Vlaamse noodhulp aan door aardbeving getroffen Haïti

Vraag om uitleg van mevrouw Ann Brusseel over eventuele Vlaamse noodhulp aan Haïti
Vraag om uitleg van mevrouw Sabine Poleyn  over noodhulp na de aardbeving in Haïti
Vraag om uitleg van de heer Kurt de Loor over Vlaamse steun aan de getroffen gebieden in Haïti
 

Vraag om uitleg van mevrouw Ann Brusseel over eventuele Vlaamse noodhulp aan Haïti
Vraag om uitleg van mevrouw Sabine Poleyn  over noodhulp na de aardbeving in Haïti
Vraag om uitleg van de heer Kurt de Loor over Vlaamse steun aan de getroffen gebieden in Haïti
 

Mevrouw Ann Brusseel : Voorzitter, minister-president, de vraag die u op papier hebt gekregen, is natuurlijk al wat gedateerd. Ik had ze opgesteld voor het persbericht over de actie van V-MED, de vzw Vlaamse Medische Interventie, vertrokken was, maar ik heb nog enkele andere vragen.

Ik zou graag een stand van zaken krijgen van de hulp van de Vlaamse Regering en de steun aan de initiatieven ten behoeve van de slachtoffers van de ramp, alsook eventuele informatie over verdere plannen.

Is er onderhand een eerste evaluatie geweest van de noodhulp die geleverd werd door V-MED? Wat zijn de kosten voor de Vlaamse Regering? Heeft Vlaanderen een rol gespeeld in de solidariteitsacties die door de media op touw werden gezet? Kwam het initiatief van de overheid of van de zenders zelf?

Ik benadruk dat ik blij ben dat er coördinatie is geweest tussen V-MED en B-FAST (Belgian First Aid and Support Team) en dat ze samen vertrokken zijn, want dat is altijd kostenbesparend. Ik vraag me daarbij af of er voor de toekomst verdere concrete afspraken zijn gemaakt over samenwerking in het geval van noodhulp.

Mevrouw Sabine Poleyn : Voorzitter, ik sluit me aan bij de vorige collega, qua bondigheid en qua inhoud. Het probleem is gekend, ik zal onmiddellijk overgaan tot de vragen.

Ik heb vorige week woensdag in het journaal gehoord dat er wel degelijk een budget werd vrijgemaakt, naast het sturen van V-MED, voor Haïti, ik dacht dat het om 300.000 euro ging. Op welke manier wordt of werd dit bedrag ter beschikking gesteld? Wellicht gebeurde dat via een aantal Vlaamse noodhulporganisaties. Welke waren dat? En hebben ze het bedrag al gekregen? Vroeger bleek het probleem immers vaak te zijn dat een bedrag werd toegekend, maar dat het soms maanden duurde vooraleer het betaald werd, en dat maakt het heel moeilijk voor de betrokken organisaties. Weet u waaraan het geld besteed zal worden? Zijn er prioriteiten of volgt u dit nadien op?

Tijdens de bespreking van de beleidsnota hebben wij gesuggereerd dat het misschien interessant is om structureel een samenwerking of een screening van een aantal noodhulporganisaties te doen, zodat u er bij nood onmiddellijk op kunt vertrouwen dat deze of gene organisatie een sterke organisatie is en u op dat moment dus niet meer hoeft te onderzoeken of u er al dan niet mee in zee wilt gaan.

In verband met V-MED hoor ik van mevrouw Brusseel dat er afstemming op B-FAST is geweest. Het interesseert me wat die inhield. Welke specifieke rol heeft V-MED kunnen spelen? Is V-MED daar eigenlijk nog? Wat is de actie geweest? Welke kosten worden geraamd? Plant u of zijn er andere initiatieven geweest naast het steunen van V-MED en het vrijgemaakte budget, bijvoorbeeld het warm maken van gemeentes om een bijdrage te leveren of de media en andere ngo’s betrekken?

