Veroordeling homoseksuelen in bilateraal partnerland Malawi

Ann Brusseel: " Ik ben uiteraard blij met de gratieverlening, maar dat neemt niet weg dat homoseksualiteit nog steeds een strafbaar feit is in Malawi. Malawi is één van de drie belangrijkste partnerlanden voor Vlaamse ontwikkelingshulp. Ik zou het dan ook niet meer dan normaal vinden dat er bij de intentieverklaring tussen Malawi en Vlaanderen over ontwikkelingssamenwerking duidelijke voorwaarden zouden opgenomen worden rond mensenrechten en non-discriminatie (gelijke behandeling voor homoseksuele, bi-seksuele, lesbische, transgender of interseksuele personen)."


Interpellatie van de heer Jan Roegiers over de veroordeling van een homokoppel in een partnerland voor ontwikkelingssamenwerking van Vlaanderen en de gevolgen die de Vlaamse Regering hieraan verbindt
Vraag om uitleg van mevrouw Ann Brusseel over de veroordeling van homoseksuelen in bilateraal partnerland Malawi

 

De heer Jan Roegiers : Voorzitter, minister-president, collega's, ik heb even getwijfeld of ik de interpellatie zou aanhouden dan wel ze ‘hangende’ zou houden. Ik heb besloten ze toch aan te houden, en zeg u straks waarom.

De aanleiding van het oorspronkelijke interpellatieverzoek kent u uiteraard: het is de effectieve veroordeling van een Malawisch homokoppel tot 14 jaar cel en dwangarbeid. Ik heb u reeds op 26 januari 2010 over deze zaak januari ondervraagd. Ook de heer Hendrickx heeft dat enkele weken geleden gedaan. U hebt een aantal diplomatieke stappen opgesomd die werden gezet: een gesprek met de ambassadeur van Malawi in België, een overleg met Schotland, enzovoort. Ik heb u daar toen heel oprecht voor gefeliciteerd, want u hebt gedaan wat u moest doen.

Vorige week stelden we echter vast dat ondanks alle genomen initiatieven de twee mannen effectief zijn veroordeeld. Het is een zware veroordeling: 14 jaar gevangenis. Pas nadat de secretaris-generaal van de VN bij de Malawische president op bezoek was geweest, heeft die laatste beslist en meegedeeld dat beide mannen om humanitaire redenen gratie wordt verleend. Maar – en nu komt de reden waarom ik mijn interpellatie vandaag toch aanhoud – hij voegde er in een beweging aan toe dat homoseksualiteit in Malawi verboden is en blijft. Ik ben dus ontzettend blij dat er een oplossing is voor die twee mensen, maar er is geen enkele garantie dat binnenkort zich niet opnieuw een gelijkaardig ‘incident’ zal voordoen en opnieuw een veroordeling wordt uitgesproken. Homoseksualiteit blijft er in het strafrecht ingeschreven.

Ik moet daarover niet uitweiden, de toestand is genoegzaam bekend. De meeste van mijn vragen blijven relevant en essentieel. Ik leg ze u dus voor. Een: aangezien homoseksualiteit in het Malawische strafrecht opgenomen blijft, vraag ik me af of u nieuwe stappen zult zetten om bij de Malawische autoriteiten aan te dringen op de naleving van fundamentele mensenrechten en de aanvaarding van seksuele diversiteit. Mijn tweede vraag is iets minder relevant geworden: hebt u vorige week geprobeerd om via de federale overheid de Belgische ambassadeur in Malawi in te schakelen? Mijn derde vraag is ook minder relevant: heeft onze Vlaamse vertegenwoordiger voor dit dossier een opdracht gekregen? U hoeft daar niet op te antwoorden, want het heeft geen belang meer. Ik vraag me wel af of het ambtsgebied van onze vertegenwoordiger in ‘Zuidelijk Afrika’ – zo staat het op de website – zich ook uitstrekt tot Malawi en Mozambique. Als dat zo is, dan kan hij in de toekomst een rol spelen.

De vierde vraag valt weg. De vijfde vraag is de volgende: op welke manier worden Belgische onderdanen en ngo-medewerkers beschermd tegen de gevolgen van de Malawische wetgeving? Zes: hoe verloopt de samenwerking met en welke afspraken werden gemaakt met andere landen of regio’s zoals Schotland om de druk op de ketel te houden en dat soort bepalingen uit het strafrecht te krijgen? De zevende vraag is niet voorbijgestreefd, en ze is fundamenteel: gaat de Vlaamse Regering in toekomstige partnerschapsovereenkomsten specifieke voorwaarden inzake mensenrechten en de aanvaarding van seksuele diversiteit opnemen, zodat zaken zoals deze voortaan beter kunnen worden vermeden?

