Te weinig jongeren kiezen voor wiskunde, wetenschappen, techniek & technologie

Er is de voorbije jaren een structureel tekort op de arbeidsmarkt aan exacte wetenschappers, ingenieurs en gekwalificeerde technici. Het aantal knelpuntvacatures voor deze beroepen is problematisch hoog en we hebben te weinig kandidaat-leerkrachten voor de vakken wetenschappen, wiskunde, techniek en technologie om dat tekort snel bij te stellen. Het is dus cruciaal dat jongeren vandaag bewust en vaker kiezen voor STEM-opleidingen.

Er is de voorbije jaren een structureel tekort op de arbeidsmarkt aan exacte wetenschappers, ingenieurs en gekwalificeerde technici. Het aantal knelpuntvacatures voor deze beroepen is problematisch hoog en we hebben te weinig kandidaat-leerkrachten voor de vakken wetenschappen, wiskunde, techniek en technologie om dat tekort snel bij te stellen. Het is dus cruciaal dat jongeren vandaag bewust en vaker kiezen voor STEM-opleidingen.

Tegen 2014 wil de Vlaamse Regering meer aandacht voor wetenschap, technologie en innovatie bij alle lagen van de bevolking, met specifieke aandacht voor vrouwen en kansengroepen (ouderen, laaggeschoolden, allochtonen) om het maatschappelijk draagvlak te verhogen. Om deze doelstelling te realiseren, werden deze legislatuur al debatten gevoerd en plannen geschreven. Uit de cijfers die ik recent opvroeg, blijken de doelstellingen nog verre van gerealiseerd, er is zelfs geen aanloop naar verbetering op te tekenen. Als we aan dit tempo verdergaan, zal tegen 2014 het tekort aan STEM-profielen nog steeds bestaan, laat staan dat we al een doelgroepenbeleid zouden kunnen uitwerken.

Plannen en vergaderen
Teksten die de problematiek uitvoerig behandelen, zijn er ondertussen bij de vleet. Zo stemde het Vlaams Parlement op 7 juli 2011 een resolutie voor ‘het verhogen van de uitstroom bij het aantal afstuderenden in exact-wetenschappelijke en technische richtingen’. De daaraan voorafgaande studies (VLOR / VRWI + resultaten TOS21-project) en het rapport ‘Kiezen voor STEM’ van de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie werden besproken in een gemengde commissievergadering Economie en Onderwijs. Voorts zijn er het ‘Actieplan voor het stimuleren van loopbanen in wiskunde, exacte wetenschappen en techniek 2012-2020’ van de Vlaamse Regering en het hoofdstuk O.D.4.8 ‘Stimuleren van loopbanen in wetenschap en technologie’ van de beleidsbrief Onderwijs 2012-2013 en de bespreking hieromtrent in commissie. Het staat buiten kijf dat hiervoor een cruciale rol weggelegd is voor ons onderwijs, maar de maatregelen die in al die plannen opgesomd worden, zijn nog lang niet geïmplementeerd. Integendeel, er beweegt niks.

De cijfers
In- en uitstroom studenten in wetenschappelijke en technologische richtingen in het hoger onderwijs (SV 218)

Instroom
Dit academiejaar schreven zich 18.656 (10.244 academisch gerichte bachelor en 8.412 professioneel gerichte bachelor) generatiestudenten in voor een STEM-opleiding.


De onderverdeling was als volgt:
 

  Academische Bachelor (ABA) Professionele Bachelor (PBA) Totaal
Caring STEM 2.931 2.709 5.640
Lichte STEM 1.210 11 1.221
STEM 6.103 5.692 11.795
Totaal 10.244 8.412 18.656