Als de omstandigheden goed zijn, lukt het bij een ramp redelijk om in massale noodhulp te voorzien. Dat is nu, ondanks wat coördinatieproblemen, ook redelijk gelukt. De volgende stap is de heropbouw van het land en de keuzes die daarvoor moeten worden gemaakt, met nadien structurele ontwikkelingssamenwerking. Haïti heeft een heel moeilijke politieke geschiedenis. Men heeft al verschillende keren getracht om het land herop te bouwen. Door deze natuurramp is er een ongelofelijke stap achteruitgezet. Het is belangrijk dat Vlaanderen, al is het geen partnerland, dat toch tracht mee op te volgen. Hoe kunnen we de beperkte middelen zo efficiënt en geïntegreerd mogelijk inzetten, zodat het geen losse flodder is maar bijdraagt tot een gecoördineerde heropbouw van het land voor een betere toekomst voor de Haïtianen?

De heer Kurt De Loor : Qua beknoptheid kan mijn vraag tellen. Het menselijk drama in Haïti gaat gepaard met meer dan 150.000 dodelijke slachtoffers. Ik lees vandaag in de media dat er volgens de VN 250.000 gewonden zijn. Elke dag komen er nog honderden doden bij, door het gebrek aan medische hulp, infecties en dreigende epidemieën. Ik vind het positief dat veel lokale besturen een noodhulpfonds hebben opgericht.

Minister-president, welke steun voorziet de Vlaamse Regering voor noodhulp en voor de heropbouw van het land? Het is belangrijk dat er bij de heropbouw ook hulp wordt geboden zodat de Haïtianen echte kansen op ontwikkeling krijgen.

De heer Karim Van Overmeire : Haïti is nu in de belangstelling. Dat heeft veel te maken met de media. We weten dat dat niet zo zal blijven. De wetmatigheid is dat samen met de verdwijnende media-aandacht misschien ook de politieke aandacht zal verdwijnen. Er blijft een land achter dat helemaal opnieuw moet worden opgebouwd. Voor de aardbeving had het al heel zwakke staatsstructuren. Er was niet voor niets een VN-macht aanwezig, om een minimum aan bestuur mee te helpen garanderen. Door de aardbeving is alles weg. Zelfs de gebouwen waarin de overheid zat, zijn letterlijk verdwenen.

Minister-president, in welke mate gaat Vlaanderen meehelpen om het land structureel herop te bouwen? Hebt u garanties dat het geld goed terechtkomt? Als dergelijke grote bedragen naar een land stromen waar weinig of geen staatsstructuren zijn, zijn malafide elementen er uiteraard als de kippen bij om een deel van de fondsen naar hun bankrekening over te hevelen. Dat moeten we zo veel mogelijk vermijden.

In verband met de coördinatie en de samenwerking is het inderdaad zo dat het V-MED-team met een Airbus van de Belgische luchtmacht naar Haïti is gegaan. In de vraag van mevrouw Brusseel las ik een ondertoon dat men van die aardbeving geen gebruik moet maken om in Haïti met de Vlaamse leeuw te zwaaien. Dat is mijn interpretatie. Ik stel het scherp. Men moet er ook geen gebruik van maken om met de Belgische tricolore te zwaaien. Federaal minister Vanackere noemde in de Senaat het feit dat V-MED met een Belgische Airbus meeging, al een voorbeeld van samenwerkingsfederalisme. Als het feit dat mensen hetzelfde vliegtuig kunnen nemen samenwerkingsfederalisme is, ben ik er misschien ook wel voor. Maar ik vrees dat samenwerkingsfederalisme wat anders inhoudt.

Minister-president, vindt u dat de coördinatie in de eerste plaats op Belgisch niveau moet gebeuren of op Europees niveau? Mevrouw Ashton is de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van de EU. Zij werpt zich nu op als de coördinator van alles wat Europa doet. Het lijkt me ook een stuk efficiënter dat de 27 lidstaten en alle deelentiteiten samen hun hulp coördineren. Voor mij is het compleet onbelangrijk met welk vliegtuig het V-MED-team naar daar gaat. Als er een Belgische Airbus ter beschikking is, is dat prima. Als dat een Frans, een Nederlands of een Italiaans vliegtuig is, is dat voor mij even goed. Minister-president, ik hoor graag uw visie over op welk niveau de coördinatie in de eerste plaats moet gebeuren.

Minister-president Kris Peeters : Voorzitter, collega’s, het is verschrikkelijk wat er gebeurd is in Haïti. Alle hulp voor die mensen was en is aangewezen.

