Visserijakkoord tussen EU en Marokko over bevissing kusten Westelijke Sahara illegaal.

Vraag om uitleg van de heer Jan Roegiers tot de heer Kris Peeters , minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over het vissen voor de kusten van de Westelijke Sahara door schepen uit de EU

Vraag om uitleg van de heer Marc Hendrickx tot de heer Kris Peeters , minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over het visserijakkoord met Marokko

Vraag om uitleg van de heer Jan Roegiers tot de heer Kris Peeters , minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over het vissen voor de kusten van de Westelijke Sahara door schepen uit de EU

Vraag om uitleg van de heer Marc Hendrickx tot de heer Kris Peeters , minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over het visserijakkoord met Marokko

De voorzitter : De heer Roegiers heeft het woord.

De heer Jan Roegiers : Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, deze vraag om uitleg lijkt op het eerste gezicht ver van ons bed, maar we zouden wel eens van zeer dichtbij het visserijakkoord tussen Marokko en de EU tot stand zien komen.

Het visserijakkoord tussen de EU en Marokko, goedgekeurd in maart 2006 maar pas in maart 2007 in werking getreden, bepaalt onder andere waar Europese schepen voor de kusten van Marokko mogen vissen. Deze wateren bevatten een van de rijkste visreserves van de wereld.

Bijzonder problematisch is dat het akkoord een vage territoriale toepasbaarheidsclausule omvat die geen zuidelijke grensbepaling vastlegt. Marokko bepaalt grotendeels waar Europese schepen kunnen vissen. Dat is onder meer voor de kusten van de Westelijke Sahara, een gebied dat internationaalrechtelijk helemaal niet tot Marokko behoort. Geen enkele staat ter wereld erkent de Marokkaanse annexatie van de Westelijke Sahara. Ondanks de meer dan honderd VN-resoluties die het recht op zelfbeschikking aan de Sahrawi toekennen, blijft Marokko elke medewerking aan het dekolonisatieproces in de Westelijke Sahara weigeren. De Marokkaanse autoriteiten gaan naar verluidt overigens niet altijd even plichtsbewust – ik druk me nu zeer voorzichtig uit – om met de mensenrechten tegenover Sahrawi die hun politieke mening kenbaar maken.

Er kunnen dus best wel wat vragen worden gesteld bij het samenwerken met Marokko inzake de exploitatie van de Saharaanse grondstoffen. Bovendien ondermijnt het de VN-inspanningen om het conflict op een vreedzame manier op te lossen. Volgens de VN kunnen de natuurlijke rijkdommen van de Westelijke Sahara niet geëxploiteerd worden zonder rekening te houden met de wensen en de belangen van de bevolking van het betrokken gebied. De EU betaalt evenwel de Marokkaanse overheid om toegang te krijgen tot de Saharaanse wateren, zonder daarbij de Sahrawi te consulteren.

De EU mag volgens mij het VN-vredesproces in de Westelijke Sahara niet ontwrichten. Daartoe dient de EU het recht op zelfbeschikking van de Sahrawi over hun land en hun grondstoffen te respecteren, dus ook de visvangst voor de kusten van de Westelijke Sahara.

Wellicht zullen onderhandelingen over een eventuele vernieuwing van dit visserijakkoord – afgesloten voor drie jaar – reeds begin volgend jaar aanvangen, niet toevallig onder het Spaanse voorzitterschap van de EU. Aangezien België deel uitmaakt van de volgende Europese trojka, zullen we deze onderhandelingen wellicht van heel dichtbij kunnen en moeten opvolgen en misschien wel finaliseren als we niet binnen de eerste zes maanden rond geraken. Bovendien behoort visserij tot categorie V binnen het samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en de gemeenschappen en gewesten, wat maakt dat Vlaanderen zo goed als op de eerste rij zal zitten bij het tot stand komen van dit vernieuwde akkoord. Deze materie behoort tot de communautaire bevoegdheden. We zullen niet op de eerste rij zitten om de onderhandelingen te voeren maar wel om ze goed te keuren.

Het Europees Parlement heeft bij de totstandkoming van het vorige akkoord enkele amendementen ingediend. Eén, de financiële tegenprestatie van de EU moet ook worden gebruikt voor de ontwikkeling van de bevolking van Marokko en de Westelijke Sahara die van de visserij leeft. Twee, de overeenkomst moet worden uitgevoerd in overstemming met het internationaal recht. Dat lijkt me nogal logisch. Drie, indien blijkt dat de overeenkomst wordt toegepast op een manier die strijdig is met de internationale verplichtingen, moet de Commissie de overeenkomst schorsen.

