Rol van de vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering in het buitenland – Belgische crisis.

Vraag om uitleg van de heer Karim Van Overmeire tot de heer Kris Peeters , minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de rol van de vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering in het buitenland in het licht van de Belgische crisis

Vraag om uitleg van de heer Karim Van Overmeire tot de heer Kris Peeters , minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de rol van de vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering in het buitenland in het licht van de Belgische crisis

De heer Karim Van Overmeire : Minister-president, de recente politieke crisis in België – of liever: de recente opflakkering van een nu al jaren durende politieke crisis – wordt vanzelfsprekend ook in het buitenland gevolgd. In de buitenlandse media worden we geconfronteerd met de ondertussen klassieke overdrijvingen.

Ik geef slechts één voorbeeld uit The Independent van 22 april. Het is jammer dat mevrouw De Ridder hier niet meer is, want dat was 13 dagen voor het indienen van haar vraag. “Belgium at war as Flemish hit out at invasion of French speakers” en verder heeft men het over “a bitter turf war” en “de facto apartheid”. Dat is natuurlijk maar één voorbeeld. Wie de buitenlandse kranten heeft gelezen, weet dat in bijna alle kranten in die bewoordingen geschreven wordt.

We stellen vast dat de buitenlandse verslaggeving gebaseerd is op een soms wel heel gebrekkige dossierkennis. Dit werd geïllustreerd door het verschijnen van een kaartje op de Franse televisie waarbij Vlaanderen en Wallonië van plaats verwisseld waren – maar ik las vandaag dat ook Zweden en Finland van plaats werden verwisseld, het zegt misschien meer over de Franse televisie dan over onze problematiek. Nog erger was dat op de Nederlandse televisie een kaartje werd getoond waarbij West-Vlaanderen plots een deel van Wallonië was geworden.

Ondertussen wordt de beeldvorming over Vlaanderen bij ‘decision makers’ in het buitenland mee bepaald door dit soort overdrijvingen en fouten. Ik kan mij dan ook voorstellen – en dit werd trouwens bevestigd bij ons bezoek aan de Vlaamse vertegenwoordiging op 4 mei, de dag waarop mevrouw De Ridder haar vraag indiende – dat de vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering in het buitenland en hier in Brussel geconfronteerd worden met heel veel vragen.

Minister-president, wat mij interesseert, is het antwoord dat op die vragen wordt gegeven. Een aantal elementen lijken me daarbij belangrijk om te onderstrepen, bijvoorbeeld het element dat ondanks de politieke crisis, de institutionele chaos op federaal vlak en nu ook al de ongrondwettelijke verkiezingen op het Belgische niveau, de Vlaamse instellingen probleemloos verder functioneren. Een ander belangrijk element dat mijns inziens duidelijk moet worden gemaakt, is de vaststelling dat de Franstalige minderheid in dit land door de talloze beschermings- en blokkeringsmechanismen – en ik verwijs naar belangenconflicten, de alarmbelprocedure en bijzondere meerderheden – in een positie is geraakt waardoor ze de normale werking van de democratie binnen België, en eigenlijk een normale werking van een land tout court, onmogelijk kan maken.

Bovendien, en dit vind ik toch wel belangrijk, want we zitten op dat vlak voortdurend in het defensief, is er het feit dat achter het discours van taalrechten voor de vermeende Franstalige minderheid in Vlaanderen, territoriale aanspraken op Vlaams grondgebied schuilgaan. Ik weet dat de kosmopolitische politieke elites die bijna in alle landen aan de macht zijn, heel gevoelig zijn voor taalrechten en rechten van de minderheden, maar ook dat ze even gevoelig zijn voor een discours over territoriale aanspraken, want die staan natuurlijk gelijk met instabiliteit. Als we dit argument wat meer zouden uitspelen, zullen we misschien wat meer begrip voor onze situatie krijgen.

Minister-president, werden aan de vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering in het buitenland specifieke richtlijnen verstrekt met betrekking tot deze nieuwe crisis van de Belgische instellingen? Wordt van hen verwacht dat ze een proactieve rol spelen, of beperken ze zich tot het beantwoorden van vragen die tot hen gericht worden?

Is er in de landen waar Vlaanderen een eigen vertegenwoordiger heeft op dit vlak overleg en afstemming met de federale diplomaten, die ongetwijfeld hun eigen, en niet noodzakelijk gelijklopende, instructies gekregen hebben?

