Vrouwelijke hoogleraren – Evolutie

Hierbij een overzicht van de belangrijkste vragen en antwoorden.

Werd het percentage van 25% voor Vlaanderen globaal behaald? Wat is het percentage mannen/vrouwen momenteel? Indien dit percentage niet behaald werd, hoe komt dit?

Hierbij een overzicht van de belangrijkste vragen en antwoorden.

Werd het percentage van 25% voor Vlaanderen globaal behaald? Wat is het percentage mannen/vrouwen momenteel? Indien dit percentage niet behaald werd, hoe komt dit?

Op 1 februari 2009 (VLIR – Statistische gegevens betreffende het personeel aan de Vlaamse universiteiten, telling 1 februari 2009, VLIR oktober 2009) behoorden er – geteld in voltijdse eenheden – aan alle Vlaamse universiteiten samen 2.589,15 personeelsleden tot het ZAP, waarvan 19,58% vrouwen. Als enkel gekeken wordt naar de graden hoogleraar en hoger dan bedraagt het totale aantal 1.369,80 personeelsleden, waarvan 12,43% vrouwen. In het jaar 2000 bedroeg het aandeel vrouwen in het gehele ZAP nog maar 13,43% en het aandeel vrouwen in de graden hoogleraar en hoger nog maar 7,71%. Er is dus duidelijk een positieve evolutie merkbaar in het aandeel van vrouwen binnen het ZAP en binnen de hogere graden van het ZAP, ook al is de doelstelling van 25% nog niet behaald.

Studies over de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke onderzoekers tonen aan dat een gebrek aan juiste informatie, steun en begeleiding een van de belangrijkste oorzaken is van het moeizame loopbaanverloop bij vrouwelijke academici. Andere elementen die hierbij een rol spelen, zijn onder andere het “mannelijke” onderzoeksklimaat en de combinatie van werk en gezin. Ik wil erop wijzen dat er de voorbije jaren een aantal structurele maatregelen genomen zijn om de diversiteit te stimuleren. Zowel voor het vastleggen van de BOF-verdeelsleutel als van het variabel onderzoeksgedeelte in de financiering van de instellingen vormt het aantal vrouwelijke ZAP-leden een van de parameters. Ook binnen en over de universiteiten heen worden acties ondernomen om de gelijke kansen van vrouwelijke academici te stimuleren, zoals de Gids voor gelijke kansen van de VLIR werkgroep Gelijke Kansen uit 2009 waarin een aantal HR-instrumenten voor gelijke kansen worden uitgewerkt.

Hoe verloopt de loopbaan op het financiële vlak van vrouwelijke hoogleraren tegenover hun mannelijke collega's? Is er een salarisverschil tussen bepaalde docenten, los van anciënniteit?

Internationaal onderzoek heeft uitgewezen dat de loopbaan van een vrouwelijke onderzoeker moeizamer verloopt dan de loopbaan van een mannelijke onderzoeker en dat er bij het opklimmen van de carrièreladder een grotere uitval is bij vrouwen dan bij mannen. Het gaat hier om de zogenaamde lekkende pijplijn of het glazen plafond. Dit zal ook effecten hebben op de financiële loopbaan. Binnen dezelfde graden zijn er geen verschillen: het salaris is vastgelegd in schalen, die uiteraard gelijk zijn voor mannen en vrouwen.

Krijgen leden van de raad van bestuur en de decaan van een faculteit vergoedingen? Graag een overzicht van het aantal mannen en vrouwen in deze functies.

Over de Vlaamse universiteiten heen zijn er in totaal 42 faculteiten. Daarvan is er op dit moment slechts één vrouwelijke decaan, in de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. In de raden van bestuur van deze universiteiten zitten in totaal 178 leden, van wie 25 vrouwen. De decanen krijgen een vergoeding voor deze functie, leden van een raad van bestuur krijgen hiervoor geen vergoeding.

Overzicht samenstelling van de raden van bestuur.

Universiteit Mannen Vrouwen Totaal
K.U. Leuven 18 5 23
V.U.B. 36 7 43
UAntwerpen 20 6 26
UGent 39 4 43
UHasselt 15 3 18

Ann Brusseel: "Uit bovenstaande antwoorden blijkt dat er nog een duidelijke ondervertegenwoordiging is van vrouwen in topfuncties in de Vlaamse universiteiten."

Verslag SV 171 – Evolutie vrouwelijke hoogleraren