Touche pas à ma pote

De communicatie en het advies van de HUB naar aanleiding van de verkrachting van een student heeft inderdaad een open zenuw geraakt, zoals Bart Sturtewagen het gisteren treffend verwoordde. Zowat alle reacties kwamen – gelukkig – op hetzelfde neer: het goedbedoelde advies om ‘voorzichtig te zijn’ was vooral goed fout. Wie zijn individuele keuzes inzake kleding of dagelijkse gewoontes laat afhangen van het risico op een gewelddadige reactie gaat niet alleen op de loop voor terreur, sterker nog: hij / zij geeft impliciet te kennen dat terreur dé methode bij uitstek is om je zin te krijgen.

Om te beginnen is ‘voorzichtig zijn’ niet echt werkbaar. Je kan moeilijk inschatten wat de agressor precies triggert: vrouwenkleren, vrouw zijn, niet ‘viriel’ genoeg zijn, oogcontact, geen oogcontact? Hoe discreet moet je dan worden, als vrouw, homoseksueel, als gekscherende student of als transgender? Wie hoopt op die manier geweld uit de samenleving te bannen, is gevaarlijk naïef. De oorzaak van geweld is immers het gebrek aan normen en zelfbeheersing bij de daders die over de schreef gaan, niet de wens van gewone jongens en meisjes om er grappig of sexy uit te zien.

Maar veel belangrijker dan de praktische bezwaren tegen de voorzichtigheid is het hellend vlak waarop we ons bevinden door het verloochenen van principes. Ten eerste is het vaderlijk advies aan – potentiële – slachtoffers ongelooflijk culpabiliserend. Niks is verschrikkelijker voor een slachtoffer dan te zitten denken dat hij / zij de verkrachting zelf heeft uitgelokt of had kunnen vermijden. Ten tweede mogen we onverdraagzame lui de norm niet laten bepalen. Onze oma’s en mama’s (en veel van hun mannelijke vrienden) hebben te hard gestreden voor hun en onze vrijheid. Er wordt niet op teruggekomen en dat moeten we duidelijk durven zeggen. Ook de directie van de HUB had dat moeten durven zeggen. We kunnen nu nog blijven hangen in deze discussie, die stilaan uitdooft en bij het volgende schokkende incident weer opflakkert. Brussel is nog lang Gotham City niet, maar laten we er niet op wachten. Ik pleit daarom om dringend initiatieven te nemen om grensoverschrijdend gedrag een halt toe te roepen.

De scholen spelen een bepalende rol in het beeld dat kinderen zich vormen over de normen en waarden in de samenleving. Vaak is de boodschap van het lesmateriaal op de basisschool ontzettend genderstereotiep en is hetero de norm. Alle prinsessen worden door een prins gered. Jaja. De onderwijskoepels maken nu wel werk van een actieplan opgesteld om homofobie aan te pakken. Een goed begin. Onlangs toonde de Molenbeekse lagere school Sint-Martinus dat ze in hun ‘multiculturele wijk’ de problematiek rechtstreeks met de ouders en leerlingen bespreekbaar konden maken. Ze hebben met hun project – in woord en beeld – komaf gemaakt met vooroordelen over seksuele geaardheid. Er komt dus schot in de zaak, maar dergelijke projecten en moderner lesmateriaal moeten hoogdringend in alle lagere en secundaire scholen ingevoerd worden. Waarom hoorden we onze Onderwijsminister de voorbije dagen niet?

Ook het middenveld kan een steentje bijdragen. Het is dan ook spijtig dat de recente voorstellen van Open Vld en Groen over deze problematiek door de Vlaamse meerderheid weggestemd werden. We vroegen om bij het uitwerken van het actieplan “Diversiteit in het Jeugdwerk” aandacht te besteden aan de maatschappelijke aanvaarding van homoseksualiteit en transgender, en aan het bestrijden van seksisme. We vroegen uitdrukkelijk om deze thema’s concreet uit te werken binnen de jeugdwerking die gericht is op jongeren van allochtone afkomst en om ze duidelijker te kaderen binnen het inburgeringsproces. Werken aan verdraagzaamheid is een moeilijk proces, het vergt inderdaad een genuanceerde aanpak, maar beleidsmakers moeten er echt durven voor gaan. Het politiek correct denken en de angst om een deel van het electoraat te schofferen mag hen daar niet in tegenhouden.

Daarnaast wordt het tijd dat het gerecht wat empathie toont ten aanzien van de slachtoffers van geweld en seksueel geweld in het bijzonder. In 2009 bracht deze krant verslag uit van het onderzoek van psychologe Danièle Zucker naar de vervolging en bestraffing van verkrachtingen in ons land. “Van honderd verkrachtingsdossiers, uit de periode 2001 tot 2007, hebben er uiteindelijk maar vier tot een veroordeling door een Belgische strafrechter geleid. In slechts één geval heeft de dader een effectieve celstraf opgelopen. We zitten daarmee duidelijk onder het Europese gemiddelde.” Dit lijkt me niet de manier om als maatschappij te reageren op fysiek geweld en vernederingen. Justitie moet gauw werk maken van een degelijke aanpak van geweld. Sociaal onaangepast gedrag in al zijn vormen moet met een doordacht beleid bestreden worden, ik denk niet alleen aan bestraffing maar ook aan behandeling van daders. GAS-boetes zullen niet volstaan…

Tenslotte moet de samenleving als een blok achter de slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag staan. Met andere woorden, wie zijn studenten, leerlingen, zonen en dochters weerbaar wil maken en wil steunen, moet hen verdedigen wanneer ze aangevallen worden. De slogan ‘touche pas à ma pote’ – de vernieuwde versie van de oude leuze ‘blijf van mijn lijf’ – is immers niet alleen een waarschuwing voor daders, het is een hart onder de riem voor slachtoffers.

Dit opiniestuk verscheen als een column in de Liberales nieuwsbrief van 30/11/2012.