Project lerarenuitwisseling Brusselse scholen voor betere taalwerving – knelpunten

Project lerarenuitwisseling Brussel

Het project 'Uitwisseling leraren Brusselse scholen' heeft tot doel de samenwerking tussen de drie gemeenschappen op het vlak van talenonderwijs te vergemakkelijken.

Via dit project, dat geregeld wordt in de omzendbrief NO/2010/02 (publicatiedatum 29/06/2010), kunnen basis- en secundaire scholen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest leraren voor de taallessen Frans en Nederlands uitwisselen. Het project wil het onderwijs van de tweede taal in Brusselse scholen verbeteren.

Project lerarenuitwisseling Brussel

Het project 'Uitwisseling leraren Brusselse scholen' heeft tot doel de samenwerking tussen de drie gemeenschappen op het vlak van talenonderwijs te vergemakkelijken.

Via dit project, dat geregeld wordt in de omzendbrief NO/2010/02 (publicatiedatum 29/06/2010), kunnen basis- en secundaire scholen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest leraren voor de taallessen Frans en Nederlands uitwisselen. Het project wil het onderwijs van de tweede taal in Brusselse scholen verbeteren.

Resultaten tweede inschrijvingsmoment – 14 januari 2011

Er was slechts één aanvraag. Het samenwerkingsproject tussen de Gemeenschapsschool Victor Horta (secundair onderwijs), Oudstrijderslaan 200, 1140 met het Institut Technique Frans Fischer. Het thema van het project is “op weg naar tweetaligheid” en de doelstellingen zijn: de leerlingen in Brussel zo jong mogelijk de tweede taal aanleren. De scholen zullen gedurende 14 weken tweemaal twee uur aan het project besteden. Dit project werd in overleg met de Franse Gemeenschap goedgekeurd.

Extra ondersteunende maatregelen? 

Ann Brusseel: "In mijn eerdere vraag vroeg ik reeds naar de extra ondersteunende maatregelen vanuit de inspectie, de begeleiding en de administraties (conform de omzendbrief NO/2010/02). De minister verwees toen naar een gemeenschappelijke informatiesessie die op 27 oktober werd georganiseerd en waar samen met de scholen het tijdpad voor de verdere ondersteunende maatregelen zou worden afgesproken. Ik wou van de minister weten welke afspraken er werden gemaakt, over welk soort ondersteuning het gaat en welke acties er reeds werden ondernomen of worden gepland.

De Minister antwoordde mij dat er ondertussen twee overlegmomenten met vertegenwoordigers van de pedagogische begeleidingsdiensten en de inspectie plaatsvonden. Op de bijeenkomst van 15 december 2010 werd afgesproken het project beter te definiëren, te structureren en in zijn opzet te verbreden. Voor de verbreding wordt gedacht aan: projectwerking; andere dan taalvakken in het Frans/Nederlands; uitwisseling tijdens de taallessen zelf, waarbij de klastitularis aanwezig blijft. Op de bespreking van 1 februari 2011 werden nieuwe pistes bekeken. Deze moeten nog binnen de netten en de administratie zowel inhoudelijk als praktisch onderzocht worden. Ook met de Franse Gemeenschap moet de bijsturing van het project besproken worden. Minister Smet stelt dat het bijgevolg nog te vroeg is om hierover reeds informatie te geven. Op 23 maart werd een nieuwe vergadering met de pedagogische begeleidingsdiensten gepland."

Ann Brusseel: "Ik hoop dat het effectief tot een verbreding en uitbreiding van het project komt en zal dit zeker verder blijven opvolgen."

Knelpunten?

Ann Brusseel: " In zijn antwoord op mijn vraag van 28 september 2010 stelde de minister dat een gemengd ambtenarenteam (Nederlands-Frans) een gesprek zou voeren met de scholen die de vorige jaren aan het project deelgenomen hebben, maar nu afgehaakt hebben. Het project zou op basis van deze gesprekken mogelijk verder uitgediept en verbreed worden. Ik vroeg de Minister naar de belangrijkste knelpunten die naar voren kwamen en kreeg volgend overzicht:

– problemen bij kinderen van allochtone origine, voor wie het leren van het Nederlands en/of het Frans vaak het leren van een derde taal is, dat terwijl de tweede taal (het Nederlands of het Frans) vaak nog niet goed verworven is;

– het gebrek aan omkadering en motivatie bij de leerkrachten: zij zijn vragende partij voor
pedagogische (materiaal, vorming) en financiële ondersteuning (verzekering, verplaatsingen, vervangingen);

– problemen bij de organisatie van het onderwijs: verschillende kalender, afstand tussen de scholen, verschillende aanpak en onderwijsmethoden, andere onderwijscultuur (discipline). Ook de eindtermen en de leerplannen zijn niet dezelfde;

– er is tevens een structureel probleem: een tekort aan leerkrachten, waarvan velen dagelijks een lange verplaatsing maken. Daardoor is er ook een groot verloop bij de leerkrachten, met als gevolg dat het ook moeilijk is een team te vormen. Bij afwezigheid is vervanging niet steeds mogelijk;

– de eerste opdracht van leerkrachten is goed lesgeven. Er zijn in de Brusselse scholen al heel wat projecten lopende en dit wordt als belastend ervaren.

Minister Smet antwoordde mij dat deze knelpunten werden besproken op de overlegmomenten met de pedagogische begeleidingsdiensten en de inspectie en dat zij worden meegenomen in de bijsturing van het project."

Toekomst?

Ann Brusseel: "Ik blijf dit dossier volgen en ben benieuwd naar de resultaten van de besprekingen van de pedagogische begeleidingsdiensten. Ik kijk uit naar de verbreding, bijsturing en de uitbreiding van dit project. Extra inspanningen voor taalonderwijs zijn immers van groot belang."

Lees hier het volledige verslag van de parlementaire vraag (SV 197) over het project lerarenuitwisseling Brussel.

Lees hier het artikel over het eerste inschrijvingsmoment voor het schooljaar 2010-2011.