Secundair onderwijs: hervormen of niet?

De minister wil niet dat ASO, TSO en BSO nog van elkaar gescheiden zijn. Humaniora en de beroepsrichtingen, allemaal onder één dak, vanaf het 1ste middelbaar tot het 6de, haalbaar?

De minister wil niet dat ASO, TSO en BSO nog van elkaar gescheiden zijn. Humaniora en de beroepsrichtingen, allemaal onder één dak, vanaf het 1ste middelbaar tot het 6de, haalbaar?

ANN BRUSSEEL: “Praktisch zo goed als onhaalbaar: we hebben amper centen om nieuwe lagere scholen te bouwen, hoe zouden we nu alle athenea en colleges gaan verbouwen? De opdeling in ASO, TSO en BSO is trouwens niet de oorzaak van de problemen zoals de vele schoolverlaters zonder diploma en de achteruitgang van de kwaliteit. Veel leerlingen die in het middelbaar onderwijs moeilijk kunnen volgen, hadden op de lagere school ook al problemen. Je moet hen vanaf het eerste leerjaar sterk ondersteunen. Leerproblemen en taalachterstand moeten weggewerkt worden vóór je naar het secundair gaat. De eerste twee jaren van het middelbaar zijn nu ook voor iedereen gelijk op een keuzevak na. Want inderdaad, elke jongere moet een goede basisvorming krijgen. Even belangrijk is dat de scholen die technische en beroepsopleidingen aanbieden, goed uitgerust zijn met moderne apparatuur, dat ze een goed imago hebben en voor elke jongere een stage kunnen garanderen.”


Dus eigenlijk moet er meer samenwerking komen tussen scholen en bedrijven?

ANN BRUSSEEL: “Zeker, werkplekleren is ontzettend belangrijk. Zo zien leerlingen waar hun opleiding naartoe leidt. Nu zijn veel jongeren snel schoolmoe omdat ze teveel tijd op de schoolbanken moeten doorbrengen. Ik stel voor dat ze vanaf 15 jaar al terreinervaring kunnen opdoen. Zeker in Brussel is dat belangrijk. We hebben een schrikbarend hoog percentage spijbelaars en schoolverlaters zonder diploma. Daarnaast is het ook voor de leerlingen die wetenschappen-wiskunde volgen nuttig te zien wie wat doet in een bedrijf. Zouden veel 16-jarigen weten wat een ingenieur precies doet? Om de talrijke knelpuntvacatures in de technische beroepen te kunnen invullen, moeten we aan jongeren tonen welke jobs er bestaan en hoe boeiend techniek en technologie kan zijn. Ook voor leerkrachten biedt de uitwisseling met de bedrijven het voordeel dat ze bij kunnen blijven met de nieuwste evoluties.”


Klopt het dat de kwaliteit van ons onderwijs achteruit gaat?

ANN BRUSSEEL: “Als we de meest recente onderzoeken bekijken, is dat inderdaad zo. We gaan lichtjes achteruit op vlak van wiskunde en veel leerlingen hebben moeite met het schrijven van een synthese of een verhandeling. We moeten terug naar het evenwicht tussen kennis en vaardigheden. Een ander probleem is dat te weinig leerlingen kiezen voor richtingen wetenschappen, wiskunde en techniek. We zitten met problemen op de arbeidsmarkt. We hebben een tekort aan huisartsen, leerkrachten wetenschappen, goede techniekers e.d. Het is vijf voor twaalf.”


Zou het allemaal beter gaan met minder vakantie?

ANN BRUSSEEL: “Neen, dat is tekort door de bocht. Kinderen hebben vooral op tijd een pauze nodig. Als Pasen laat in het jaar valt, dan is de lesperiode in de winter te zwaar voor de leerlingen. Het laatste trimester gaat dan plots zo snel naar de examens toe. Dat probleem kaartte ik al aan in 2011. De vakanties moeten dus beter gespreid worden, misschien iets minder in de zomer dan nu, maar wel met regelmaat in de herfst en in de winter. Ook het aantal lesuren per week kan bekeken worden, nu zitten de weken nogal vol. Met een betere spreiding kan je ook wat meer ruimte creëren voor sport en creatieve vakken, zonder dat je aan de inhoud van de leerstof moet prutsen. Kwaliteit behouden, studiediscipline durven eisen, maar tegelijk schoolgaan aangenaam maken.”