Het aantal Vlaamse vertegenwoordigers in het buitenland is numeriek beperkt. Over welke kanalen beschikt de Vlaamse Regering in de landen waar Vlaanderen geen eigen vertegenwoordiger heeft?

De voorzitter : Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel : Minister-president, ik heb het u daarnet al gezegd, ik ben ook heel bezorgd om het imago van Vlaanderen en van de Vlamingen in het buitenland. Ik heb ook een aantal zaken gezien in de buitenlandse media die mij verontrustten. De verwisseling van Wallonië en Vlaanderen was op het eerste gezicht wel grappig, maar uiteraard getuigt dat van een heel schrale kennis over ons land in het buitenland.

Ik heb een kleine bemerking. Het zijn niet alleen de buitenlandse media die een partiële berichtgeving over Vlaanderen of over België hebben, over de moeilijke situatie die hier nu al een tijdje heerst, ik merk dat ook in de Vlaamse media de berichtgeving wat accurater zou kunnen zijn en daar begint het natuurlijk. Ik heb het niet over censuur, helemaal niet, maar over een grondiger berichtgeving zodat wanneer mensen met een bepaalde opinie aan het woord worden gelaten, er ook anderen aan het woord worden gelaten en dergelijke meer. Ik hoef u hier geen les te geven in wat objectieve berichtgeving zou kunnen zijn. Er zijn een aantal facetten die belicht zouden moeten worden in deze discussie. Niet enkel de rol van de buitenlandse media moet onder de loep worden genomen, maar ook de rol van de Vlaamse vertegenwoordigers en van onze eigen media. Ik ben benieuwd naar het antwoord.

Ik zie in de schriftelijke versie van de vraag staan dat er sprake is of zou zijn van territoriale aanspraken op Vlaams grondgebied. Als we in onze communicatie in het buitenland ons imago willen bevorderen, dan durf ik te suggereren dat we uitpakken met zaken die we echt hard kunnen maken. Als we dat kunnen inzake territoriale aanspraken op Vlaams grondgebied, dan is oké. Ik vrees evenwel dat we dat niet kunnen. We zullen dat moeilijk kunnen verkopen. De Franstaligen beroepen zich op het personaliteitsbeginsel. Men moet daar rekening mee houden. Het personaliteitsbeginsel heeft in het buitenland iets meer overtuigingskracht.

De heer Karim Van Overmeire : Dat is het probleem, mevrouw Brusseel. Het verbaast me dat u stelt dat Franstaligen geen territoriale aanspraken maken. Ik zou u willen aanraden om het programma van het FDF over ‘le tres grand Bruxelles’ eens te lezen. Die partij zat in de vorige federale regering.

Mevrouw Ann Brusseel : Wat in het programma van het FDF staat, is nog iets anders dan wat er effectief gebeurt.

De heer Matthias Diependaele : Ik heb twee opmerkingen. Met territoriale aanspraken wordt overduidelijk de uitbreiding van Brussel bedoeld.

Mevrouw Ann Brusseel : En dat is ook al door minister Smet gevraagd.

De heer Matthias Diependaele : Inderdaad.

Ten tweede: zoals iedereen heb ook ik kritiek op de media, maar ik verzet me met klem tegen elke vorm van controle vanuit de politieke wereld. Misschien is het geen censuur, maar u wilt de media wel onder de loep nemen. Ik verzet me daar tegen. Controle kan niet.

Mevrouw Ann Brusseel : Ik heb toch niet het woord controle in de mond genomen? Ik vraag gewoon dat men aandacht opbrengt voor kwaliteit en objectiviteit. Ik stel vast dat de VRT soms een verhaal brengt dat niet volledig is. Dat verhaal kan dan misschien wel behagen, maar mij niet. Misschien is dat moeilijker aan de kijkers uit te leggen, maar ik vind dat men die inspanning om volledig te zijn, moet opbrengen. Ik heb het dus helemaal niet over censuur, integendeel. Als u mijn standpunt opvat als een vraag naar controle, dan vrees ik dat u het debat niet wilt aangaan. Ik hou van het debat, en wil dat het zo breed mogelijk gaat.

