Verklaringen van de minister-president betreffende de treinramp in Buizingen

Actuele vraag van de heer Christian Van Eyken tot de heer Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de verklaringen van de minister-president betreffende de treinramp in Buizingen van 15 februari laatstleden

De voorzitter: De heer Van Eyken heeft het woord.

Actuele vraag van de heer Christian Van Eyken tot de heer Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de verklaringen van de minister-president betreffende de treinramp in Buizingen van 15 februari laatstleden

De voorzitter: De heer Van Eyken heeft het woord.

De heer Christian Van Eyken: Minister-president, op 15 februari was er een zwaar treinongeval in Buizingen. U was toen op missie in Californië. Tijdens een van uw eerste verklaringen zei u dat het een zwarte dag was voor Vlaanderen. Dat is in het verkeerde keelgat geschoten bij een aantal Franstaligen en zelfs bij een aantal Nederlandstaligen. Het was immers geen zwarte dag voor Vlaanderen, maar voor de NMBS en voor heel België.

De dag van die treinramp is uw collega, Waals minister-president Demotte ter plaatse geweest. Ook de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant en de federale eerste minister zijn ter plaatse geweest. Van de Vlaamse Regering is echter niemand ter plaatse geweest om zijn medeleven te betuigen.

Minister-president, wat was de bedoeling van uw verklaring? U zei dat men u verkeerd had begrepen. Ik heb het echter ook gehoord en gezien op de televisie. Het betreft een federale materie, maar ik zou toch willen weten wat de bedoeling was van uw verklaring.

Waarom hebt u op die bewuste dag niemand van uw regering ter plaatse afgevaardigd?

De voorzitter: Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters: Voorzitter, ik ga proberen zeer sereen te antwoorden, uit respect voor de slachtoffers, hun familie en de gewonden.

Ik denk dat ik, ook vanuit dit parlement, in eerste instantie een diep medeleven met wat daar is gebeurd, moet uitdrukken. We kunnen dat niet genoeg onderstrepen. De hulpverleners die zeer goed hebben gewerkt, verdienen ook alle felicitaties. Ik denk dat ik dit alles heel duidelijk in mijn eerste reactie heb gezegd.

U verwijst naar “een zwarte dag voor Vlaanderen”. Het is natuurlijk zo dat dit ongeval in Vlaanderen is gebeurd. Dat is heel spijtig. Vanuit die invalshoek is het een zwarte dag voor Vlaanderen. Dit wil niet zeggen dat wij ons medeleven niet aan alle slachtoffers betuigen, of het nu Franstaligen zijn, Brusselaars, Vlamingen of mensen uit het buitenland. Dat heeft er niets mee te maken. Ik heb in mijn mededeling uitdrukkelijk gezegd dat we alle slachtoffers en gewonden ons diep medeleven betuigen. Het had ook elders kunnen gebeuren, maar het is spijtig genoeg op Vlaams grondgebied gebeurd. Als er dan een ongeval gebeurt, zegt men dat het een verschrikkelijke zware slag is en een zwarte dag is.

Ik heb zeer snel vanuit Californië contact gehad met de burgemeester, met de gouverneur, met de premier, met collega Hilde Crevits en met Rudy Demotte. Bepaalde media hebben dingen uitgebracht waar ik echt versteld van sta. Rudy Demotte – die heel correct is – heeft gezegd dat hij Kris Peeters enkele uren nadien aan de lijn heeft gehad. Hij was daar op het moment dat ik hem belde, net als de koning. Ik heb ze allemaal aan de lijn gehad. In afspraak met de collega’s waren alle ministers van de Vlaamse Regering die op dat moment thuis waren, zoals Hilde Crevits en Joke Schauvliege, aanwezig op de 5 minuten stilte ter nagedachtenis van de slachtoffers en op de herdenkingen.

Ik zie niet in waarom dit zo is geduid. Ik zie ook niet in waarom u dat zo duidt. Ik wil nog eens onderstrepen dat wij heel sterk meeleven met alle mensen die zijn omgekomen, met alle families en met alle gewonden, welke taal, welke nationaliteit ook of vanwaar ze ook komen.

