Vrouwen in het top- en middenkader van de Vlaamse overheid

Mevrouw Ann Brusseel : Voorzitter, minister, het Vlaamse regeerakkoord 2009-2014 wil terecht expliciet voortgaan met de evenredige vertegenwoordiging en de eigen benadering van kansengroepen of groepen tout court.

Mevrouw Ann Brusseel : Voorzitter, minister, het Vlaamse regeerakkoord 2009-2014 wil terecht expliciet voortgaan met de evenredige vertegenwoordiging en de eigen benadering van kansengroepen of groepen tout court.

Tijdens de vorige legislatuur heeft de toenmalige Vlaamse Regering streefcijfers geformuleerd over de aanwezigheid van vrouwen in het middenmanagement en in topfuncties van de Vlaamse overheid. Tegen 2010 zou 33 percent van de middenkaderfuncties bij de Vlaamse overheid ingevuld moeten zijn door vrouwen, en tegen 2015 moet het streefcijfer van 33 percent vrouwen in het topkader bereikt zijn.

In het Gelijkekansen- en Diversiteitsplan 2010 van de dienst Emancipatiezaken blijkt dat de vertegenwoordiging van vrouwen op het niveau van het middenmanagement niet gehaald wordt bij ongewijzigd beleid. Men merkt een lichte stijging op van 24,8 percent in 2007 naar 26,8 percent in 2008. In het voorjaar van 2010 zou een externe doorlichting moeten hebben plaatsgevonden van de doorstroom naar dit middenmanagementniveau en zou een rapport door de dienst Emancipatiezaken met beleidsaanbevelingen worden overhandigd aan het beleid. Dit onderzoek komt rijkelijk laat, eigenlijk op het moment dat de 33 percent behaald zou moeten zijn.

Een mogelijke verklaring van de verhoging in 2008 zou volgens het jaarrapport Emancipatiezaken kunnen zijn dat de vrouwen die geslaagd waren in het assessment van begin 2007, zijn beginnen in te stromen in het middenmanagement – stellingen die weinig wetenschappelijk onderbouwd zijn.

Toch heeft men duidelijk een kans gemist en stelt het rapport dat het vrijwel onmogelijk is tegen eind 2010 het streefcijfer van 33 percent te halen. Wil men het behalen, dan zouden er tegen eind dit jaar nog 18 vrouwelijke N-1’s bij moeten komen bij gelijke totalen, en dus 18 mannen minder moeten zijn. Dit is inderdaad onhaalbaar en onrealistisch.

Voor het topkader doet de overheid het opvallend slechter dan in het middenkader. Het aandeel vrouwen in het totale personeelsbestand zou 48 percent bedragen, toch blijven vrouwen enorm ondervertegenwoordigd in de topfuncties. Het aantal vrouwen kent een lichte stijging tot 21 percent in 2008. Volgens het actieplan 2010 is het perspectief om het streefcijfer van 33 percent tegen 2015 te halen blijkbaar minder haalbaar. De volgende 5 jaar zouden er nog 12 vrouwen bij moeten komen aan de top, en dus ook 12 mannen minder moeten zijn, om het streefcijfer te halen. Het samenvattend actieplan 2010 stelt dat er extra inspanningen nodig zijn om het streefcijfer van 33 percent in 2015 te kunnen bereiken.

Minister, heeft de dienst Emancipatieaken in het voorjaar wel degelijk een externe doorlichting laten doorvoeren inzake de doorstroom van vrouwen naar het middenkader? Zo ja, wat zijn de conclusies? Uit de resultaten van de doorlichting wordt een rapport met beleidsaanbevelingen gedistilleerd. Wanneer mag dit rapport worden verwacht, of is dit rapport reeds opgesteld? Zo ja, welke maatregelen worden bijkomend voorgesteld? Komen dit onderzoek en deze voorstellen beleidsmaatregelen niet rijkelijk te laat? Wat was het percentage vrouwen in topfuncties en in middenkaderfuncties eind 2009? Welke bijkomende inspanningen moeten er worden genomen, buiten de klassieke voorstellen opgenomen in het actieplan, om meer vrouwen naar de top te krijgen? De streefcijfers worden duidelijk niet gehaald. Wordt eraan gedacht die op te schuiven in de tijd? Zo ja, wat is het tijdspad?

Minister Geert Bourgeois : De Universiteit Hasselt voert momenteel een onderzoek over de doorstroom van vrouwen en mannen naar het niveau van het middenmanagement, het N-1-niveau. Dit onderzoek gebeurt in opdracht van de dienst Emancipatiezaken, en heeft twee doelen: inzicht te bieden in de genderspecifieke loopbaanknelpunten bij de doorstroming naar het middenmanagement binnen de Vlaamse overheid, en aanbevelingen te doen voor innovatieve hrm-instrumenten ( humanresourcesmanagement) om de doorstroom van vrouwen te bevorderen, rekening houdend met het bestaande hrm-beleid van de Vlaamse overheid na de reorganisatie van de diensten van de Vlaamse overheid (beter bestuurlijk beleid) en in het licht van de bestaande literatuur.

Het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie en een empirisch gedeelte met enquête en individuele gesprekken. Het eindrapport zal ook beleidsaanbevelingen bevatten. De gunning gebeurde op 5 januari 2010, na een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking. Conclusies zijn nu nog niet bekend, maar worden in de loop van juli verwacht. Op basis van de conclusies zal ik in overleg met het departement Bestuurszaken bekijken welke maatregelen het meest aangewezen zijn voor het toekomstige beleid. Ik kan nu nog niet vooruitlopen op de resultaten.

