Ontwikkelingssamenwerking: Bespreking beleidsnota 2009-2014

3. Internationale Samenwerking – Tussenkomst van mevrouw Ann Brusseel
Ten gronde meent mevrouw Ann Brusseel dat de beleidstrategie beter aangepast dient te worden aan de al bij al toch veeleer beperkte implementatiecapaciteit van Vlaanderen. Dat is in elk geval beter dan later te moeten vaststellen dat de strategie moeilijk realiseerbaar is door de weinige middelen en de beperkte personeelscapaciteit.

3. Internationale Samenwerking – Tussenkomst van mevrouw Ann Brusseel
Ten gronde meent mevrouw Ann Brusseel dat de beleidstrategie beter aangepast dient te worden aan de al bij al toch veeleer beperkte implementatiecapaciteit van Vlaanderen. Dat is in elk geval beter dan later te moeten vaststellen dat de strategie moeilijk realiseerbaar is door de weinige middelen en de beperkte personeelscapaciteit.

Versnippering dient insgelijks vermeden te worden, niet alleen omdat de resultaten daardoor moeilijk meetbaar worden maar vooral omdat de projecten zo maar weinig bijdragen tot de zelfredzaamheid in de ontvangende landen. De Vlaamse ontwikkelingshulp is actief in heel veel sectoren: gezondheidszorg, landbouw, voedselzekerheid, water, werkgelegenheid en ondernemen. Daarenboven worden er heel wat thema’s aangesneden. Vlaanderen wil maar liefst aan zes van de acht millenniumontwikkelingsdoelstellingen beantwoorden. Dat is duidelijk te veel van het goede.

Het lid pleit ook voor meer synergie. Vlaanderen heeft momenteel drie partnerlanden, waarvan er twee ook partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking zijn. Werkt Vlaanderen, in het licht daarvan, wel voldoende samen met het federale niveau? Wordt er gestreefd naar meer samenwerking, naar informatie-uitwisseling? Een dergelijke complementaire werking kan alleen maar in het voordeel van de ontvangende landen zijn. Wil Vlaanderen überhaupt wel samenwerken of wil het, zoals in Malawi, soloslim spelen? Alleen al in het licht van de beschikbare budgetten, ware dat laatste niet echt verstandig. Het federale niveau trekt bijvoorbeeld ongeveer 20,5 miljoen euro uit voor Mozambique. Dat is bijna evenveel als het totale Vlaamse ontwikkelingsbudget.

Een kleine donor als Vlaanderen moet zich inzake ontwikkelingssamenwerking natuurlijk ook schikken in de bestaande internationale structuren. Er moet afstemming zijn tussen
donoren zoals vastgelegd in de Verklaring in Parijs. Over die afstemming blijft de voorliggende beleidsnota echter behoorlijk vaag.

De beleidsnota vermeldt verder terecht het stimuleren van ondernemerschap en het bevorderen van handel met en in ontwikkelingslanden als prioriteiten. Die beleidsoptie gaat echter niet gepaard met een overeenkomstige oriëntering van de middelen. In het rapport over de Official Development Assistance (ODA) staat dat Vlaanderen slechts 3 percent van de ontwikkelingsgelden aan handel besteedt, 24 percent aan gezondheid, 17 percent aan onderwijs en 6 percent aan sensibilisering. De middelen voor sensibilisering zijn dus dubbel zo groot als die voor handel. Dat is niet in overeenstemming met de doelstellingen. Handel is belangrijk voor de zelfredzaamheid van het ontvangstland.

Het Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking (VAIS) publiceert een mooi ogend jaarverslag met aardige reportages, maar weinig informatie over de concrete resultaten die het met ons belastinggeld behaalt. Het lid vraagt dan ook een betere evaluatie van de ontwikkelingssamenwerking.

Hetzelfde jaarverslag stelt dat Vlaanderen noodhulp bood aan en aan humanitaire operaties deelnam in negen landen, meestal in samenwerking met een ngo (niet-gouvernementele organisatie). Wordt het resultaat van die hulp geëvalueerd? De beleidsnota stelt terecht dat de Vlaamse noodhulp momenteel te versnipperd en te projectmatig is. Een degelijk beleidskader is nodig. Mevrouw Brusseel pleit ook hier voor een goede samenwerking met het federale niveau dat grotere budgetten heeft voor noodhulp. Dat komt de efficiëntie ten goede. Alleen al door de hoog oplopende transactie- en transportkosten, is het beter om samen te werken.

De minister-president zei naar aanleiding van de begrotingsbesprekingen dat de samenwerking met de vzw V-MED van dokter Beaucourt zou worden uitgediept en geëvalueerd. Daarover staat niets in de beleidsnota. Het lid dringt aan op wat meer uitleg over die evaluatie. Het is niet haar bedoeling om een strikt regelgevend kader te vragen, zoals dat voor B-Fast (First aid and support team) het geval is (hetgeen de noodhulp soms vertraagt), maar enige duidelijkheid is toch nodig. Ook hier is meer synergie mogelijk met de federale diensten die noodhulp coördineren.

3.3.1. Slotrepliek van mevrouw Ann Brusseel
Mevrouw Ann Brusseel vindt dat Vlaanderen zichzelf met zijn inspanningen voor ontwikkelingssamenwerking niet alleen een goed geweten moet bezorgen. Het komt er haars inziens vooral op aan ook meetbare resultaten te boeken. Als de middelen te veel versnipperd worden, is het moeilijk die resultaten te beoordelen. Vele decennia bleef het bij goede intenties en werden de middelen gespreid over talrijke projecten in evenveel landen. Op een bepaald moment is er dan ook vastgesteld dat er meer afstemming moest komen, zeker van de inspanningen van kleine donoren. Het komt erop aan de hulp op een goed beredeneerde en geplande manier over alle hulpbehoevende landen te verdelen zodat er geen ‘aid orphans’ zijn. Daarover zijn er trouwens internationale afspraken onder meer in de Verklaring van Parijs.

Het klopt dat het jammer is als Vlaanderen zijn expertise in een bepaald domein niet kan gebruiken. Als het expertise is van internationale topklasse, is het anderzijds al even jammer dat er slechts drie partnerlanden gebruik van kunnen maken. Het is goed keuzes te maken. Maar de beleidsnota bakent niet minder dan vijf sectoren af. Dat is op zich al behoorlijk veel. Staat Vlaanderen overigens wel effectief aan de internationale top in al die domeinen? Als men uitblinkt in een domein, is het goed op dat vlak andere landen te helpen. Is dat niet het geval, is het beter die taak aan andere landen of instellingen toe te vertrouwen.

V-MED krijgt subsidies, dan mag de overheid ook eisen stellen. Het is niet omdat de teamleden zich belangeloos inzetten, dat de overheid geen feedback mag vragen aan V-MED. Transport is immers ook een heel dure aangelegenheid.

Onderwijsprojecten moeten beantwoorden aan de behoeften. Open Vld wil liever dat de minister van Onderwijs het gat in zijn eigen begroting dicht vooraleer wereldwijd geld uit te delen.

Bespreking beleidsnota Buitenlands Beleid, Internationaal Ondernemen en Ontwikkelingssamenwerking 2009-2014 – Stuk 195 (2009-2010) – Nr. 6

Beleidsnota Buitenlands Beleid, Internationaal Ondernemen en Ontwikkelingssamenwerking 2009-2014.

Dossierverloop

Met redenen omklede motie Open Vld bij Beleidsnota Buitenlands Beleid, Internationaal Ondernemen en Ontwikkelingssamenwerking 2009-2014