De heer Christian Van Eyken: Minister-president, voor wat u net zegt, kan ik veel meer begrip opbrengen. U zegt effectief dat het gaat om slachtoffers aan wie we ons medeleven betuigen.

Het blijft me toch een beetje dwarszitten dat u een paar dagen later, voor Opel, uw missie wel hebt onderbroken. Het is misschien een aanvoelen dat de Vlaamse Regering, op het ogenblik van de ramp, niet aanwezig was.

Ik vind het ook erg – en dat heb ik in Franstalige kranten gelezen – dat men zei: ‘Un train flamand contre un train francophone’. Dat is echt bij het haar getrokken. Het ging niet over een Waalse trein tegen een Vlaamse trein. Het probleem stelt zich niet communautair, maar ik vind toch dat de regering op dat ogenblik aanwezig had moeten zijn en niet 2 dagen later.

De voorzitter: De heer Demesmaeker heeft het woord.

De heer Mark Demesmaeker: Voorzitter, ik prijs de sereniteit van de minister-president. Ik vind de manier waarop de heer Van Eyken dit forum gebruikt intriest.

Ik ben zelf van Halle. Ik neem regelmatig die trein. Het is een zeer dramatische week geweest. Wat daar is gebeurd, heeft bij de lokale gemeenschap diepe sporen nagelaten. Als Vlaams volksvertegenwoordiger wil ik, net als de minister-president, mijn hoed afnemen voor de hulpdiensten die daar hebben gewerkt. De brandweer, de politie, het Rode Kruis en de stadsdiensten hebben op een professionele en accurate manier hulp geboden. Daarnaast hebben veel inwoners vrijwillig hun solidariteit getoond. Ze hebben opvang geboden. Dat is steeds met een diep respect voor ieders taal en cultuur gebeurd.

Ik zie een groot verschil met een onderwerp dat ik gisteren in de commissie Welzijn ter sprake heb gebracht. Ik heb een vraag om uitleg gesteld over de manier waarop wij in Vlaams-Brabant dagelijks door Nederlandsonkundige hulpdiensten van Brusselse en soms ook Waalse ziekenhuizen worden bediend. Elke dag leggen zij een gebrek aan respect voor de toepassing van de taalwetgeving aan de dag. De taalwetgeving verplicht hen in Vlaams-Brabant Nederlandskundige hulpverlening te organiseren. Dit vormt een zeer groot contrast.

Mijnheer Van Eyken, van een fiere Belg als u zou ik in de eerste plaats verwachten dat u die jarenlang aanslepende schande met grote Belgische verontwaardiging zou aanpakken. Ik zou in de eerste plaats verwachten dat u uw Belgische francofone taalgenoten aanmaant om daar iets aan te doen. De verontwaardiging die u hier vandaag uit, is zeer selectief. Ik vind het zielig hoe u de tijd van de minister-president hier komt verprutsen. (Applaus bij de N-VA, bij CD&V en bij het Vlaams Belang)

De voorzitter: De heer Bouckaert heeft het woord.

Mijnheer Bouckaert, ik wil er nogmaals op wijzen dat u slechts een minuut hebt. (Opmerkingen van de heer Boudewijn Bouckaert)

Mijnheer Bouckaert, de klok is nog niet ingesteld. Uw partij stelt steeds dat ik het reglement moet toepassen.

De heer Boudewijn Bouckaert: Voorzitter, u valt me persoonlijk aan nog voor ik mijn mond heb geopend. Ik vind dit ongepast.

De voorzitter: Mijnheer Bouckaert, u hebt een minuut.

De heer Boudewijn Bouckaert: Namens mijn fractie wil ik mijn steun voor de serene aanpak van de minister-president uitspreken.

Ik wil de heer Van Eyken er nog op wijzen dat hij blijkbaar niet goed beseft hoe onze staatsordening in elkaar zit. De minister-president is, samen met de rest van de Vlaamse Regering, het staatshoofd van de Vlaamse Gemeenschap. Hij heeft, namens de Vlaamse Gemeenschap, zijn medeleven met alle slachtoffers van het treinongeval betuigd, ongeacht hun nationaliteit of hun afkomst. Ik vind dit een zeer humane actie van de minister-president.

De voorzitter: De heer Van Rompuy heeft het woord.

