Scholen kampen met organisatorische moeilijkheden bij invulling levensbeschouwelijke vakken.

In het kader van het grondwettelijke recht op levensbeschouwelijk onderwijs, is het officieel onderwijs verplicht lessen in alle erkende godsdiensten en niet-confessionele zedenleer aan te bieden als daar vraag naar is. De godsdiensten zijn: rooms-katholiek, islamitisch, protestants, Grieks-orthodox, israëlitisch en anglicaans. Ouders kunnen ook kiezen voor een vrijstelling, maar moeten in dat geval zelf in lesmateriaal voorzien, waar het kind dan onder toezicht mee bezig is.

In het kader van het grondwettelijke recht op levensbeschouwelijk onderwijs, is het officieel onderwijs verplicht lessen in alle erkende godsdiensten en niet-confessionele zedenleer aan te bieden als daar vraag naar is. De godsdiensten zijn: rooms-katholiek, islamitisch, protestants, Grieks-orthodox, israëlitisch en anglicaans. Ouders kunnen ook kiezen voor een vrijstelling, maar moeten in dat geval zelf in lesmateriaal voorzien, waar het kind dan onder toezicht mee bezig is.

Dit allemaal georganiseerd krijgen, is voor de scholen geen sinecure. Een eerste knelpunt is de organisatie van de lesroosters. Een vijfde van de scholen ervaart moeilijkheden om binnen de eigen school de lesroosters van de verschillende godsdiensten en niet-confessionele zedenleer in te passen. Andere knelpunten zijn de zoektocht naar leerkrachten en lokalen.

Uit een recente rondvraag van het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG) blijkt dat acht op de tien basisscholen uit het stedelijk en gemeentelijk onderwijs organisatorische moeilijkheden heeft bij het invullen van de levensbeschouwelijke vakken.

Door de nieuwe diversiteit binnen onze samenleving (en dus ook binnen de leerlingenpopulatie) dringt  zich een debat op over de plaats van levensbeschouwing binnen het onderwijs.

Ann Brusseel pleit voor een decreetswijziging en voor de invoer van een gemeenschappelijk vak levensbeschouwing.

Ann Brusseel : "Er is een voorstel van decreet houdende wijziging van artikel 55 van het decreet van 31 juli 1990, dat werd ingediend door mijn collega Jean-Jacques De Gucht. Dat gaat over het vervangen van een uur godsdienst of zedenleer in de derde graad door een uur algemeen onderricht over de verschillende godsdiensten en levens­beschouwingen en overtuigingen. Dat is een aanzet. Er is de Grondwet, maar filosofisch gezien lijkt een gemeenschappelijk vak ons interessanter, nuttiger en in het belang van de samenleving. In dat gemeenschappelijke vak zouden leerlingen leren, aangepast aan hun leeftijd, over godsdiensten en levensbeschouwelijke overtuigingen, zowel die van zichzelf als die van de anderen. Dit onderricht is veel breder dan alleen datgene wat je van thuis uit meekrijgt. Op een bepaald moment zul je met die kennis een discussie kunnen aangaan en in de klas ethische vraagstukken kunnen bespreken. Dat lijkt mij absoluut in het belang van meer verdraagzaamheid. Meer kennis over elkaar leidt vaak tot meer verdraagzaamheid.

Het zou dus een degelijk vak zijn. Ik pleit niet voor afschaffing van het levens­beschouwelijke. Ik beschouw humane wetenschappen trouwens als zeer verrijkend, maar daar zullen we nog op terugkomen wanneer we zullen spreken over de hervorming van het secundair onderwijs."

Lees hier het volledig verslag van deze parlementaire discussie.