Wat betreft vrouwen in topfuncties bij de Vlaamse overheid, doen we het goed. Ik ben wat verrast over uw commentaar, mevrouw Brusseel. U baseert zich op oude cijfers. De cijfers zijn recent in de pers gekomen en werden toegelicht door de emancipatieambtenaar. In amper 1 jaar tijd steeg hun aantal van 21 percent naar 25 percent. Eind 2009 was één op vier topambtenaren al een vrouw.

Nog maar 4 jaar geleden, in de eerste periode dat ik verantwoordelijkheid droeg, vond je tussen tien topambtenaren gemiddeld maar één vrouw. In 2005 was dat 11 percent, in 2006 was het 17 percent, in 2007 ook 17 percent, in 2008 21 percent en eind 2009 zitten we aan 25 percent. Er is dus een gestage vooruitgang.

Het is wel opvallend minder goed gesteld met het aantal vrouwen bij het middenmanagement. Al jaren blijft hun aantal hangen rond 26 percent. In 2005 was dat 24 percent, in 2006 27 percent, in 2007 26 percent, in 2008 27 percent, en in 2009 26 percent. Dat is een stagnatie vanaf 2005 tot en met nu.

Het streefcijfer van 33 percent vrouwen in de topfuncties is haalbaar. Het streefcijfer en de streefdatum zal ik daarom niet wijzigen. Het streefcijfer voor het middenkader zouden we eind 2010 moeten halen. Dit is zeer onwaarschijnlijk, gelet op de cijfers die ik gaf. Terecht mogen we hier niet tevreden mee zijn.

Daarom kijk ik ook uit naar de resultaten van het onderzoek en zal ik samen met het departement bekijken welke maatregelen het meest aangewezen zijn om het aantal vrouwen in middenkaderfuncties toch te laten stijgen naar 33 percent. Voorlopig ga ik aan cijfers, streefdoel en ‑datum niets veranderen om de druk op de ketel te blijven houden, om het topmanagement onder druk te blijven houden. Los van de studie die wordt gevoerd, heb ik in 2010 bijkomende maatregelen genomen. De regering is verantwoordelijk voor de topfuncties. De regering doet haar werk vrij goed. We zijn gestegen naar 1 op 4, we moeten het cijfer zeker kunnen halen.

Wat de aanwervingen betreft of de bevorderingen naar het middenkader, kunnen onze lijnmanagers veel beter doen. De regering heeft op mijn voorstel op 2 april 2010 beslist om diversiteitsdoelen verplicht op te nemen in de persoonlijke planning 2010 van de top­ambtenaren. Ook in de nieuwe beheersovereenkomsten zullen diversiteitsdoelstellingen opgenomen worden.

Dat zijn de maatregelen die werden genomen. Ik wil u nog voor de volledigheid meedelen dat er departementen zijn die beter scoren. In mijn eigen departement Bestuurszaken bereiken we al 38,46 percent vrouwen in het middenkader. Dat is al een heel stuk boven het streefcijfer van 33 percent. Wij zitten trouwens al voor alle diversiteitsdoelstellingen een eind boven het streefcijfer.

Het is volgens mij een zaak van doorgedreven actie van het lijnmanagement. Je moet er natuurlijk rekening mee houden dat niet in elk departement of agentschap de situatie vergelijkbaar is. Het aantal uittredende of uitgroeiende banen is niet overal gelijk. Als je meer middenmanagers hebt die vertrekken, kun je makkelijker van de nieuwe invulling gebruik maken om de diversiteitsdoelstelling te halen. Je kunt natuurlijk niemand afdanken om daar een baan te creëren en een dame in die functie binnen te brengen. Maar het moet beter. Vandaar mijn initiatief om dit op te nemen in de afspraken die zijn gemaakt met het management, in de persoonlijke planningen 2010 en ook in de beheersovereenkomsten.

Mevrouw Ann Brusseel : Minister, dank u voor uw uitgebreide antwoord. Het is zoals u daarnet zelf al zei: we mogen nog niet tevreden zijn. Ik vind dat ook, temeer daar 33 percent niet zo’n hoog streefcijfer is. Ik ben zeer verheugd dat u het wilt aanhouden, en dat u ook de data wilt aanhouden om de druk op de ketel te houden. Dat lijkt mij nodig. Als ik kijk naar de resultaten die meisjes behalen in hogescholen en op universiteiten en naar hun vertegenwoordiging daar, is het niet normaal dat die vertegenwoordiging zich niet doorzet op de arbeidsmarkt. Daar schort iets aan. Daar moet blijvend aandacht aan worden besteed, ook door de overheid.

Wat betreft mijn cijfers: ik dacht dat ik de correcte cijfers had, maar ik had discussie met een medewerkster over wat er in de krant gepubliceerd stond. Ik zal dat nog eens nakijken. Ik zal dit verder opvolgen en ik hoop dat u dit ook zult doen.

Minister Geert Bourgeois : Mevrouw Brusseel, uiteraard volg ik dat volledig op. Ik vergat nog te vermelden dat zoals voor het topmanagement ook voor het middenmanagement de regel geldt die we hebben ingevoerd, namelijk dat bij gelijke resultaten bij de testen bij het assessment de voorkeur moet worden gegeven aan het ondervertegenwoordigde geslacht. Dat leidt tot een serieuze inhaalbeweging bij de topambtenaren, maar het blijkt onvoldoende voor het middenkader. Ik hoop dat de Universiteit Hasselt in haar rapport de oorzaken daarvan blootlegt.

Verslag VOU 2113 vrouwen in het top- en middenkader van de Vlaamse overheid