Caring-STEM: studierichtingen waarvan de finaliteit in de eerste plaats gericht is op het verzorgen van mens of dier, maar die ook een behoorlijk aantal STEM-vakken inhouden (soms meer in bepaalde jaren dan in andere). De meeste afgestudeerden uit deze richtingen komen in de zorgsector terecht.
Lichte STEM: studierichtingen waarvan in een of meer jaren het curriculum een beperkt aantal STEM-vakken omvat (patroon-ontwerpen, industriële kunst, archeologie,…).
STEM: studierichtingen waarin het accent duidelijk gelegd wordt op wiskunde, exacte wetenschappen, techniek of ICT en waarvan het de bedoeling is dat afgestudeerden een wetenschappelijke en/of technisch georiënteerde job kunnen uitoefenen

 

In de derde graad van het secundair onderwijs volgen vier op de tien scholieren een STEM-richting. Het overgrote deel van die leerlingen kiezen bij doorstroming naar STEM-richtingen in hoger onderwijs. Maar uit het rapport ‘Kiezen voor STEM’ blijkt dat drie op de tien scholieren, die in het secundair onderwijs een STEM-richting volgden, vervolgens in het hoger onderwijs toch niet-STEM richtingen kiezen, onder hen zijn er opvallend veel gediplomeerden uit het ASO en in het bijzonder meisjes. Het STEM-potentieel uit het secundair is er dus wel, maar wordt nog onderbenut.

Uitstroom
Uit de cijfers van de uitstroom blijkt dat de Caring STEM opleidingen het de laatste jaren goed doen en dit zowel op hogeschoolniveau ( academische en professionele bachelors) als op universitair niveau. In deze medische- en zorg richtingen studeren meer vrouwen af dan mannen. Er studeerden in 2011-2012 1876 verpleegkundigen (86% vrouwen) af tegenover 1289 in 2008-2009.

De lichte STEM opleidingen gaan lichtjes achteruit op hogeschoolniveau, maar blijven toch stabiel op universitair niveau door het succes van de opleiding handelsingenieur. Er studeren meer vrouwen af in richtingen als kunstgeschiedenis, archeologie en conservatie, maar de mannen doen het dan weer beter in de economische richtingen (handelsingenieur,…).

Het netto-aantal afgestudeerden uit de STEM-richtingen stijgt: 8277 afgestudeerde bachelors in 2011-2012 tegenover 7097 in 2008-2009. Meer dan 70% van deze gediplomeerden zijn mannen. Ook het aantal masters in de wetenschappen neemt jaar na jaar lichtjes toe (van 632 in 2008-2009 naar 801 in 2011-2012), maar ook hier zijn de mannen in de meerderheid (60%). Belangrijke kanttekening hierbij is dat de voorbije jaren het aantal studenten in het hoger onderwijs globaal gestegen is. In verhouding tot die stijging is het aantal STEM-studenten niet sterk gestegen, het percentage STEM-studenten is gedaald, alleen het absolute cijfer ligt hoger dan in 2008.

Bachelors 2008-2009 2009-2010 2010-2011 2011-2012
Caring STEM HO – PBA 72 79 116 169
Caring STEM HO – ABA 2159 2346 2533 2925
Caring STEM Universiteit 1898 1944 2176 2377
  4129 4369 4825 5471
         
Lichte STEM HO – ABA 70 55 54 49
Lichte STEM HO – PBA 19 8 12 13
Lichte STEM universiteit – ABA 589 592 666 634
  678 655 732 696
         
STEM HO – ABA 1614 1735 1767 1808
STEM HO – PBA 4076 4107 4458 4618
STEM Universiteit 1407 1516 1811 1851
  7097 7358 8036 8277
         
Masters Wetensch 632 676 696 801

PBA = Professionele Bachelor

ABA = Academische Bachelor

Doorstroom naar de lerarenopleiding
De doorstroom van afgestudeerden in wetenschappelijke en technologische richtingen naar de klas is belangrijk. Goed onderwijs in wetenschappen en technologie is immers een belangrijke trigger om leerlingen te doen kiezen voor een STEM-opleiding. Uit de meest recente cijfers (voor zover beschikbaar) met betrekking tot STEM-masters in de specifieke lerarenopleidingen kunnen we een lichte stijging vaststellen. Het aandeel studenten in de specifieke lerarenopleiding met een STEM-master diploma in 2011-2012 bedraagt iets meer dan 11%, in 2009-2010 ging het om 9,3%. Maar gezien de tekorten aan leerkrachten en het groot aantal STEM-leerkrachten dat zonder het vereiste bekwaamheidsbewijs voor de klas staat, is dit nog steeds te weinig.

