wil nakijken of die cijfers kloppen. Ik heb ze u nu meegegeven, omdat we hier een goede relatie hebben. Maar ik moet ze nog verifiëren. We zullen aan minister Vandeurzen vragen of het inderdaad klopt, hoe dat komt en hoe we dat naar de staten-generaal kunnen meenemen zodat dat in de toekomst gewijzigd wordt.

De voorzitter : Het incident is gesloten.