Uitdagingen van het lerarenloopbaanpact.

Voor open Vld zijn een aantal veranderingen in de lerarenloopbaan cruciaal: variatie, perspectief en motivatie.

Voor open Vld zijn een aantal veranderingen in de lerarenloopbaan cruciaal: variatie, perspectief en motivatie.

We moeten de vlakke loopbaan doorbreken met een verschil in het takenpakket tussen de junior leraar, de gewone leraar en de senior of expert leraar. De starter moet op goede begeleiding kunnen rekenen. Er moet meer flexibiliteit komen: één of meerdere jaren buiten het onderwijs werken en dan terugkeren met je nieuwe ervaring als leerkracht of directeur moet evident worden. Dat vereist geen reeks themaverloven maar een soepeler statuut.

Zowel de ‘promotiekansen’ (loopbaanladder) als de wisselwerking met sectoren buiten het onderwijs vereisen een ander statuut. Nu bouwen leerkrachten ‘anciënniteit’ op binnen hun ‘scholengroep’, die begrenzing is een gebrek aan waardering voor hun ervaring. De vaste benoeming is dus niet meer van deze tijd en moet op de schop. Ook het gebrek aan werkzekerheid voor starters moet aangepakt worden, een vervangingspool per regio kan dit probleem oplossen.

De gulden middenweg is degelijke contracten van onbepaalde duur, met vaste evaluaties. Een ontzettend belangrijke voorwaarde is dan wel de competentie van de directeur om een goed en vooral motiverend personeelsbeleid te voeren. Een modernisering van de lerarenloopbaan staat of valt met directies die hun leerkrachten waarderen en er het beste uithalen.

Het beste uit mensen halen houdt ook in dat ze de gelegenheid krijgen om zich bij te scholen. Nieuwe dingen leren combineren met voor de klas staan is mogelijk, als je werkgever rekening houdt met de werklast. Het moet steeds de bedoeling zijn leraren te motiveren en te versterken, niet om hen de burn-out in te duwen.

De leerkracht is een teamspeler, hij / zij staat niet alleen voor de klas, hij doet ook veel zaken samen met het schoolteam. Daarom moeten alle taken die hij / zij uitvoert in kaart gebracht worden, niet alleen het aantal lesuren. Vandaag kan leerkracht A in 3 scholen werken om een fulltime lesopdracht te hebben, waar zijn collega B die in één school staat evenveel uren lesgeeft voor hetzelfde loon. De talrijke uren verplaatsing en het veelvoud van de vergaderingen van leerkracht A wordt niet in rekening gebracht, dat is niet ernstig. We vragen veel aan de leerkrachten, we moeten dan ook de volledige werklast meten, niet alleen de contacturen met de leerling. Met andere woorden: de noemers (bv. 22/22sten voor 1ste graad) worden best vervangen door schoolopdrachten, met een echte werklastmeeting.