Minister-president Kris Peeters : Ik denk dat de heer Diependaele terecht heeft gezegd dat het belangrijk is om intern de zaken goed aan te pakken als we in het buitenland een goed imago willen krijgen. In Vlaanderen probeert de Vlaamse Regering dat. Ik wil geen debat openen, maar als de federale regering over BHV valt, dan is het geen eenvoudige zaak om dat in het buitenland uit te leggen. Ik ga er wel van uit dat wij allen daartoe pogingen ondernemen, dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Wat de eerste vraag betreft: er zijn geen specifieke instructies gegeven. Ik heb laten nakijken of de federale collega’s dat hebben gedaan, en volgens mijn informatie hebben de federale diplomaten er geen gekregen. Ik heb dat niet gedaan omdat de Vlaamse diplomaten wijs genoeg zijn om eenzijdige berichtgeving in de kranten – als die er al zou zijn – te duiden. Ik zie dus niet in waarom ik specifieke instructies zou moeten geven over communicatie over de crisis van de Belgische instellingen.

In uw tweede vraag hebt u het over een proactieve rol. Er wordt van onze Vlaamse vertegenwoordigers geen proactieve rol gevraagd en verwacht. Als er manifeste feitelijke onjuistheden verschijnen in de pers van zijn ambtsgebied, dan moet de vertegenwoordiger die fout laten rechtzetten. U sprak over foute kaarten in het TF1-journaal: op zoiets moet snel worden gereageerd.

Wat uw derde vraag betreft, is het zo dat er natuurlijk wordt overlegd met de diplomaten van de ambassade. Die federale diplomaten plegen ook overleg met onze vertegenwoordigers. Aan dat zogenaamd ‘stafoverleg’ neemt de Vlaamse vertegenwoordiger deel, en daarover wordt gerapporteerd aan Brussel.

Uw laatste vraag, over landen waar Vlaanderen geen vertegenwoordigers heeft: daar wordt gewerkt via de ambassade. Maandag komen alle Vlaamse vertegenwoordigers naar Brussel. Ik zal met hen van gedachten wisselen. Alles kan aan bod komen. Als hierover vragen zijn, dan zal ik antwoorden. Ik zal daarbij benadrukken dat we nu meer dan ooit onze diplomaten moeten inzetten om investeringen aan te trekken, maar ook om ervoor te zorgen dat aan een positief imago wordt gewerkt.

De heer Karim Van Overmeire : Een eerste, algemene bedenking gaat over de media. Als men vaststelt hoe buitenlandse media over dit land berichten, dan moeten we ons misschien ook afvragen hoe het zit met de accuraatheid van de buitenlandse berichtgeving van onze media. Ook parlementsleden baseren zich voor hun werk over wat ze in de media vernemen. In hoever zijn we goed geïnformeerd over wat er in het buitenland gebeurt?

Uw antwoord op mijn vragen verrast me wat. U zegt dat het moeilijk is uit te leggen dat een regering valt over de kwestie BHV, maar u zegt ook dat u ervan uitgaat dat de Vlaamse vertegenwoordigers intelligent en gedreven genoeg zijn om dat te doen. En uit het vorige debat onthoud ik dat het niet de bedoeling is dat een diplomaat zijn eigen mening verwoordt. Als u al die elementen naast elkaar legt, dan durf ik toch te besluiten dat het aanbeveling verdient om in dit soort specifieke situaties de boodschap te stroomlijnen.

Want Vlaanderen zit in het defensief. Het verhaal dat in alle buitenlandse kranten staat en blijft hangen, brengt de boodschap dat de rechten van de arme Franstalige minderheid met de voeten wordt getreden, beknot en teruggetrokken. Dit verhaal moet op een professionele manier worden gecounterd. Als iedereen dat op zijn eigen manier doet – zowel Vlaamse als federale diplomaten –, en een beetje zijn eigen mening ventileert, hoewel dat niet mag, dan ontstaat een kakofonie. Enige stroomlijning – het oplijsten van enkele nuttige argumenten – zou nuttig zijn. Zonder polemisch te willen zijn, wil ik u vragen om daarover met de Vlaamse vertegenwoordigers eens grondig van gedachten te wisselen en na te gaan of er geen argumentarium moet worden uitgewerkt dat moet toestaan dat iedereen goed beslagen op het ijs komt.

Minister-president Kris Peeters : Ik ontmoet hen maandag. Dat biedt de gelegenheid om te vernemen met welke vragen ze worden geconfronteerd en hoe ze daarover denken. Als blijkt dat er nood aan stroomlijning is, dan zal dat zeker gebeuren. In elk geval ga ik ervan uit dat iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt en uitleg verschaft.

De voorzitter : Het incident is gesloten.

Tussenkomst VOU 1973 K. Van Overmeire – Rol van de vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering in het buitenland in het licht van de Belgische crisis.