Het eerste bij zo’n ramp is medische hulp. Ik ben heel blij en ook fier dat wij in Vlaanderen mensen hebben die zeer deskundig zijn in de urgentiegeneeskunde en dat verschillende ziekenhuizen voor dat medisch urgentieteam bij een ramp ergens in de wereld vrij snel dokters laten uitrukken en medische diensten verlenen. Dit toont aan dat Vlaanderen, hoe klein sommigen het ook vinden, toch groots kan zijn bij moeilijke momenten aan de andere kant van de wereld.

B-FAST heeft drie taken. Ten eerste speurt het rescue team met honden en andere instrumenten naar overlevenden of overledenen onder het puin. Ten tweede heeft de actie een medische tak, een veldhospitaal. Ten derde staat het team in voor waterzuivering en dergelijke door de civiele bescherming. Het medisch interventieteam van Vlaanderen zit op de tweede activiteit, de medische ondersteuning. De complementariteit zit in het volgende. Op 13 januari zijn vijf dokters, vijf verpleegkundigen en drie logistieke medewerkers afgereisd naar Haïti. Zij zijn niet vertrokken met een veldhospitaal of met heel wat materiaal, het is eigenlijk een vrij mobiele groep die kan opereren en medische bijstand kan geven los van de hoofdstad of het gebied waar het veldhospitaal is opgeslagen. Met de kennis, de knowhow en de mensen kunnen wij een bijdrage leveren die geen doublure is van wat het federale niveau als terechte activiteit met B-FAST ontwikkelt.

Achter sommige dingen hoef je niet veel te zoeken. Vrij snel na het bericht over de aardbeving in Haïti heeft dokter Beaucourt gezegd dat hij ging vertrekken, eerst met acht mensen, dan met dertien. Binnen enkele uren staan die ter beschikking. Er is afgesproken met dat medisch interventieteam dat wanneer dokter Beaucourt meent dat hij de diensten van zijn team kan aanbieden voor een ramp, de minister voor Ontwikkelingssamenwerking – ik dus – zijn goedkeuring moet geven. Hij heeft me dus gevraagd of hij met zijn team kon vertrekken. Gezien de ernst van de situatie was mijn antwoord direct: als de mensen daarvoor kunnen worden vrijgemaakt, vind ik het heel belangrijk dat u zo snel mogelijk vertrekt.

Dan heeft dokter Beaucourt een hele weg afgelegd om een vliegtuig te vinden om daar te geraken. In de loop van de namiddag heeft hij mij opnieuw opgebeld om te zeggen dat hij klaarstond met dertien mensen, maar dat ze nergens op een vliegtuig konden. Dan heb ik gezegd dat het misschien vrij snel opgelost zou zijn en dat ik contact zou opnemen met federaal minister De Crem. Ik had intussen begrepen dat er een vliegtuig klaarstond. Ik heb minister De Crem gevraagd of ons team kon meevliegen. Ere wie ere toekomt: hij heeft direct gezegd dat het geen enkel probleem was. Dat is teruggekoppeld naar dokter Beaucourt, en zij zijn mee vertrokken met dat vliegtuig ’s avonds om tien uur.

Voorzitter, u hebt gelijk. Als dat vliegtuig geen plaats had kunnen vrijmaken voor dit team, had ik ook naar de Italianen, de Fransen en weet ik wie gebeld. Het belangrijkste was dat het team zo snel mogelijk kon vetrekken. Dat het samen met B-FAST is vertrokken, is een goede zaak. Zo eenvoudig is dat. Met één telefoontje kunnen heel wat problemen worden opgelost.

Het team heeft schitterend werk geleverd. Er is bijna dagelijks contact geweest. Op een bepaald moment dacht ik: als er een gevaar is voor het B-FAST-team, hoe gaat het dan met ons team? Men stuurde soldaten. Dan heb ik opnieuw contact opgenomen om ervoor te zorgen dat men ook wist waar het Vlaamse medisch interventieteam zich bevond. Ik heb ook contact gehad met dokter Beaucourt om er zeker van te zijn dat zijn veiligheid en die van zijn team niet in gevaar waren.

