Voor teveel leerlingen faalt de school

Uit recente cijfers blijkt dat 1 op 7 leerlingen de school verlaat zonder diploma, bij de jongens 1 op 5. In Brussel kapt 1 op 4 jongeren vroegtijdig met school. Het cijfer schoolverlaters ligt in 2007 2,4% hoger dan in 1999. De ambitieuze doelstelling van 2002 om tegen 2010 het aantal ongekwalificeerde schoolverlaters met de helft te verminderen, is schromelijk mislukt. In Nederland ligt het aantal schoolverlaters in 2010 14% lager dan in 2002, dankzij het project “Aanval op de uitval”.

Uit recente cijfers blijkt dat 1 op 7 leerlingen de school verlaat zonder diploma, bij de jongens 1 op 5. In Brussel kapt 1 op 4 jongeren vroegtijdig met school. Het cijfer schoolverlaters ligt in 2007 2,4% hoger dan in 1999. De ambitieuze doelstelling van 2002 om tegen 2010 het aantal ongekwalificeerde schoolverlaters met de helft te verminderen, is schromelijk mislukt. In Nederland ligt het aantal schoolverlaters in 2010 14% lager dan in 2002, dankzij het project “Aanval op de uitval”.

De statistieken van de schooluitval leveren een akelige voorspelling van het sociale en economische drama dat de komende jaren wacht. Anderzijds tonen de cijfers ook aan dat het Vlaams onderwijs in de opdracht faalt om leerlingen met leer- of attitudeproblemen door de schoolloopbaan te loodsen. Wanneer dergelijke cijfers in de kranten verschijnen, barst vaak in alle hevigheid een discussie los. De bevoegde minister verschuilt zich dan achter voorstellen van dialoog, plannen tot overleg en visienota’s over hervormingen. Deze problemen vragen echter een dringende aanpak. Het gaat om de toekomst van tienduizenden mensen.

Daarom stelt Open Vld een “Actieplan voor minder schoolverlaters zonder diploma” voor, met concrete maatregelen, om op korte termijn de schooluitval te voorkomen. We moeten niet wachten op die grootschalige hervorming van de structuren van het secundair onderwijs (waarvan de implementatie pas voorzien is in 2014).

  1. Maak werk van een spijbelplan dat werkt. De time-out projecten zijn goed, maar ze bereiken onvoldoende spijbelaars. Het aantal meldingen blijft jaar na jaar stijgen.
  2. Geef meer middelen aan de centrumsteden, verfijn het leerlingvolgsysteem en haal de spijbelaars letterlijk terug naar school, via huisbezoeken en frequente controle. Ook de ouders moeten geresponsabiliseerd worden.
  3. Maak werk van leerlingenbegeleiding op maat van de jongere: betere studiekeuzebegeleiding, coaching, studiebegeleiding. Plaats de leerling centraal en ga zo schoolmoeheid tegen.
  4. Overschrijd de beleidsdomeinen. Werk samen met de minister van Welzijn. Vaak kampen spijbelaars met problemen die de school overstijgen. Haal de hulpverleners indien nodig naar school en werk met hen samen om de jongeren te coachen. De hulpverlening is nu te verkokerd, ieder werkt in zijn hokje. Gevolg is dat eens de jongeren in de jeugdzorg of andere problemen verzeilen, ze niet meer terugkeren naar school.
  5. Zorg voor meer praktijk op school en meer stageplaatsen. De arbeidsmarkt is voor sommige jongeren leuker dan de schoolbanken. Laat hen daar op school kennis mee maken. Het beroepsonderwijs moet modulair uitgebouwd worden. Zo behalen leerlingen al een primaire startkwalificatie. Om theorie en praktijk beter te integreren, moeten andere leerconcepten gecreëerd worden: de mini-onderneming op school, samenwerking met vormingsorganisaties, … Samenwerking met de minister van Werk is noodzakelijk.
  6. In het deeltijds onderwijs blijft 1/3 van de leerlingen problematisch afwezig. Zet verdere stappen in de herwaardering van het deeltijds onderwijs en ga na hoe dit een volwaardig en nuttig alternatief kan bieden aan de jongeren die hiervoor opteren.
  7. Bied (financiële) stimuli aan scholen om het aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters terug te dringen. Zo wordt hun beleid ook beloond.

Daarnaast willen we schoolmoeheid ook bij de wortel aanpakken. Bijsturing en spijbelpolitie nemen de oorzaken van leerachterstand en demotivatie niet weg. Daarom stellen we ook maatregelen op lange termijn voor. Vanaf het basisonderwijs moeten meer inspanningen geleverd worden om kinderen met leerachterstand te helpen. Uit een bevraging van deze zomer blijkt dat de leerachterstand op de lagere school amper ingehaald wordt: 12% van de leerlingen hebben achterstand in het 1ste leerjaar en in het 6de leerjaar is dat nog 14%. In het secundair stijgt de leerachterstand nog tot 29%. Veel leerlingen die het al moeilijk hadden op de lagere school, blijven hun problemen meeslepen.

Daarom vragen wij een analyse van het probleem vanaf de kleuterschool. We zullen een voorstel van decreet indienen voor de verhoging van de kleuterparticipatie d.m.v. verplichte ‘regelmatige’ aanwezigheid in het kleuteronderwijs gedurende 2 opeenvolgende schooljaren. Onderzoek heeft aangetoond dat daar de essentiële basis gelegd wordt voor een succesvolle schoolloopbaan. De peuters en kleuters doen er vaardigheden en kennis op, halen taalachterstand in. De overheid moet meer investeren in het vermijden van schoolachterstand vanaf de lagere school: bijlessen, kleine klasgroepen, huiswerkbegeleiding en samenwerking met CLB. Het Gelijke onderwijskansendecreet is een stap in de goede richting maar het lost niet alle problemen op. Het dient aangepast te worden.

Jongeren met een diploma hebben meer kansen op een duurzame job. Ze hebben ook meer keuze op de arbeidsmarkt en dus meer vrijheid. Een laaggeschoolde heeft het moeilijker om een goede baan te vinden en riskeert veel sneller in armoede terecht te komen dan mensen met kwalificaties. Een goed opleidingsniveau van onze jongeren is niet alleen een taak voor het onderwijs, maar ook voor de ouders en andere actoren in de samenleving. Ze zijn de investering meer dan waard!

Irina De Knop
Ann Brusseel