Onderwijs: bespreking beleidsbrief 2010-2011

Strategische doelstelling 1 – Open, veelzijdige en sterke persoonlijkheden vormen

Strategische doelstelling 1 – Open, veelzijdige en sterke persoonlijkheden vormen

Mevrouw Ann Brusseel waarschuwt ervoor actief burgerschap bij de vakoverschrijdende eindtermen in te delen (OD 1.1). Er zijn veel vakoverschrijdende eindtermen, het bereiken ervan is niet gemakkelijk te meten. Daarenboven staan ze niet in het leerplan en bestaat er weinig didactisch materiaal voor. Het leerplan is al uitgebreid. Vakoverschrijdende eindtermen moeten vervat zijn in de attitude van de leerkracht. Een leerkracht zou niet telkens administratief moeten aantonen dat die eindtermen gehaald zijn. Het is niet evident om de ruimere vakoverschrijdende eindtermen op een goede manier over te brengen. Leerkrachten beschikken niet altijd over de juiste vorming en expertise om dergelijke ruime doelstellingen over gezondheid, leefmilieu, burgerschap enzovoort aan te brengen. Het is beter bepaalde doelstellingen te incorporeren in leerplannen in plaats van ze vakoverschrijdend te maken.

Het is ook beter eerst duurzame scholen te maken en dan eventueel duurzame ontwikkeling in de vakoverschrijdende eindtermen te zetten (OD 1.3). Woorden wekken, voorbeelden trekken.

Mevrouw Brusseel is enthousiast over cultuureducatie (OD 1.4). Dat opent de geest van de jonge mensen.

Wanneer zal er een studiekeuzewebsite zijn (OD 1.6)? Open Vld wil een betere studiekeuzebegeleiding zodat leerlingen bewust kiezen voor richtingen die hen interesseren en waar ze talent voor hebben.

Open Vld is voorstander van responsabilisering van de leerling en de ouders. Een nieuw spijbelactieplan (OD 1.7) is in 2009 aangekondigd. Hebben de bevoegdheidsdomeinen Welzijn en Justitie al maatregelen voorgesteld of genomen? Wat is de tijdsplanning?

Het lid ziet een rol weggelegd voor de school bij de fysieke en psychische gezondheid (OD 1.8). De minister heeft een integraal gezondheidsbeleid. Ook in dit geval zijn gezonde voeding en gezonde activiteiten op school belangrijker dan woorden. Twee uur lichamelijke opvoeding in het aso per week is te weinig. Praten over gezondheid volstaat niet als er nog steeds frisdrankautomaten in scholen staan. Jongeren zullen niet gezonder eten als ze voor suikerrijke of vetrijke voeding kunnen kiezen.

Is de genderneutraliteit van het lesmateriaal en het didactisch materiaal al gescreend? Plant de minister meer concrete initiatieven op dat vlak (OD 1.9)?

Strategische doelstelling 2 – Kansen geven aan elk talent

Mevrouw Ann Brusseel wil weten of in de oriëntatienota over de hervorming van het secundair onderwijs (OD 2.4) voldoende rekening is gehouden met de zorgen van het werkveld, meer bepaald in de vorm van de bemerkingen tijdens de ‘Zeg het hem Zelf’-toer.

Verder is zij verheugd dat de minister het behalen van een diploma via volwassenenonderwijs en examencommissie wil verbeteren. Een dergelijk volwaardig alternatief is immers nodig voor wie op jongere leeftijd problemen had (OD 2.5). Wanneer vindt de evaluatie van de examencommissie plaats? Wordt zij extern of door het departement uitgevoerd?

Het lid betreurt dat de budgetten voor Onderwijs en Innovatie krompen en pleit ervoor dat de minister opnieuw overlegt met zijn collega van Innovatie (OD 2.10).

Strategische doelstelling 3 – Het leren van het Nederlands en vreemde talen stimuleren om mee te doen in de geglobaliseerde samenleving

Mevrouw Ann Brusseel kijkt uit naar de Talennota die tegen Pasen 2011 klaar zal zijn en naar de discussie over de positie van het Engels.

Het verheugt haar zeer dat de minister aandacht zal besteden aan de taallessen Frans en Engels in het beroepssecundair onderwijs (OD 3.1).

De minister wil in 2011 de meerwaarde van een tweede onthaaljaar evalueren (OD 3.2). Is het eerste jaar al geëvalueerd? Is er een schakelprogramma? Worden de ouders erbij betrokken? Heeft de minister hierover overlegd met de minister van Inburgering? Niet alleen de leerlingen maar vaak ook de ouders hebben taalondersteuning nodig. In het basisonderwijs zijn er al succesvolle initiatieven waarbij ouders en kinderen samen de taal verwerven, misschien is het goed minister Bourgeois daar even op te wijzen.

Het lid pleit ervoor NT2 (OD 3.3.) voldoende op de agenda te houden.

Mevrouw Brusseel vindt talenkennis onontbeerlijk voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt. De kennis van het Frans gaat echter achteruit. Hoe zullen de uitwisselingsprojecten (OD 3.5) er concreet uitzien? Hoe ziet de minister de sensibilisatieacties voor het aanleren van vreemde talen? Is het niet mogelijk taalleerkrachten in opleiding te verplichten deel te nemen aan een uitwisselingsproject of leerkrachten Frans bijvoorbeeld een deel van hun opleiding te laten volgen in de Franse Gemeenschap?