Bij de totstandkoming van het vorige akkoord hebben vier landen opmerkingen gemaakt: Cyprus, Finland, Ierland en Zweden. U begrijpt dat ik vanuit mijn fractie wil aandringen op de alertheid van Vlaanderen bij de totstandkoming van de eventuele nieuwe overeenkomst. Ik zou daarom graag een evaluatie maken van het oude akkoord.

Werden de Sahrawi sinds de inwerkingtreding van het akkoord van 2006 geconsulteerd? Het akkoord stipuleerde een mid-term review. We zijn nu bijna drie jaar verder, maar die review is nog niet gebeurd. Zijn hiertoe concrete plannen? Is het door het akkoord ingestelde ‘Joint Committee’ al eerder samengekomen om de implementatie te bespreken? Is al bewezen dat het huidige akkoord de Sahrawi ten goede komt? Ziet de minister-president mogelijkheden om dit in een nieuw akkoord recht te trekken? Welk standpunt zal de Vlaamse Regering innemen over het vissen voor de kust van de Westelijke Sahara wanneer de onderhandelingen over een nieuw visserijakkoord tussen de Europese Unie (EU) en Marokko van start gaan? Welke rol kan of wil Vlaanderen op dit vlak spelen?

De voorzitter : De heer Hendrickx heeft het woord.

De heer Marc Hendrickx : Mevrouw de voorzitter, aangezien mijn vragen in grote mate gelijk lopen met de vragen die de heer Roegiers net heeft gesteld, zal ik niet in herhaling vallen. Ik heb de indruk dat de heer Roegiers en ik deze vragen om uitleg ongeveer gelijktijdig hebben opgesteld. Toen de delegatie van de Sahrawi Brussel heeft aangedaan, heeft de problematiek ons allebei aan het denken gezet.

Hoewel ik de uiteenzetting van de heer Roegiers niet wil herhalen, wil ik nog even iets zeggen over het zogenaamde Baker-plan van de Verenigde Naties (VN). De VN vraagt al jaren om een referendum. De Marokkaanse overheid blokkeert dit al jaren. Ik vrees echter dat wij dit niet zullen kunnen oplossen.

Mijnheer de minister-president, wat is het standpunt van de Vlaamse Regering over de Westelijke Sahara? Hebben we hier eigenlijk een standpunt over? Is het nog de bedoeling een standpunt in te nemen?

In 2010 zal België tot de trojka behoren. Kunnen we hier gebruik van maken om de federale overheid en onrechtstreeks ook de Europese instellingen onder druk te zetten om naar aanleiding van de herziening van het visserijverdrag een einde aan deze illegale toestand te maken?

De voorzitter : Mevrouw Brusseel heeft het woord.

– De heer Karim Van Overmeire treedt als voorzitter op.

Mevrouw Ann Brusseel : Mijnheer de voorzitter, ik wil me graag bij de vragen van de vorige sprekers aansluiten. Ik zal natuurlijk niet alles herhalen. De illegaliteit van de aangehaalde praktijken is tijdens de vorige bijeenkomst van de VN, op 4 en 5 december 2008, nog door ambassadeur Corell vermeld. Hij heeft toen naar het illegale karakter van het partnerschap verwezen. Ik zou willen benadrukken dat hier iets aan moet worden gedaan. Het zou een goede zaak zijn indien Vlaanderen op dit vlak een rol zou kunnen spelen.

De voorzitter : Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters : Mijnheer de voorzitter, nog niet zo lang geleden heeft dit land een van de grootste delegaties ooit naar Marokko gestuurd. Ik ga ervan uit dat dit dossier toen niet is besproken. Ik heb het dossier geüpdatet en ik zal nu trachten alle vragen te beantwoorden. Het juridisch aspect van de zaak is heel interessant. Vanuit het oogpunt van het internationaal recht is dit immers een ingewikkeld dossier. Ik zal trachten onze positie wat te duiden.