Mevrouw Ann Brusseel : Voorzitter, minister-president, collega's, ik sluit me graag aan bij de vragen van de heer Roegiers. Ik wil even ingaan op het partnerschap met Malawi. Uiteraard ben ik zeer tevreden dat gratie is verleend, maar ik vind niet dat we het daarbij moeten laten. Malawi is een van onze drie belangrijkste partnerlanden voor ontwikkelings­hulp. De Vlaamse Regering trok in december 7 miljoen euro uit voor ontwikkelingshulp aan Malawi: 2 miljoen euro voor de gezondheidssector, 3 miljoen euro ter ondersteuning van de landbouw en 2 miljoen euro voor Unicef België om een waterproject te realiseren. Die steun zou niet in het gedrang komen. Uiteraard is dat voor de inwoners van Malawi een goede zaak.

In de intentieverklaring over ontwikkelingssamenwerking die tussen de regering van de Republiek Malawi en de Vlaamse Regering is afgesloten, biedt artikel 7.1 een perspectief om daadwerkelijk de problematiek van decriminalisering van homoseksualiteit en de relatie tussen succesvolle aids/hiv-programma’s en de strijd tegen homofobie te bespreken. In artikel 9.1 wordt een opening gecreëerd om de arrestaties op ‘een minnelijke wijze’ wel degelijk als een geschil op de agenda te plaatsen.

Problematisch is artikel 6 van de intentieverklaring. Daarin staat immers dat de Vlaamse Regering buitenlands – lees: Vlaams – holebipersoneel, hun partners en rechthebbenden die geen houder zijn van een diplomatiek paspoort en die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van of werken aan de projecten in het kader van de intentieverklaring onderwerpen aan de Malawische wetten. Die bepaling creëert een discriminatie van holebipersoneel in vergelijking met het heteropersoneel, en is in strijd met de Belgische wetgeving, want de Malawische wetgeving discrimineert dankzij de secties 153 – over onnatuurlijke strafbare feiten – en sectie 156 – over openbare zeden – die homoseksualiteit de facto strafbaar stellen.

Mensenrechtenorganisaties van over de hele wereld hebben al gereageerd op het vonnis en op de gratieverlening, ik ga er niet meer op in. Ook u hebt via de pers reeds laten weten dat u de veroordeling betreurt en tevreden bent met de gratieverlening. U zei ook dat u hierover met de Malawische ambassadrice zou praten. Wat heeft dat gesprek opgeleverd? Is de veroordeling ter sprake gekomen en wat was de reactie? Hebt u overlegd met collega’s van andere donorlanden om te bekijken hoe deze situatie verder aangepakt kan worden? Met welk resultaat? Hebt u er bij de Malawische overheid en bij andere overheden die homoseksualiteit strafbaar zouden stellen op aangedrongen om homoseksuele betrekkingen tussen twee volwassenen met wederzijdse toestemming te decriminaliseren? Met welk resultaat?

Hebt u er bij de Malawische overheid op aangedrongen dat de regering erop toeziet dat alle non-discriminatieclausules en principes van gelijke behandeling in de Malawische grondwet ook worden toegepast voor homoseksuele, biseksuele, lesbische, transgender of interseksuele personen en dat de gelijkaardige bepalingen in het Afrikaanse Handvest voor de rechten van de Mensen en van de Volkeren worden gerespecteerd? Zo ja, met welk resultaat? Laten de feiten zoals ze zich nu voordoen de handhaving toe van de huidige intentieverklaring tussen de regering van de Republiek Malawi en de Vlaamse Regering betreffende ontwikkelingssamenwerking? Wat vindt u van het opnemen van duidelijke voorwaarden inzake mensenrechten, non-discriminatie op basis van seksuele geaardheid inbegrepen, in toekomstige partnerschapsovereenkomsten?

