Tien voor taal?

Er gaan steeds meer stemmen op om het taalonderwijs onder de loep te nemen. Begin september publiceerde de Lessiushogeschool een studie waaruit bleek dat een groot deel van de Vlaamse jongeren die beginnen aan hoger onderwijs onvoldoende hun moedertaal beheersen om zich foutloos te kunnen uitdrukken en om een juiste samenvatting te maken van een tekst. Een aanzienlijke groep mensen uit het onderwijs, gevolgd door een aantal politici, trekt aan de alarmbel omwille van het groeiend aantal anderstalige kinderen in de scholen van de centrumsteden, de Vlaamse Rand en Brussel. Begin deze week pleitte de vicerector van de KUL voor een niet-bindende taalproef aan het begin van universitaire studies. Gisteren stelde een leerkracht Duits in de Standaard dat de kennis van grammatica bij leerlingen ASO onder peil is en bij sommige leerlingen zo goed als onbestaand.

Naar aanleiding van de Lessiusstudie heb ik enkele weken geleden de Minister van Onderwijs, Pascal Smet, ondervraagd over zijn plannen inzake taalonderwijs. Een deel van de initiatieven op stapel gaan eerder over taalproblemen op het moment van de inschrijving in het basisonderwijs (als antwoord op de thuistaalproblematiek). Andere vernoemde plannen kaderen in een algemener taalbeleid: aandacht voor taal in andere vakken op school, peilen naar taalvaardigheid door een lees-, luister- en spreekoefening aan het einde van de humaniora. Ik juich al deze initiatieven toe, maar blijf qua concrete voorstellen m.b.t. schriftelijke taalbeheersing op mijn honger zitten.

Meer aandacht voor taal, niet alleen voor meertaligheid, maar ook simpelweg voor een sterkere kwaliteit van het taalonderwijs is absoluut noodzakelijk, vanaf de lagere school. In zijn brief merkt dhr Meukens, leerkracht Duits, terecht op dat de achteruitgang van ons taalonderwijs enkele decennia geleden is ontstaan; toen men plotseling van mening was dat talen leren leuk moest zijn en vooral niet te vermoeiend, we moesten tijdens de les Frans “kunnen babbelen”. Wiskunde en wetenschappen mochten wel moeilijke lessen zijn, Nederlands en Frans niet. Vandaar de afschaffing van de grondige studie van grammaticale regels in het lager onderwijs en de vermindering van de oefeningen grammatica en schrijven in het secundair. Hoe leerkrachten vreemde talen, en zeker Duits, Latijn en Grieks, zich vervolgens uit de slag moeten trekken om hun eindtermen te halen, is mij een groot raadsel.

Daarbij komt nu ook dat voor een groot aantal leerlingen in de Vlaamse en Brusselse scholen het Nederlands een vreemde taal is. Het is moeilijk die aan te leren zonder een degelijke kennis van spelling en zinsontleding. Daarom heb ik enkele eenvoudige eisen:

  1. Voer terug lessen grammatica in. Alleen taalgevoelige geniën redden zich zonder (en dan nog). Zich foutloos kunnen uitdrukken, mondeling en schriftelijk, een genuanceerde redenering opbouwen, een moeilijke tekst begrijpen: je moet het allemaal onder de knie hebben om hogere studies aan te kunnen en om sterk te staan op je werk, in het leven.
  2. Versterk de capaciteiten van je taalleerkrachten en leg hen haalbare doelstellingen op. Taalleerkrachten moeten een deel van hun opleiding in het buitenland genoten hebben: eerst in het bad, dan pas voor de klas. Laat de taalleerkrachten de mogelijkheid schrijfoefeningen op te leggen op maat van hun leerlingen en geef hen de tijd om die taken te verbeteren. Investeer in taaltechnologie, laat de computer de oefeningen grammatica verbeteren.
  3. Laat leerkrachten bezig zijn met hun vak: schaf de administratieve rompslomp af en verplicht hen niet langer x aantal studiedagen per jaar bij te wonen over onderwerpen die aan experts toebehoren (drugs, een ontelbaar aantal leerstoornissen, autisme, fijn stof, gezonde voeding en noem maar op). Het onderwijzend personeel kan echt niet alle problemen uit de wereld helpen. Zorg ervoor dat leerkrachten tijd hebben om zich bij te scholen in hun vakgebied.
  4. Leerlingen moeten zich aan het einde van het ASO foutloos kunnen uitdrukken in het Nederlands, Frans en Engels. De universiteiten, hogescholen én de arbeidsmarkt kregen de voorbije jaren een internationaal karakter. Ons leerplichtonderwijs kan niet achterblijven. 

Lees hier het volledig verslag van de VOU64 over taalvaardigheid.