Onderwijs: Bespreking beleidsnota 2009-2014

1. Inleiding, beleidssamenvatting, omgevingsanalyse

1.10. Tussenkomst van mevrouw An Brusseel
Mevrouw Ann Brusseel leest in paragraaf 3.5 van de omgevingsanaylse dat de druk op

1. Inleiding, beleidssamenvatting, omgevingsanalyse

1.10. Tussenkomst van mevrouw An Brusseel
Mevrouw Ann Brusseel leest in paragraaf 3.5 van de omgevingsanaylse dat de druk op
onderwijs sterk verhoogd is in de laatste jaren omdat de werkzaamheidsgraad van vrouwen gestegen is. Ze heeft het daar moeilijk mee. Iedereen moet aan onderwijs hoge verwachtingen stellen, oppert ze. De stelling dat de last voor het hoger onderwijs toeneemt omdat moeders niet langer thuisblijven, klopt volgens het lid hoegenaamd niet. Integendeel heeft recent onderzoek aangetoond dat kinderen van uit huis werkende en beter opgeleide moeders juist beter presteren.

1.13. Replieken

Mevrouw Ann Brusseel heeft begrepen dat de hervorming van het secundair onderwijs tien jaar kan wachten.

Dit wordt door de minister meteen weerlegd. Hij legt nogmaals uit dat de operatie op verzoek van het onderwijslandschap degelijk moet worden voorbereid. De coördinatie van
alle bestaande wetgeving is intussen bezig en ligt bij de Raad van State. Dat wordt aan het parlement voorgelegd. Er moet een maatschappelijk draagvlak gevonden worden voor de hervorming, wat ook de nodige tijd in beslag neemt, stelt minister Smet. De implementatie ervan zal echter pas vanaf 2014 kunnen gebeuren, ook iets wat het onderwijs zelf vraagt, besluit hij.

Mevrouw Ann Brusseel verwacht van een dynamisch minister dat hij de motor is achter
zo’n hervorming en wil niet dat dit zo lang aansleept. De zwakke taalprestaties van vele
18-jarigen waarover het lid al eerder vragen stelde en die bleken uit een studie van de
Lessius-hogeschool, zijn een van de belangrijke zaken die moeten worden meegenomen
in een dergelijke hervorming, stelt ze. De minister beloofde daarvan werk te maken, maar
moet er volgens haar rekening mee houden dat een uitstel van die hervorming van het
secundair onderwijs meteen ook zorgt voor langdurige problemen met schrijf- en analytische vaardigheden bij potentiële studenten hoger onderwijs. Dat ondermijnt het Vlaamse concurrentiepotentieel op Europees niveau, meent ze.

De minister verduidelijkt dat niet alles zo lang op zich hoeft te laten wachten. De aangepaste eindtermen voor de eerste graad worden van kracht per 1 september 2010, herinnert hij.

2. Strategische doelstelling 1 – Open, veelzijdige en sterke persoonlijkheden vormen

2.5. Tussenkomst van mevrouw An Brusseel
Mevrouw Ann Brusseel valt het op dat inzake de samenwerking tussen de aanbieders van levensbeschouwelijke vakken (OD 1.1) de commissieleden bekommerd lijken om de vrijheid van godsdienst. Ze wijst erop dat een gebrek aan verdraagzaamheid en de toename van islamofobie een veel groter probleem is in de samenleving. Ze vindt het kras dat er bij de idee van een samenwerking en openheid tussen mensen van verschillende overtuiging meteen een angstreflex is. Samenwerking zou binnen het onderwijsgegeven juist moeten worden toegejuicht, stelt ze. Elkaar beter leren kennen zou in alle aspecten van het samenleven positief zijn en mevrouw Brusseel wil graag van de minister weten wat de vooropgestelde samenwerking moet inhouden.

Ook Brussel kent het spijbelprobleem (OD 1.7). Dat het een mentaliteitsprobleem is,
klopt, stelt ze, maar tegelijk denkt ze niet dat het probleem beperkt is tot één gemeenschap. Voorziet de minister in het kader van het spijbelactieplan ook in overleg met de Franse Gemeenschap? Ze denkt daarbij aan de straathoekwerkers die meldden dat politie tijdens de rellen in Molenbeek als een rode lap op een stier werkt. Daarom pleit ze voor veel samenspraak.

Bij OD 1.9 gaat het over genderbeleid en aandacht voor genderdiversiteit, maar mevrouw
Brusseel wil vragen om aandacht voor gendergelijkheid. Onderwijs heeft een belangrijke
rol in het sociale aspect van de samenleving, met name in jongeren leren omgaan met
elkaar. De boodschap meegeven van gelijkheid en respect voor elkaar, kan de vele problemen inzake fysiek en mentaal geweld ten aanzien van vrouwen helpen voorkomen in de toekomst, meent het lid. Onderwijs kan die zaken vanaf heel jonge leeftijdsgroepen
bespreekbaar maken.

– Replieken van de leden en antwoorden van de minister
Mevrouw An Brusseel vraagt of de minister inderdaad bedoelt dat hij het mogelijk acht
een vak te organiseren dat wel geëngageerd is en toch verschillende stromingen brengt.
Wat bedoelt hij met dat engagement?

Minister Smet stelt dat hij dat inderdaad mogelijk acht, op vrijwillige basis, aangezien de
grondwet de vrije keuze van godsdienstonderricht oplegt. Het betekent dat naast het gangbare godsdienstonderricht in het curriculum ook een vak zou worden aangeboden waarin alle levensbeschouwingen aan bod komen. Het gaat dus om een bijkomend vak waarbij wel de diverse onderdelen door de respectieve godsdienstleerkrachten wordt gegeven binnen één kader.

Mevrouw An Brusseel vindt dat de minister moet durven progressief zijn en een hervorming moet doorvoeren. Vanuit de doelstelling meer kennis van elkaar en meer verdraagzaamheid tussen de samenlevende gemeenschappen, dan kan een vak over godsdienst dat volgens de minister niet geëngageerd is, allicht wel als geëngageerd beschouwd worden, stelt het lid.

De minister oppert dat in de meeste scholen al enige toelichting wordt aangeboden over ander godsdiensten, zij het in de het kader van de godsdienst- of zedenleerles of bij geschiedenis. Als er vraag naar is, is de minister gewoon bereid dat te stimuleren, besluit hij.

Het lijkt mevrouw An Brusseel efficiënter dat de minister wel degelijk een beslissing ter zake neemt op zeker ogenblik. Ze meent alleen dat er meer ambitie moet zijn, en dat dan desnoods de Grondwet moet worden aangepast, zolang er maar een eenduidige beslissing over komt.

Verslag bespreking beleidsnota Onderwijs 2009-2014 – stuk 202 (2009-2010) – Nr. 6

Dossierverloop

Met redenen omklede motie Open Vld bij beleidsnota Onderwijs 2009-2014

Beleidsnota Onderwijs 2009-2014