De heer Corell is de voormalige ondersecretaris-generaal voor Juridische Zaken van de VN. Op 29 januari 2002 heeft hij zich over deze zaak uitgesproken. Ik wil echter duidelijk maken dat de Westelijke Sahara volgens de VN geen bezet gebied in de juridische zin van het woord is. Volgens de VN gaat het om een non-self-governing territory. Hieruit vloeit voort dat de belangen van de volkeren in deze niet-zelfbesturende territoria centraal staan. Hun welzijn en ontwikkeling zijn de zogenaamde ‘sacred trust’ van de besturende overheid. Die overheid moet die belangen bij economische beslissingen steeds voor ogen houden. Hoewel Marokko niet officieel als besturende overheid bij de VN is geregistreerd, wordt dit beginsel mutatis mutandis op deze situatie toegepast.

Ik vat de juridische redenering even samen. Een non-self-governing territory is geen bezet gebied. Het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren moet voor de besturende overheid vooraan staan. Hoewel Marokko niet als zodanig is geregistreerd, wordt dit principe hier ook toegepast.

De discussie over deze redenering is ook in het advies van voormalig ondersecretaris-generaal Corell terug te vinden. We kunnen dit debat natuurlijk verder voeren. Ik vermeld hier enkel de stand van zaken met betrekking tot deze discussie.

Het visserijakkoord tussen de EU en Marokko strekt zich niet enkel uit tot de zones waarover Marokko soevereiniteit heeft. Het gaat ook om de zones waar Marokko zijn rechtsmacht uitoefent. De kustzones van de Westelijke Sahara vallen hieronder. We kunnen dit aan het advies van de heer Corell koppelen. Zolang de belangen en de wensen van de lokale bevolking niet worden miskend, is de situatie niet ipso facto illegaal.

Het akkoord trad in werking op 28 februari 2007 en loopt tot 27 februari 2011. Het bijgevoegd protocol voorziet niet in vangstmogelijkheden voor Vlaamse vissers, maar wel voor vissers uit Spanje, Portugal, Italië, Frankrijk, Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Polen, Letland en Litouwen. Tussen haakjes, bij het zien van deze lijst, lijkt het me toch eigenaardig dat wij daar niet mogen vissen, want als Nederland dat mag, waarom wij dan niet? Als wij in de tweede helft van 2010 de Visserijraad mogen voorzitten en dit dossier zich aandient, wil ik daar toch eens over spreken.

Ik overloop even uw vragen. Inzake het standpunt van de Vlaamse Regering ten aanzien van de Westelijke Sahara herhaal ik het eerste punt van de eerste strategische doelstelling van mijn beleidsnota, die iedereen kent, waarin staat dat we voorrang geven aan de logica van het internationale recht. Dat betekent dat we het standpunt van de Verenigde Naties onderschrijven dat de Westelijke Sahara een niet-zelfbesturend territorium is waarvan de bevolking het recht op zelfbeschikking heeft.

Op 11 december 2008 was er voor het eerst in de geschiedenis een ontmoeting van de toenmalige Europese Commissaris voor Externe Betrekkingen en de leider van het Polisario. Op 27 en 28 januari 2009 bezocht een delegatie van het Europees Parlement de Westelijke Sahara. Ik heb geen verslag van deze ontmoetingen.

In het kader van het visserijakkoord zelf bleven de contacten echter beperkt tot de officiële delegaties van de Europese Commissie en van de Marokkaanse regering.

Op 22 januari 2009 riep het Polisario een exclusieve economische zone van 200 zeemijl voor het gebied uit en riep het de Europese Unie publiekelijk op om het visserijakkoord met Marokko te schorsen. Het is echter moeilijk in te schatten in hoeverre de bevolking van de Westelijke Sahara deze oproep steunt.

Er vond geen officiële mid-term review plaats van het verdrag, maar in het kader van de jaarlijkse gemengde commissies van de Europese Commissie en Marokko wordt er natuurlijk wel een evaluatie gepland. Wegens agendaproblemen werd de gemengde commissie van december 2009 verplaatst naar de eerste helft van 2010.

Een deel van de financiële bijdrage van de Europese Unie door Marokko moet worden aangewend voor steun aan de sector, bijvoorbeeld door trainingen en opleidingen voor lokale vissers in zowel Marokko als in de Westelijke Sahara. Daarnaast wil het akkoord ook bijdragen aan een duurzame en verantwoorde visserij. Dit is ook in het langetermijnbelang van de lokale bevolking. Voor bepaalde categorieën uit het visserijakkoord moet bovendien een gedeelte van de vangst verplicht aangeland worden in Marokkaanse havens, wat voor het grondgebied van de Westelijke Sahara zowel in de kleine haven van de belangrijke stad El Aaiún als in de havenstad Dakhla mogelijk is.

