Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het onderwijs – volgorde in de voorrangsregeling?

Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)

De tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) is een voorrangsregeling die van kracht is in alle onderwijsniveaus, uitgezonderd het hoger onderwijs.

De Omzendbrief PERS/2003/05 van 6/06/2003 bevat alle bepalingen hieromtrent.

Volgorde in voorrang?

Wat de volgorde in voorrang betreft, is de omzendbrief echter niet echt duidelijk.

In punt 3.1.2. wordt de volgorde in voorrang geregeld:

Tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)

De tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) is een voorrangsregeling die van kracht is in alle onderwijsniveaus, uitgezonderd het hoger onderwijs.

De Omzendbrief PERS/2003/05 van 6/06/2003 bevat alle bepalingen hieromtrent.

Volgorde in voorrang?

Wat de volgorde in voorrang betreft, is de omzendbrief echter niet echt duidelijk.

In punt 3.1.2. wordt de volgorde in voorrang geregeld:

“In de groep van personeelsleden die recht heeft op een TADD, blijft nog een volgorde in de voorrangsregeling bestaan.

Personeelsleden die vastbenoemd zijn en die een betrekking met onvolledige prestaties uitoefenen in één of meer instellingen van dezelfde inrichtende macht, van hetzelfde schoolbestuur of van dezelfde scholengroep, komen prioritair in aanmerking voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur t.o.v. personeelsleden die nog geen vaste benoeming hebben.
Voor de scholen die behoren tot dezelfde scholengemeenschap, geldt deze voorrangsregeling voor de vastbenoemde personeelsleden van dezelfde scholengemeenschap. In het basisonderwijs is dit van toepassing vanaf 1 september 2005.
Dit betekent dat bij de toewijzing van de vacatures onderstaande volgorde moet worden gerespecteerd:
Groep 1: Vastbenoemde personeelsleden die een betrekking met onvolledige prestaties in hoofdambt uitoefenen en die het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben laten gelden.
Groep 2: Tijdelijke personeelsleden die het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur hebben laten gelden.
Groep 3: Personeelsleden die het recht op een TADD nog niet hebben verworven of nieuwe personeelsleden.”

Ann Brusseel: "In deze regelgeving wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen mensen die hun TADD-rechten op 30 juni hebben verworven (op voorwaarde dat ze op 1 september tewerkgesteld worden) en mensen die al eerder hun TADD-rechten hebben verworven en reeds onder dit stelsel tewerkgesteld werden. Vandaar mijn vragen aan de minister."

Vraag 1: Onder welke groep, zoals beschreven in punt 3.1.2. van de omzendbrief PERS/2003/05 van 6/06/2003 vallen de personen die zopas hun TADD rechten hebben verworven, maar deze rechten pas ten vroegste op 1 september 2010 kunnen doen gelden?

Groep 2

Vraag 2: Hoe moet de voorrangsregeling in verband met personeelsleden met TADD-rechten, zoals beschreven in punt 3.1.2. van de omzendbrief PERS/2003/05 van 6/06/2003 geïnterpreteerd worden? Met andere woorden: hoe zit het met degenen die hun recht op TADD reeds hebben laten gelden ten overstaan van degenen die hun recht nog maar net hebben verworven?