Geïntegreerde lerarenopleiding – Aandacht voor wetenschap en techniek SV 219
Uit de resultaten van het TIMMS-onderzoek (Trends in International Mathematics and Science Study) van 2011 blijkt dat onze vierdejaars in het basisonderwijs tot de wereldtop behoren op het vlak van wiskunde, maar slecht scoren op het vlak van wetenschappen. Professor Van Damme van de KU Leuven verklaart deze slechte score doordat onze leerlingen pas op late leeftijd kennismaken met wetenschap en dat leerkrachten zich niet altijd zeker voelen in de lessen wetenschappen. Uit een recent onderzoek van de hogeschool Limburg bleek overigens dat het met de kandidaat-onderwijzers hun algemene kennis ronduit slecht gesteld is. Daarom ondervroeg Ann Brusseel minister Smet over de aandacht voor wetenschap en techniek in de geïntegreerde lerarenopleiding. (SV 219) De geïntegreerde lerarenopleiding leidt naar een diploma kleuteronderwijzer, leraar lager onderwijs (onderwijzer) of leraar in het secundair groep 1 (regent). In de geïntegreerde lerarenopleiding voor het secundair onderwijs kiest een student twee onderwijsvakken.
 

Instroom
In het academiejaar 2011-2012 waren er 4924 inschrijvingen voor het kleuteronderwijs, waarvan 97% vrouwen zijn die uit het TSO (50%), het BSO (19%) of het ASO (19%) instroomden in deze opleiding. Er waren 7159 inschrijvingen voor het lager onderwijs (waarvan 83% vrouwen). Deze studenten stroomden vooral in van het ASO (46%) en het TSO (39%). Voor het lager secundair onderwijs waren er 10.772 inschrijvingen. Hier zijn er ongeveer evenveel mannen (48,65%) als vrouwen (51,35%), afkomstig uit het ASO (44,6%) en het TSO (41,7%). 

Uitstroom
In het academiejaar 2011-2012 studeerden er 994 kleuteronderwijzers af (98% vrouwen), 1426 onderwijzers (88,57% vrouwen) en 2201 leerkrachten secundair onderwijs (60,84% vrouwen). Van de afgestudeerden secundair onderwijs zijn er slechts gegevens van de gekozen vakken beschikbaar voor 2143 afgestudeerden. Van deze gediplomeerden kozen 278 studenten (13%) 2 onderwijsvakken in de wetenschappelijke of technische richting. Voor 489 anderen (22%) was één van beide onderwijsvakken een wetenschappelijk of technisch vak. Ook hier wordt net te weinig voor STEM-vakken gekozen om de vraag naar leerkrachten te beantwoorden.
 