De heer Johan Verstreken : Voorzitter, minister, collega's, het was even schrikken toen we vernamen dat die twee mannen waren veroordeeld tot 14 jaar opsluiting. Dat is in de 21e eeuw onaanvaardbaar. Ik sluit me dan ook graag aan bij de collega’s. We moeten ervoor zorgen dat in de toekomst met partnerlanden duidelijke afspraken worden gemaakt en dat dit blijvend wordt opgevolgd. In De Standaard staat dat homoseksualiteit in 35 Afrikaanse landen bij wet is verboden. Verder zijn er Aziatische landen waar dat ook het geval is. Ik kreeg vorig jaar een lijst van de heer Roegiers, en het was toch schrikken. Zelfs in bepaalde staten van de VS zijn ‘onnatuurlijke handelingen’ nog altijd bij wet verboden.

Ik vraag dus aan de minister-president en de regering om in de toekomst met mensenrechten rekening te houden. En ik dank natuurlijk de minister-president voor de geleverde inspanningen bij de ambassadrice van Malawi.

Minister-president Kris Peeters : Voorzitter, collega's, ik bedank diegenen die hebben gezegd dat ik in dit dossier goed en doortastend heb gehandeld. Het is natuurlijk spijtig dat deze mensen eerst tot 14 jaar dwangarbeid zijn veroordeeld, en nadien de secretaris-generaal van de VN het parlement moest toespreken vooraleer gratie wordt verleend. Dat ze gratie hebben gekregen, is natuurlijk positief. Ik heb hier een overzicht van wat we allemaal hebben ondernomen, maar dat is nu niet meer aan de orde.

Aanstaande vrijdag zal ik de ambassadrice van Malawi ontmoeten. Ik zal niet zeggen dat ik ze heb ontboden, maar het komt toch in de buurt. Vandaag is ze nog altijd niet in België aangekomen, en dat verklaart waarom ik ze pas vrijdag ontmoet. Ik zal met haar een aantal van uw opmerkingen bespreken. Over het resultaat kan ik uiteraard nog niets zeggen. Het is belangrijk om van haar te vernemen welk vervolg dit verhaal krijgt. Evenmin als u zou ik niet graag hebben dat binnenkort opnieuw mensen worden veroordeeld en we weer actie moeten ondernemen.

In de samenwerkingsverbanden en de akkoorden die we afsluiten, worden de mensenrechten en de Verklaring van de Rechten van de Mens van de VN meegenomen. Dat gebeurde al voor Mozambique. De intentieverklaring met Malawi zal in principe in 2012 worden vernieuwd, maar we zullen nagaan of dat niet sneller kan. Ik zal dat met haar bespreken.

We hebben geen ambassadeur in Malawi, maar wel in Tanzania. Hij neemt dat voor zijn rekening. Laten we de vergadering van vrijdag afwachten; nadien wil ik hier op dit dossier graag terugkomen. Wat de contacten met de federale diplomatie betreft, stel ik voor dat we wachten tot volgende week, om te kijken of er na het gesprek met de ambassadrice nog nood is aan bijkomende initiatieven.

De heer Jan Roegiers : Aansluitend bij mijn welgemeende felicitaties die ik vroeger heb geuit, wil ik nu zeggen dat u goed hebt gehandeld. We bevinden ons nu wel een beetje in een vacuüm omdat u de ambassadrice van Malawi bij u hebt uitgenodigd of ontboden en we dat gesprek moeten afwachten. Want in dat gesprek zult u onze bezorgdheden aan bod laten komen. Of en in welke mate kan onze commissie, die hierover toch al meermaals haar bezorgdheid heeft uitgedrukt, kennis nemen van de inhoud van dat gesprek en van de gemaakte afspraken? Als over de overeenkomst met Malawi, die in 2012 afloopt, versneld opnieuw kan worden onderhandeld, dan komt u in belangrijke mate tegemoet aan onze bezorgdheden. Voorzitter, het zou goed zijn als we de resultaten van dat gesprek zouden kunnen vernemen.

De ambassadeur zit in Tanzania, maar zijn ambtsgebied strekt zich toch uit tot Malawi. De vraag is achterhaald, maar als we de ambassadeur daarvoor hadden kunnen inschakelen, dan was dat een goede zaak geweest. Onze Vlaamse vertegenwoordiger heeft ‘Zuidelijk Afrika’ als ambtsgebied: is Malawi daarbij? Kan hij eventueel een rol spelen als dat nodig zou zijn? Maar het belangrijkste is natuurlijk wat ik zei over het gesprek met de ambassadrice.