Het blijft, bij gebrek aan uitgesplitste cijfergegevens, een vraag in hoeverre het visserijakkoord in de praktijk tegemoetkomt aan de wensen van de bevolking van de Westelijke Sahara. Het is dus niet duidelijk in welke mate er zaken moeten worden rechtgetrokken; dat zal moeten blijken wanneer de Commissie volgend jaar voorstellen zal doen voor een nieuw akkoord.

U vraagt welk initiatief de Vlaamse Regering zal nemen, maar ik kan daar nog niet op vooruitlopen. We wachten met reageren tot we meer elementen hebben en tot de Commissie wat meer in haar kaarten laat kijken. Het lijkt me dus verstandig om eerst nog even af te wachten en om pas later een standpunt te formuleren. Dat standpunt komt er zeker, natuurlijk rekening houdend met de logica van het internationale recht, het uitgangspunt van mijn beleidsnota.

Bovendien is het weliswaar zo dat Vlaanderen namens België zetelt in de Visserijraden en dat ik die in het najaar van 2010 ook zal mogen voorzitten, maar het klopt dat Spanje ook een belangrijke rol zal spelen in dat triovoorzitterschap. Ik trap een open deur in wanneer ik zeg dat Spanje een traditionele sympathie heeft voor de bevolking waar u naar verwijst, maar anderzijds behoren de Spaanse vissers bij de belangrijkste begunstigden van dit akkoord.

We zullen de zaak zorgvuldig opvolgen en het standpunt bepalen als we meer tekst en uitleg krijgen van de Commissie. De evaluatie moet in het voorjaar gebeuren. We zullen dat ook opvolgen. We erkennen het zelfbeschikkingsrecht zeer nadrukkelijk. Dat wil ik nog eens bevestigen.

De voorzitter : De heer Roegiers heeft het woord.

De heer Jan Roegiers : Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister-president. Volgens mij is dat laatste het belangrijkste: u gaat dit zorgvuldig opvolgen. Dat betekent dat u dat zelf gaat doen vanaf 1 januari, aangezien we dan deel uitmaken van het triovoorzitterschap.

Vijf jaar geleden was ik in El Aaiún. Toen was het een Marokkaanse stad, nu blijkt ze weer te behoren tot de Westelijke Sahara. U spreekt over de kleine haven van El Aaiún. Het is me niet altijd duidelijk tot welk gebied dat behoort. Dat maakt de zaak niet eenvoudiger.

Het gaat om een niet-zelfbesturend territorium. Ik ben geen jurist en al helemaal geen specialist in internationaal recht. Mag Marokko dan beslissen of er voor de kusten van de Westelijke Sahara mag worden gevist? Of heeft de VN momenteel de macht om dat te doen?

U zei in uw antwoord: “Zolang belang en wensen van lokale bevolking niet worden miskend.” Als u dit koppelt aan de zorgvuldige opvolging, moet ik u bedanken voor uw antwoord. Ik hoop dat we dit samen verder kunnen volgen.

De voorzitter : De heer Hendrickx heeft het woord.

De heer Marc Hendrickx : Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister-president, ik kan het niet beter formuleren dan de heer Roegiers. Ik zal erop blijven toezien dat de aangekondigde opvolging zal plaatsvinden.

U hebt er ons attent op gemaakt dat dat om twee redenen van belang is: de problematiek zoals wij ze hebben aangekaart en het feit dat de Vlaamse vissers daarvan uitgesloten blijven. Het lijkt me belangrijk om daarop attent te zijn bij de komende heronderhandeling van het akkoord. Ik heb er alle vertrouwen in, mijnheer de minister-president, dat u dat zult doen.

De voorzitter : Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters : Ik ben wel jurist, mijnheer Roegiers, maar ik ben steeds voorzichtig en luister naar de ambtenaren en mensen die dat van zeer nabij volgen. Ik heb begrepen dat Marokko kan beslissen als het rekening houdt met de belangen van de bevolking. Als het daar geen rekening mee houdt, heeft Marokko een probleem. Het zijn niet de VN, maar het is Marokko dat optreedt.

De voorzitter : Het incident is gesloten.

Tussenkomst VOU 440 J. Roegiers & VOU 470 M. Hendrickx – visserijakkoord Marokko