Open brief over de Ice bucket challenge

Geachte collega’s,

Geachte collega’s,


Kieper eens een emmer ijskoud water over uw hoofd voor het goede doel (en/of doneer wat centen erbij). Wereldwijd gieten God en klein Pierke een emmer water over zich heen om de medemens bewust te maken van de ellende van een ziekte als ALS. Met een knappe marketingtruc is men erin geslaagd aandacht te vragen voor deze ziekte en voor de nood aan meer onderzoek, om ze doeltreffender te kunnen bestrijden. En dus doen we (bijna) allemaal mee. Ach ja, waarom ook niet? Ik zie veel grappige foto’s opduiken op sociale media. Maar ik zie zoveel ‘hilarische’ foto’s van drijfnatte collega’s dat ik er toch een beetje ongemakkelijk van word. Laat mij u even zeggen hoe dat komt.

Het is niet de eerste keer dat er op die manier actie gevoerd wordt om ernstige, moeilijk behandelbare ziektes onder de aandacht te brengen. Enige tijd geleden werd opgeroepen je tong uit te steken tegen kanker. Dat leverde een pak onaantrekkelijke kiekjes op van mensen die doorgaans heel netjes poseren op sociale media. Ik durf dat een beetje scherp te stellen, met de hand in eigen boezem welteverstaan. Mee met de hype, uit sympathie, postte ik toen ook een redelijk debiele foto. Centen storten gaat ook, maar daarvan hebben we nog nooit het bewijsje gedeeld op facebook (en misschien maar goed ook). De foto kreeg veel ‘likes’. Maar ook een kritische commentaar: “Hoe staat u tegenover de middelen voor onderzoek en ontwikkeling?” De enige pertinente vraag die je aan een verkozene kunt stellen, inderdaad.

Ik trok er mijn conclusie uit: ludieke acties passen niet bij elk thema, en vooral niet bij politici. ‘Share a pear’, maak uzelf populair… Helaas is grote ellende – zoals ongeneeslijke ziektes of een oorlogszuchtige Vladimir – moeilijk klein te krijgen met een geestige sociale mediacampagne (ook al helpt het een heel klein beetje). Aandacht schenken aan een probleem en geld inzamelen voor een goed doel, het is op zich mooi. Maar wie aan de stuurknoppen zit, moet in eerste instantie beslissingen nemen en problemen oplossen. Als we dan toch willen sensibiliseren, kunnen we er maar beter voor zorgen dat onze charmant verpakte boodschap strookt met het beleid dat we zelf op poten zetten.

Met andere woorden, als het erop aan zal komen straks de begrotingen vast te leggen voor onderzoek, innovatie en hoger onderwijs, zullen we creatief moeten zijn om ondanks de nodige besparingen onze onderzoekers verder te laten werken. Want we doen het op dat vlak al niet zo geweldig goed in Vlaanderen. We moeten vooruit met onderzoek. Het zal er dus op aankomen keuzes te maken, om ervoor te zorgen dat onderzoekers Vlaanderen niet verlaten. Anders zal een koude douche echt ons deel zijn.

Beste groeten ,
Ann Brusseel
Vlaams volksvertegenwoordiger Open Vld