“Onderwijs en vrije schoolkeuze zijn een recht”

Niet volgens Pascal Smet, Minister van Onderwijs en Brussel, zo bleek in het Vlaams Parlement deze. Hoewel naar oplossingen zal gezocht worden, is het nu al duidelijk dat niet iedereen die zich via het onlinesysteem aanmeldde voor een Nederlandstalige basisschool in Brussel, een plaats in de school van zijn voorkeur zal krijgen.

Niet volgens Pascal Smet, Minister van Onderwijs en Brussel, zo bleek in het Vlaams Parlement deze. Hoewel naar oplossingen zal gezocht worden, is het nu al duidelijk dat niet iedereen die zich via het onlinesysteem aanmeldde voor een Nederlandstalige basisschool in Brussel, een plaats in de school van zijn voorkeur zal krijgen.

Tegen 2014 zal de bevolkingstoename volgens een studie van de VUB leiden tot een tekort van 15.000 plaatsen in het Brusselse onderwijs. Voor het Nederlandstalig onderwijs gaat het dan om een drieduizendtal plaatsen. Op de vraag of hij bereid was te investeren in een capaciteitsuitbreiding van het Nederlandstalig onderwijs te Brussel en in de Vlaamse centrumsteden, antwoordde de minister negatief.
Smet wou het vooral over het Brussels aanmeldingssysteem hebben, over het lokaal overlegplatform, criteria en percentages. Volgens de minister zou een capaciteitsuitbreiding van het Nederlandstalig onderwijs ertoe leiden dat de Nederlandstalige leerlingen zich nog meer verspreiden en dat de kwaliteit ‘nog meer’ achteruit zou gaan. Zodra per klas het aantal anderstaligen de twee derden zou overschrijden, zou de kwaliteit niet meer gegarandeerd zijn. Die minimumregel voor Nederlandstaligen klinkt aannemelijk, maar is niet wetenschappelijk onderbouwd. Onderzoek toont immers aan dat er geen oorzakelijk verband is tussen de samenstelling van de schoolpopulatie en de kwaliteit van de lessen.
Twee zaken in het discours van Smet zijn grondig fout. Ten eerste worden de kinderen onomwonden als het probleem aangewezen. Hun anderstaligheid creëert achterstand bij anderen. Zij zijn de schuldigen van de slechte kwaliteit. Hun recht op onderwijs lijkt hier niet aan de orde, het lijkt zelfs onbestaand. Mocht het Franstalig onderwijs diezelfde logica beginnen hanteren, dan is er in de toekomst voor duizenden kinderen geen plaats in de Brusselse scholen. Moeten er dan scholen opgericht worden in het Berbers, Turks, Spaans, Pools, …? Of waar moeten die kinderen anders heen? ‘Sorry Mohammed, met jou erbij halen we ons kwaliteitslabel niet meer…’ Het is bovendien schrijnend dat het hier vaak om sociaal kwetsbare kinderen gaat. Zullen we weer verbaasd zijn bij de volgende rellen met jongeren? Nu, daar wringt het schoentje precies. Het is niet de andere thuistaal die de leersituatie danig bemoeilijkt. Hoe zou je anders het succes van immersie-onderwijs en de Europese scholen kunnen verklaren? Daar is zowat elk kind ‘anderstalig’. De discussie over taal is een valse discussie. Men beseft dat veel Brusselse kinderen het niet halen op school zonder extra ondersteuning. En dat kost veel centen…
Ten tweede is de overheid simpelweg verplicht onderwijs aan haar burgers te verschaffen. Niet zo volgens Sp.a minister Pascal Smet, die vindt dat het de kinderen zijn die zich moeten neerleggen bij de beslissingen van de overheid: met name een vastgelegd quotum anderstalige leerlingen per klas. Maar onderwijs is een recht en vrije schoolkeuze ook. Het is niet aan de minister om ouders een keuze op te dringen of een plaats te weigeren. Hij moet zien dat er aanbod is, in de verschillende wijken. Een quotum per klas werkt niet wanneer in bepaalde wijken simpelweg geen Nederlandstaligen wonen.
De hypocrisie van Vlaamse politici die anderstalige kinderen willen weren uit de Nederlandstalige scholen is frappant: in Brussel moeten de dagelijkse 300.000 Vlaamse pendelaars en bezoekers in het Nederlands kunnen bediend worden, aan elk loket en in elk café, maar o wee als het Nederlandstalig onderwijs in trek is bij de Franstaligen of anderstaligen. Brussel hoeft niet te vervlaamsen, maar heeft wel Nederlandskundigen nodig. Daarvoor moet je voldoende onderwijsaanbod voorzien. Nederlandstalige ouders moeten volgens mij hun kinderen kunnen inschrijven in een Nederlandstalige school. Maar andere ouders ook. Vroeger was dit eenvoudiger: het Franstalig onderwijs was er voor de Franstalige en een handvol allochtone kinderen, het Nederlandstalig onderwijs voor de Vlaamse Brusselaars. Die tweedeling is voorbijgestreefd. De hete aardappel doorschuiven naar de Franstaligen getuigt van een gedateerde visie op Brussel. We kunnen blijven investeren in lessen Nederlands voor volwassenen, maar we kunnen óók vanaf de kleuterklas werken aan tweetalige Brusselaars.
Kwaliteitsvol onderwijs is natuurlijk belangrijk. Maar je hoeft niet te kiezen: capaciteitsuitbreiding en kwaliteit kunnen allebei. Directie, leerkrachten en hun pedagogisch project zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. In een meertalige en multiculturele context heeft het schoolteam wel een degelijke ondersteuning nodig. Het Onderwijscentrum Brussel en het Voorrangsbeleid Brussel hebben hier al jaren ervaring mee en boeken successen. Dat kost inderdaad geld. Maar het loont de moeite, het levert meertalige wereldburgers op.

Ann Brusseel schreef deze reacie op de site moedige veranderingen.