De heer Eric Van Rompuy: Voorzitter, ook ik zou de minister-president voor zijn reactie willen bedanken. Ik denk dat minister-president Demotte heeft begrepen dat het woord ‘Vlaanderen’ enkel op de locatie van het onderwerp sloeg. Die locatie ligt op de taalgrens.

Mijnheer Van Eyken, met deze actuele vraag insinueert u eigenlijk dat de minister-president niet solidair zou zijn omdat er ook Franstalige slachtoffers zijn gevallen. Dat is de grond van uw actuele vraag. U bekijkt alles vanuit een communautaire invalshoek. U probeert een dramatische situatie om partijpolitieke redenen te exploiteren. U bent eigenlijk een FDF’er.

Ik vind uw vraag aan de minister-president zeer persoonlijk en pijnlijk. U wekt de indruk dat hij niet solidair zou zijn met alle slachtoffers. Ik betreur dat u deze actuele vraag op deze manier in het Vlaams Parlement hebt gesteld. (Applaus bij CD&V, het Vlaams Belang, de N-VA en LDD)

De voorzitter: De heer Wienen heeft het woord.

De heer Wim Wienen: Voorzitter, ik vind deze actuele vraag op zijn minst misplaatst. Een poging om op de kap van zo veel slachtoffers en doden een louter politiek en communautair spelletje te spelen, noem ik enkel lijkenpikkerij.

Indien we de regionalisering van heel wat bevoegdheden, waaronder de bevoegdheid voor de spoorwegen, zouden voortzetten, zouden de spoorwegen er beter voorstaan dan nu het geval is. Daar ben ik van overtuigd.

Ten derde: als u problemen hebt met het feit dat de minister-president het woord ‘Vlaanderen’ en niet het woord ‘België’ in de mond nam, dan wil ik u laten weten dat het nog altijd mijn ambitie is om ervoor te zorgen dat het woord België nooit meer zal worden gebruikt.

De voorzitter: Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel: Het is zeer spijtig dat een steunbetuiging zo fout kan worden begrepen. Daarom wil ik aan alle collega’s en aan de minister-president heel vriendelijk een suggestie doen: misschien is het interessant om iets minder het woord ‘Vlaanderen’ en ‘Vlaams’ te pas en te onpas te gebruiken. (Rumoer)

De woorden ‘Vlaanderen’ en ‘Vlaams’ kunnen nuttig zijn, maar hier… (Rumoer)

Ik zou het waarderen als men me zou laten uitspreken. Het gaat er uiteindelijk om dat men steun betuigt, en dan doet het er eigenlijk niet toe over welke regio het gaat. Het gaat over mensen. Misschien kunnen we dat in het vervolg wat beter indachtig zijn.

Minister-president Kris Peeters: Voorzitter, collega’s, ik wou eerst zowel meerderheid als oppositie danken, maar na de laatste tussenkomst corrigeer ik dat. Ik wil daar niet dieper op ingaan, tenzij met de mededeling dat ik minister-president van Vlaanderen ben en enkel de plaats waar het ongeval is gebeurd in herinnering heb willen brengen. Ik heb geen onderscheid gemaakt tussen de slachtoffers, integendeel. In mijn bericht had ik het over alle slachtoffers.

Ik ga ervan uit dat men geen enkele reden ziet om hierover een polemiek te beginnen, ook uit respect voor de slachtoffers en hun familie. Ik ga er ook van uit dat dit parlement, meerderheid en oppositie samen, zich daarbij kan aansluiten. Ik neem afstand van uw reactie en hoop dat het parlement dit samen met mij doet. (Applaus)

De heer Christian Van Eyken: Voor de duidelijkheid wil ik zeggen dat we ons medeleven met alle slachtoffers moeten betuigen. Het ongeluk gebeurde inderdaad in Vlaanderen. Maar ik blijf erbij dat de uitspraak van de minister-president spijtig was, en dat ze slecht is overgekomen. Zoals de heer Demesmaeker zei: er was een groot elan van solidariteit en een goede samenwerking tussen de hulpdiensten. Ook dat mag worden benadrukt.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

Tussenkomst actuele vraag 24 februari 2010 – treinramp Buizingen