Dokter Beaucourt heeft mij laten weten dat hij nu vrijdag terug zal zijn in Vlaanderen. Wij zullen vrijdagnamiddag een volledig verslag krijgen. Ik zal de nodige maatregelen treffen. Die mensen hebben schitterend werk geleverd in heel moeilijke omstandigheden. Het V-MED is zeer eenvoudig qua structuur. We hebben 80.000 euro subsidie gegeven om de samenwerkingsovereenkomst mogelijk te maken. Die bedragen kunnen ook worden ingezet voor medisch materiaal, de reiskosten van de teamleden, logies en voeding, kosten voor de verzekering, transport van het medisch materiaal. Dat wordt er allemaal door gedekt. Voor vertrek raamde dokter Beaucourt de kostprijs op 26.000 euro.

Die mensen doen dit volledig kosteloos. Ze vragen een aantal dagen verlof of onbetaald verlof en vertrekken. Het is zeer lovenswaardig. Ik heb een paar keer laten bellen naar de ziekenhuizen waar ze actief zijn om te verwittigen dat de dokter nog niet aanwezig kon zijn. Zij worden er niet voor betaald. Ik apprecieer dat heel sterk, alle leden van deze commissie hopelijk ook. Ik ga ervan uit dat we vrijdag meer tekst en uitleg krijgen. Ik heb wel al wat informatie: ze hebben zich op een bepaald moment gevestigd in een plaatselijk ziekenhuis Saint François de Sales in het centrum van de Haïtiaanse hoofdstad, maar ik zal later een overzicht geven.

Ik vind het heel belangrijk dat we dat vanuit Vlaanderen doen, dat we de knowhow en de mensen hebben, dat het beleid dat ondersteunt – wat niet veel geld kost maar wel een wereld van verschil maakt – en dat we dat maximaal coördineren op Europees niveau of op een ander niveau, zodat we geen mensen sturen die daar niet efficiënt kunnen werken. Ik sta open voor elke verdere coördinatie. Coördinatie is wat mij betreft echter nooit een recuperatie. Wij zijn ervan overtuigd dat wat wij doen, goed is. Het is vanzelfsprekend dat dat kan gebeuren in samenhang met het federale niveau en met andere landen.

Wij hebben 300.000 euro uitgetrokken. Dat geld gaat naar het consortium van de organisaties Caritas International, Handicap International, Oxfam-Solidariteit, Dokters van de Wereld en Unicef België. Ik heb een overzicht van de activiteiten van alle organisaties die met dat geld worden gefinancierd. Het is heel belangrijk dat we werken met ngo’s, in dit geval met een consortium. Deze organisaties hebben al bewezen dat ze dat geld zeer zorgvuldig en zeer adequaat gebruiken. Wij volgen dat uiteraard op, maar wat mij betreft, is er ab initio een vrij groot vertrouwen in die organisaties.

Een typische bijdrage die wij kunnen leveren, tussen al die massale support die van andere landen komt, is de borgstelling die wij in het verleden al hebben gegeven aan de microfinancieringsinstelling ACME, waar men kleine gewaarborgde bedragen geeft aan kleine ondernemers in de economie of de verborgen economie. Ook die bank is getroffen door de aardbeving. Ze is letterlijk en figuurlijk ingestort. De 24.000 klanten kunnen hun lening ook niet meer terugbetalen. Die waarborg wordt dus uitgewonnen. Wij hebben gezegd dat wij die 300.000 euro zullen betalen. We zullen daar nog eens 50.000 euro aan toevoegen om de heropstart mogelijk te maken. We hebben dat overigens niet alleen gedaan. De Europese Investeringsbank heeft 100.000 euro gegeven, en ook Incofin heeft 10.000 euro gegeven. Dankzij al die tussenkomsten worden die kleine ondernemingen opnieuw mogelijk.

Daarnet is ook de pertinente vraag gesteld hoe de heropbouw van Haïti moet worden aangepakt. We moeten weten wat we kunnen en wat we niet kunnen. Door dergelijke initiatieven kunnen wij effectief een bijdrage leveren. We hebben al gezien met welke middelen de Amerikanen daar zijn uitgerukt. Dat is allemaal ten goede, maar er zal ook wel wat politiek achter zitten. In dat kader is het belangrijk dat wij onze middelen daar heel gericht inzetten. Via de ondersteuning van die microfinancieringsinstelling kunnen wij een verschil maken.