Mevrouw Ann Brusseel : Ik dank u voor het antwoord. Zoals de heer Roegiers kijk ik uit naar het gesprek met de ambassadrice. Of het Vlaams personeel in het buitenland nu werkt voor het Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking (VAIS) of voor een andere organisatie: in principe moet voor bescherming kunnen worden gerekend op de consulaire bijstand. In dit geval is dat niet erg evident, want in Malawi is er geen consulaat en Dar es Salaam is geaccrediteerd voor Malawi, Zambia en Tanzania. Uw medewerker in Zuid-Afrika kan slechts tussenkomen in Malawi als hij in dat land zijn geloofsbrieven heeft overhandigd. Als men geen erkend diplomaat is, is dat een moeilijke zaak.

Alleen mensen met een diplomatiek statuut zijn beschermd: alle andere werknemers kunnen enkel hopen op clementie als hun geaardheid ter discussie komt te staan. Ik denk dat het goed zou zijn indien die nieuwe intentieverklaring of toch een deel ervan voor 2012 zou kunnen worden herzien. Wie omwille van zijn geaardheid plotseling problemen krijgt met de overheden in Malawi, kan nergens op rekenen. Zelfs daar kan een consul weinig aan doen. Zo staat het ook in de meeste reisadviezen van de landen waar homoseksualiteit strafbaar wordt gesteld. Men is op zichzelf aangewezen en men is gewaarschuwd voor men naar dat land vertrekt. Het zou goed zijn indien Vlaanderen voor zijn personeelsleden een beter en veiliger statuut kon uitwerken.

Ik kijk uit naar het resultaat van uw gesprekken met de ambassadeur.

Minister-president Kris Peeters : Na het onderhoud met de ambassadeur zal ik de voorzitter van de commissie informeren met een debriefing. Ook de leden van de commissie kunnen die informatie dan krijgen.

Malawi is een ontwikkelingsland waar we een niet-onaanzienlijk bedrag in investeren. Dat wordt heel goed besteed. Er zal een spanningsveld ontstaan om onze ontwikkelingshulp te kunnen doorzetten en dit probleem op te lossen. Wanneer we op een bepaald moment blokkeren op die wetgeving en op het feit dat homoseksualiteit in Afrika gevoeliger ligt dan in Europa, dan zullen we moeten nagaan hoever we die spanning kunnen opvoeren om de ontwikkelingshulp niet in gevaar te brengen. Ik wil echter niet op de zaken vooruitlopen. Ik ga ervan uit dat men ook vanuit Malawi het probleem onderkent. We kunnen ook daar verdere stappen zetten.

Mevrouw Brusseel, ik heb begrepen dat onze mensen daar wel een diplomatiek statuut hebben en dat zij door de overheid als partner worden aanzien. Toch moeten we nagaan hoe we dit, hopelijk eenmalig, incident in de toekomst kunnen vermijden.

Ik dank u voor uw suggesties, die zullen worden meegenomen in het onderhoud met de ambassadeur. Dat onderhoud vindt vrijdagnamiddag om 16 uur plaats.

De voorzitter : Tijdens de volgende commissievergadering kan worden voorzien in een moment waarop u dat zelf kunt toelichten. Dat lijkt me de meest zuivere manier om te communiceren.

Mevrouw Ann Brusseel : Minister-president, heb ik u goed begrepen toen u zei dat iedereen die daar werkt voor Vlaanderen een diplomatiek statuut heeft? Ik denk van niet. Secretariaatspersoneel en chauffeurs hebben geen diplomatiek statuut. Niet iedereen geniet dezelfde bescherming.

Minister-president Kris Peeters : Ik zal het laten natrekken. Ik zal daar volgende week dan duidelijkheid over geven.

De heer Jan Roegiers : Los van die onduidelijkheid is het wat de ngo-medewerkers betreft, wel heel duidelijk. Zij hebben helemaal geen diplomatiek statuut.

Minister-president, ik wil beamen wat u daarnet in uw laatste antwoord hebt gezegd. Ook voor mij bestaat er een voortdurend spanningsveld tussen de fundamentele mensenrechten en zaken zoals homoseksualiteit, die in het Westen en in sommige delen van het Westen gemakkelijker aanvaard worden dan in een aantal Afrikaanse landen enerzijds, en de noodzakelijke hulp die landen uit het Zuiden nodig hebben anderzijds. Ik besefte al van bij het begin van mijn interpellatie dat dit een spanningsveld blijft. Enerzijds moeten we omzichtig te werk gaan en anderzijds zo consequent mogelijk. Ik besef dat dit een bezorgdheid is die we allemaal delen.

Verslag VOU 2071 veroordeling homoseksuelen in bilateraal partnerland Malawi