Binnen de groep van tijdelijke personeelsleden die het recht op TADD hebben verworven, is er geen voorrangsregeling.
Een personeelslid dat het voorgaande schooljaar al een TADD-aanstelling had, kan op 1 september niet zomaar worden verdrongen door een ander tijdelijk personeelslid dat op diezelfde 1 september voor het eerst het recht op TADD inroept.
Het recht op TADD is immers initieel gecreëerd om een tijdelijk personeelslid dat aan alle gestelde voorwaarden voldoet over de schooljaren heen een recht op aanstelling te garanderen.
Dit is ook vastgelegd in de regelgeving.
Zo bevatten de decreten rechtspositie van 27 maart 1991 een limitatieve reeks gebeurtenissen die een verplicht einde stellen aan een tijdelijke aanstelling (artikel 23 in het decreet van 27 maart 1991 personeelsleden gemeenschapsonderwijs, respectievelijk artikel 21 in het decreet van 27 maart 1991 personeelsleden gesubsidieerd onderwijs). Een van deze regels is de bepaling dat een tijdelijke aanstelling eindigt uiterlijk op het einde van het schooljaar, uitgezonderd de tijdelijke aanstellingen van doorlopende duur. Deze aanstellingen blijven over de schooljaren heen doorlopen, voor zover de betrekking het daaropvolgende schooljaar kan in stand worden gehouden, nadat de school/inrichtende macht of schoolbestuur/scholengroep haar reaffectatieverplichtingen heeft nageleefd.
Als een tijdelijk personeelslid op 30 juni van het voorgaande schooljaar voor doorlopende duur is aangesteld in een vacante betrekking, stelt de regelgeving inzake reaffectatie en wedertewerkstelling (BVR van 29 april 1992) immers dat dit tijdelijk personeelslid opnieuw moet worden aangesteld in die betrekking, weliswaar voor zover deze betrekking nog vacant is. Dit blijkt duidelijk uit voormelde regelgeving:
– voor het basisonderwijs op basis van artikel 34, §1, A, 6°, punt b; §1, B, 6°, punt b en §1, C, 6°, punt b;
– voor het secundair onderwijs op basis van artikel 36, §2, A, 4°, punt b; §2, B, 4°, punt b en §2, C, 4°, punt b;
– voor het deeltijds kunstonderwijs op basis van artikel 38, §1, A, 3°, punt b; §1, B, 2°, punt b;
– voor het volwassenenonderwijs op basis van artikel 39, §1, A, 4°, punt b; §1, B, 4°, punt b.

Vraag 3: Hadden de schooldirecties, vooraleer hun TADDers op 30 juni te plaatsen, aan de reaffectatiecommissies van de scholengemeenschap moeten vragen wie er voorrang kreeg, en dus eerst de TADDers plaatsen die hun recht op TADD reeds hebben laten gelden? Of zijn alle TADDers gelijkwaardig?

Een inrichtende macht of schoolbestuur (in het gemeenschaponderwijs de directeur) stelt op 1 september haar tijdelijke personeelsleden aan, nadat ze eerst al haar vastbenoemde personeelsleden opnieuw een opdracht heeft toegewezen.
De school is echter pas zeker van de definitieve aanstelling van haar tijdelijke personeelsleden, nadat de inrichtende macht of het schoolbestuur of de scholengroep in het gemeenschapsonderwijs haar reaffectatieverplichtingen heeft nageleefd.
De naleving van deze verplichtingen is – afhankelijk van het onderwijsniveau – aan een specifieke datum gebonden:

– voor het basisonderwijs: 1 september als de school tot een scholengemeenschap behoort. Als de school niet tot een scholengemeenschap behoort is de datum 1 september voor het gemeenschapsonderwijs en 1 oktober of op een latere datum voor het gesubsidieerd onderwijs;

– voor het secundair onderwijs: 15 september als de school tot een scholengemeenschap behoort. Als de school niet tot een scholengemeenschap behoort is de datum 15 september voor het gemeenschapsonderwijs en 1 oktober of op een latere datum voor het gesubsidieerd onderwijs;

– voor het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs: op 1 oktober

– voor de centra: op 15 september.

Zoals hiervoor in 2 al is aangehaald, komen bij de aanstelling van tijdelijke personeelsleden eerst de TADD’ers aan bod die het voorgaande schooljaar al een aanstelling hadden.

Ann Brusseel: "Ik ben blij dat de minister duidelijkheid verschaft over dit thema en dat TADD'ers die het voorgaande schooljaar al een aanstelling hadden, voorrang hebben op nieuwkomers. Er waren hier nogal wat vragen over in het veld."

Lees hier het volledig verslag van de schriftelijke vraag (SV 505) over de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.