We hebben dus die 300.000 euro voor een aantal activiteiten, waarvan ik u het overzicht kan bezorgen. Daarnaast is er de ondersteuning van de reeds vermelde microfinancierings­instelling. Volgende week krijgen we een uitgebreid verslag van het Vlaamse medisch interventieteam. We zullen dan opnieuw bekijken waar we staan. Is er nog nood aan bijkomende steun? Welke bijkomende steun is er nodig voor de opbouw van Haïti?

Dat mag niet betekenen dat we afwijken van de engagementen ten aanzien van andere landen. We moeten bekijken hoe we nog verdere bijdragen kunnen leveren.

Mevrouw Ann Brusseel : Ik wil mij niet verkeerd begrepen voelen, minister-president. Mijn pleidooi voor coördinatie heeft absoluut niets te maken met vaandelzwaaien. Dat is helemaal niet mijn stijl. Een vlag uithangen, is niet iets wat mij interesseert, of het nu een Vlaamse of een Belgische is. Hier gaat het over efficiëntie, het aanwenden van middelen. Ik heb het liefst dat er meer middelen gaan naar de getroffen Haïtianen dan naar het transport van goederen.

De samenwerking hoeft daarom niet altijd met B-FAST te zijn, maar het is handig. De teams vertrekken allebei van op Melsbroek, dus dat is de handigste oplossing. Ik heb er geen bezwaar tegen dat u samen met de Italianen wilt vliegen, maar dan zal het iets minder efficiënt zijn en zult u iets meer tijd verliezen. Via Rome vliegen zal toch een centje meer kosten. Daarom blijf ik pleiten voor samenwerking.

U hoeft zich geen zorgen te maken: het heeft niets te maken met een minachting voor de Vlaamse leeuw of met verheerlijking van de Belgische driekleur. Dat is niet mijn ambitie.

Mevrouw Sabine Poleyn : Minister-president, ik wil u danken voor uw antwoord en u feliciteren met uw creativiteit. Het is de eerste keer dat twee nieuwe instrumenten zijn uitgevonden: enerzijds het V-MED-team, anderzijds de rechtstreekse steun aan de microfinancieringsinstelling. Ik vind dat heel positief.

Ik hoop dat u er, eenmaal de situatie weer wat rustiger is geworden, in zult slagen alle ervaringen in een draaiboek op te nemen. We moeten nagaan wat beter kan en wat in een andere situatie best kan worden toegevoegd. Op die manier kunnen we een volgende keer vanuit onze ervaringen vertrekken en hoeven we hetzelfde werk niet helemaal opnieuw te leveren.

De vorige Vlaamse Regering heeft de media met betrekking tot de actie Tsunami 1212 warm moeten maken. Dat was toen nodig om een solidariteitsactie op gang te brengen. In verband met de media zal er de komende maanden, als de eigenlijke ramp voorbij is, nog werk zijn. De gewone journaals en programma’s zouden voldoende aandacht moeten schenken aan de uiteindelijke heropbouw en de toekomstige situatie van dit land en aan gelijkaardige situaties in de rest van de wereld. Dit is een suggestie voor later.

De heer Kurt De Loor : Ik wil de minister-president danken voor zijn antwoord. Ik ben tevreden met zijn woorden en met de manier waarop onze noodhulp en onze knowhow ter plaatse is ingezet. Ik zou tegelijkertijd ook willen benadrukken dat we op middellange en lange termijn onze schouders onder structurele oplossingen voor het land moeten zetten. Wat de heropbouw betreft, moeten we zeker rekening houden met de ontwikkeling van de Haïtiaanse bevolking. Dit is een oproep om deze zaak op middellange en lange termijn, wanneer de ramp al lang uit de media en van de politieke agenda is verdwenen, te blijven opvolgen.

De heer Karim Van Overmeire : Ik wil de minister-president persoonlijk nog even voor zijn uitvoerig antwoord bedanken. Ten behoeve van mevrouw Brusseel wil ik tevens opmerken dat op die Belgische Airbus ook een Luxemburgse ploeg en vijf EU-onderdanen zaten. De Franse ploeg wilde mee, maar was niet op tijd. Misschien ligt Melsbroek te ver van Parijs.

Verslag VOU 758 – Eventuele noodhulp aan Haïti