Opleiding
Ann Brusseel: “De instroom in de lerarenopleiding bestaat hoofdzakelijk uit scholieren die relatief weinig algemene vorming genoten hebben, zeker voor de richtingen kleuter- en lager onderwijs. Ik vroeg de Minister of de voorkennis inzake wetenschappelijke en/of technische vakken getoetst werd voor de aanvang van de opleiding tot onderwijzer in functie van de aandacht voor STEM. Aangezien het organiseren van proeven en testen tot de vrijheid van iedere instelling behoort, heeft de minister er geen zicht op. Ook op mijn vragen naar meer aandacht voor wetenschap en techniek in de opleiding voor kleuter- en basisonderwijs en in de geïntegreerde lerarenopleiding (of het voorzien van eventuele structurele maatregelen) verwees de Minister steeds naar de autonomie van de scholen. In de huidige opleidingen tot onderwijzer worden gemiddeld 9 tot 12 studiepunten van de 180 besteed aan wereldoriëntatie (waarvan een fractie van het programma uit wetenschappen bestaat). Voor studenten die niet uit een STEM-richting komen, is er dus een gigantische lacune op dat vlak in hun curriculum. Tenslotte zijn er slechts weinig gegevens beschikbaar van de keuze voor wetenschappelijke of technische vakken in de opleiding tot leerkracht lager middelbaar onderwijs. Met andere woorden: er kwam geen antwoord op prangende vragen. Daaruit besluit ik dat het departement onderwijs geen zicht heeft op eventuele bijsturingen en dat men de paraplu opentrekt.
Het is duidelijk dat wetenschap, techniek en technologie meer, vroeger en beter aan bod moeten komen in ons basisonderwijs, maar toch zijn er geen krachtige maatregelen genomen om de kennis van onze toekomstige leerkrachten op dat gebied op te krikken. De positieve beïnvloeding van de interesse voor wetenschap en techniek gebeurt best tijdens de kindertijd, met wat men ‘inquiry based learning’ noemt. Kinderen kunnen het best gemotiveerd en geprikkeld worden, door zelf wetenschappen te ontdekken. Ons kleuter- en lager onderwijs moet op wetenschapsonderwijs een visie ontwikkelen met aandacht voor didactiek en een grondige kennis van de wetenschappelijke en technische leerinhouden bij àlle onderwijzers.”

Volwassenenonderwijs – technische en wetenschappelijke studierichtingen (SV 221)
Eén van de aanbevelingen van het VRWI-rapport ‘Kiezen voor STEM’ is mensen herscholen naar STEM-functies (7.2.4. punt 6). Deze aanbeveling pleit voor herscholing van volwassenen zonder STEM-diploma, zodat zij toch STEM-functies kunnen uitoefenen. Hier lijkt vooral een opdracht weggelegd voor het volwassenenonderwijs (in het bijzonder via de HBO5-opleidingen), de VDAB en de Syntra.

Uit de cijfergegevens (zie bijlagen bij SV 221) blijkt dat de vaststellingen die in het onderzoeksrapport ‘Kiezen voor STEM’ werden gemaakt nog steeds gelden. Ook bij volwassenen is er een traditioneel keuzepatroon zichtbaar. Zowel in de wetenschappelijke en technologische opleidingen van het secundair volwassenenonderwijs, het hoger beroepsonderwijs, Syntra en VDAB zijn vrouwen (sterk) ondervertegenwoordigd in de meeste STEM-opleidingen.

Ann Brusseel: “Minister Smet antwoordde mij dat dit niet verwonderlijk is, gezien het STEM-actieplan van de Vlaamse regering pas in januari 2012 goedgekeurd werd en nog tot 2020 loopt. Hij vergeet erbij te vermelden dat de VRWI al langer aan de alarmbel trekt. De maatregelen die in het STEM-actieplan m.b.t. het volwassenenonderwijs werden voorzien zijn ondertussen in uitvoering. Zo zal de arbeidsmarktrelevantie van de opleidingen in het volwassenenonderwijs nog verder verhoogd worden door gebruik te maken van beroepskwalificaties. Er wordt ook verder werk gemaakt van de flexibilisering van de trajecten voor volwassenen door een modulaire organisatie van alle opleidingen te voorzien, door gecombineerd onderwijs te stimuleren (contactonderwijs gecombineerd met afstandsonderwijs) en door een EVC-kader uit te werken voor het valoriseren van de competenties van volwassenen. Het is goed dat er werk wordt gemaakt van herscholing, maar ik ben ervan overtuigd dat vooral op niveau het leerplichtonderwijs belangrijke ingrepen moeten worden gedaan. Als we daar in gebreke blijven, kunnen we nog decennia lang werkloze volwassenen herscholen.”

In bijlage kunt u de 3 Schriftelijke vragen vinden

SV 218 14/01/2013: Technische en wetenschappelijke studierichtingen Hoger Onderwijs – In- en uitstroom
SV 219 14/01/2013: Geïntegreerde lerarenopleiding – Aandacht voor wetenschap en techniek
SV 221 15/01/2013: Volwassenenonderwijs – Technische en wetenschappelijke studierichtingen.