Pro Vita kan rustig verder gaan met het verspreiden van desinformatie in scholen

De Pro Vita-beweging is de laatste jaren aan een ware ‘revival’ bezig, in België en op internationaal niveau. Eén van de vaste activiteiten van deze vzw zijn ‘voordrachten voor het leven’, waarmee Pro Vita onder de naam ‘Het wonder van het leven’ zich richt tot scholen en jeugdverenigingen. De bedoeling van dit ‘voorlichtingsprogramma’ is duidelijk om abortus tegen te gaan en desinformatie te verspreiden, zo blijkt uit alle informatie die Ann Brusseel hierover kon bekomen.

De Pro Vita-beweging is de laatste jaren aan een ware ‘revival’ bezig, in België en op internationaal niveau. Eén van de vaste activiteiten van deze vzw zijn ‘voordrachten voor het leven’, waarmee Pro Vita onder de naam ‘Het wonder van het leven’ zich richt tot scholen en jeugdverenigingen. De bedoeling van dit ‘voorlichtingsprogramma’ is duidelijk om abortus tegen te gaan en desinformatie te verspreiden, zo blijkt uit alle informatie die Ann Brusseel hierover kon bekomen.

“De voorbije weken ontving ik alarmerende berichten van ouders die vonden dat hun kinderen een bizarre les ‘seksuele voorlichting’ hadden gekregen in het lager onderwijs. Het betreft basisscholen van verschillende netten over de provinciegrenzen heen. De ‘voorlichting’ vond niet specifiek plaats in de les godsdienst: ik ontving klachten van ouders wiens kind zedenleer volgt. Er werd onder andere verteld dat een man en een vrouw bij elkaar passen, maar twee mannen (of twee vrouwen) niet: ze kunnen niet verliefd worden op elkaar; ook werd op het hart gedrukt dat voorbehoedsmiddelen niet helpen, aangezien er elk jaar 20.000 vrouwen zwanger raken ondanks het gebruik van condoom en pil, en dat je dus beter geen kan gebruiken. De oplossing is wachten met seks tot ‘na het kerkelijk huwelijk’ dat de ‘echte liefde’ bezegelt.”

Een korte zoektocht bracht Brusseel naar de reportage die het VRT-programma ‘Koppen’ hier een jaar geleden reeds aan wijdde. Ter inleiding lezen we: “Als we gaan kijken naar de relationele en seksuele vorming in Vlaanderen, valt meteen op hoe versnipperd die is. Veel leerkrachten hebben blijkbaar te veel schroom om de lessen zelf te geven, dus huren scholen externe organisaties in, maar dat kost natuurlijk extra geld. Koppen stoot op een VZW die gratis seksuele vorming geeft in basisscholen: "Het Wonder van het Leven". Reageren willen ze niet, maar hun website blijkt wel gelinkt aan de Pro Vita-beweging.” Deze reportage bevestigt van A tot Z de informatie die Ann Brusseel van ouders ontving.

Ze stelde hierover vragen aan de minister bevoegd voor Onderwijs en Jeugd, Pascal Smet. Ten eerste kon de minister niet zeggen dat hij veel informatie had over het item, noch een zicht op de scholen of verenigingen die beroep doen op Pro Vita. Hij gaf aan dat het organiseren van de lessen voorlichting tot de autonomie en de pedagogische vrijheid van de scholen behoort. Voorts zei hij dat de scholen voldoende ondersteuning krijgen om de problematiek te behandelen en dat hij dit niet verder zou opvolgen. Hij voegde eraan toe dat de ouders maar de directeur of de inrichtende macht moeten aanspreken. Kortom, het antwoord was alweer eens: “Not my problem”. Hoewel Smet voor dit probleem in sterkere mate bevoegd is dan pakweg voor luxeverzuim, steekt hij nu zijn kop in het zand.

“Nochtans moet de minister ingrijpen wanneer onderwijsinstellingen de eindtermen niet respecteren. Het gaat hier over de vakgebonden én vakoverschrijdende eindtermen: voortplanting, gezinsplanning, het gebruik van voorbehoedsmiddelen in het kader van de preventie van SOA en tenslotte het werken aan verdraagzaamheid voor diversiteit op vlak van seksuele geaardheid. Deze houding toont aan hoe gemakkelijk het is voor de minister om een ‘Engagementsverklaring ter bescherming van de seksuele integriteit van de minderjarige in het onderwijs’ te ondertekenen (29 febr. 2012). Maar eens het engagement in de praktijk moet omgezet worden, klinkt het allemaal minder fors. Wat een hypocrisie.”, aldus Brusseel.

Lees hier het volledig verslag van deze parlementaire vraag.