Tussenkomst beleidsnota ontwikkelingssamenwerking Ann Brusseel

Meneer de voorzitter,
Collega’s,
Dames en heren ministers,

Meneer de voorzitter,
Collega’s,
Dames en heren ministers,

Wie niet sterk is moet slim zijn. Vlaanderen is een zeer kleine donor in de Ontwikkelingssamenwerking, en moet niet trachten boven zijn gewicht te boksen. In zijn beleidsnota is de Minister-President zo eerlijk geweest om het voornaamste probleem van de Vlaamse Ontwikkelingssamenwerking te benoemen: ze heeft een “beperkte implementatiecapaciteit”. Ook zegt hij dat “de personeelscapaciteit te beperkt [is] om de gediversifieerde programmaportefeuilles te beheren”. Met andere woorden: de Vlaamse Ontwikkelingssamenwerking probeert eigenlijk meer te doen dan ze aankan.
Dat is een rake analyse. Alleen moet men er wel de juiste, moedige conclusies uit trekken. Ten eerste de versnippering nog veel meer tegengaan: knippen in het aantal sectoren waarin je werkt, samenwerken met een kleiner aantal partners, en een kleiner aantal initiatieven steunen. Niet toevallig is de strijd tegen de versnippering is één van de belangrijkste doelstellingen van de internationale gemeenschap op het vlak van ontwikkelingssamenwerking. Ten tweede vinden wij dat er nog veel meer samengewerkt moet worden met andere partners: de federale ontwikkelingssamenwerking, internationale organisaties of andere entiteiten binnen België.
De strijd tegen de versnippering en het zoeken naar synergieën is ook voor de partnerlanden heel belangrijk. Er zijn landen die per jaar duizenden evaluatiemissies moeten verwelkomen en begeleiden, die mini- en micro-projecten komen evalueren. Allemaal omdat elk op zijn eiland blijft werken.

Verslag bespreking plenaire vergadering

 

Meneer de voorzitter,
Collega’s,
Dames en heren ministers,
De Vlaamse ontwikkelingssamenwerking moet zich nog meer richten op het versterken van het economisch weefsel, het stimuleren van ondernemerschap en het bevorderen van handel in en met ontwikkelingslanden. In de beleidsnota wordt dat als één van de prioriteiten vermeld, maar dan moeten er wel meer middelen naartoe gaan. Dat is nu niet het geval. Nochtans is de (economische) zelfredzaamheid van het partnerland één van de belangrijkste voorwaarden voor een duurzame bestrijding van de armoede. De Vlaamse Regering voegt de daad helaas niet bij het woord.
Tenslotte, collega’s, wil ik het over de noodhulp hebben. We hebben na de catastrofe in Haïti allen kunnen zien hoe indrukwekkend snel de hulp op gang kwam, ook die uit Vlaanderen. We weten allemaal weer hoe belangrijk die noodhulp is. Wij van Open Vld vinden dat er dus snel een regelgevend kader moet komen in Vlaanderen. Dat is er nog steeds niet, nog altijd gebeuren de Vlaamse operaties ad hoc en worden ze niet systematisch geëvalueerd om ze nog doeltreffender te maken. Daar moet – met spoed – iets aan gedaan worden.
Ik dank U.

Met redenen omklede motie bij beleidsnota Buitenlands beleid, Internationale samenwerking en Ontwikkelingssamenwerking 2009-2014 – (Stuk 195 – N° 4 – 14 december 2009)

Dossierverloop