Het lid zou ook graag zien dat de minister voort blijft inzetten op de uitwisseling van leraren in Brusselse scholen (OD 3.5). Het is goed dat daar onderzoek naar gedaan wordt om na te gaan of dat structureel kan worden gemaakt. Wordt de kwestie van de diploma-erkenning aangepakt?

De CLIL-projecten worden geëvalueerd. Het lid hoopt die te bespreken in de commissie. Mevrouw Brusseel vindt dat CLIL en OETC (Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur) los staan van het gewone taalonderwijs.

Minister Pascal Smet stelt voor die aspecten samen met de Talennota te bespreken. De CLIL-evaluatie is klaar maar nog niet gevalideerd door de minister. De minister zegt dat het op tijd zal worden bezorgd. Mevrouw Sabine Poleyn wil de CLIL-evaluatie ontvangen voor de Talennota.

Mevrouw Ann Brusseel wil ook weten tegen wanneer de minister de evaluatie van het OETC-project (OD 3.5) verwacht.

Hoeveel leerkrachten nemen deel aan de European Survey on Language Competences (ESCL) (OD 3.5)? Uit welke scholen komen ze? Wat is het budget ervoor?

Een onderzoeksgroep is gestart met de ontwikkeling van toetsen voor een peiling Frans op het einde van de 3de graad aso-tso-kso (OD 3.5). Wanneer zal dat onderzoek klaar zijn? Worden er in Brussel al geen toetsen van de talenkennis afgenomen? Wat zal er gebeuren met de resultaten van de peilingen Frans?

Zijn de instrumenten om de kennis van het Nederlands te screenen al klaar (OD 3.5)? Wat gebeurt er met de resultaten? Komt er een budget voor remediëring ingeval ze niet goed zijn?

Strategische doelstelling 4 – Leerlingen voorbereiden op een succesvolle start op de arbeidsmarkt

Mevrouw Ann Brusseel informeert naar de inhoud van het geplande samenwerkingsprotocol met de regionale sociale en economische overlegcomités over leren en werken in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (OD 4.4). Wat is het tijdspad? Werden al afspraken gemaakt?

Verder vraagt ze de concretisering van het voornemen om groene technologie ingang te doen vinden in de beroepsopleidingen (OD 4.5). Komt er een budget voor de vergroening van de scholen zelf? Wordt ruimte gemaakt voor kennis over leefmilieu en dierenwelzijn?

Het lid waardeert de aandacht voor het stimuleren van loopbanen in wetenschap en technologie (OD 4.8). Ook bij de hervorming van het secundair onderwijs moeten op dat vlak inspanningen geleverd worden. Volgens haar is het slinkende succes van moeilijke afdelingen binnen het aso immers te wijten aan de overvloed van nieuwe keuzerichtingen. Meisjes hebben op dat vlak nog een extra stimulans nodig. Worden de onderwijzersopleiding en de eindtermen aangepast om wetenschappen ook beter aan bod te laten komen in het lager onderwijs?

Minister Pascal Smet antwoordt dat dit recent is gebeurd. Hij stelt voor om te wachten op de resultaten. Wetenschappen didactisch aantrekkelijk maken, lijkt mevrouw Ann Brusseel heel belangrijk. Zij suggereert om het didactisch materiaal en de schooluitstappen in dit perspectief te bekijken.

Het lid is blij dat de minister overweegt om de aanpak van topsport uit te breiden naar de culturele sector (OD 4.9). Zij vindt het bedroevend dat culturele topprestaties maatschappelijk zo licht wegen. Om die mentaliteit te veranderen, pleit mevrouw Brusseel voor kunstonderwijs vanaf de lagere school en dat niet alleen voor kinderen uit de hogere en middenklassen. Zij kondigt aan het beleid ter zake te zullen opvolgen.

Strategische doelstelling 5 – De leraar erkennen als sleutelfiguur in de vorming van open, veelzijdige en sterke persoonlijkheden

Mevrouw Ann Brusseel informeert wanneer de minister het loopbaanpact (OD 5.1) wil afsluiten. Het lid spoort de minister aan daarbij creatief te zijn en zich niet te laten kisten door de vakbonden die haars inziens het nogal te vaak bij dogmatische recepten houden. De administratieve last moet omlaag, de waardering voor het beroep omhoog, slechts zo is professionalisering mogelijk. Het lage aantal mannelijke leerkrachten is niet alleen te wijten aan het loon, maar ook aan de erkenning voor het beroep en de bekwaamheidsvereisten. Als de lat hoog genoeg gelegd wordt, stijgt het aanzien van het beroep.

Door het leerkrachtentekort gebeurt het dat sommige leerkrachten niet over de nodige bekwaamheidsbewijzen beschikken en dus onvoldoende voorbereid zijn op hun taak. De minister zal hard moeten zijn en een creatieve inzet van scholen en leerkrachten eisen. Misschien moet ook eens nagedacht worden over de schoolvakanties, over de werkorganisaties. Kunnen nascholingen (OD 5.3), bijscholingen, pedagogische studiedagen niet in de vakantie plaatsvinden? Is het niet mogelijk het werk evenwichtiger te spreiden en leerkrachten op school tijd te geven hun lessen grondig voor te bereiden? Nu lijkt het wel alsof sommigen kiezen voor het beroep om ’s avonds tijdig de kinderen af te halen en om op hetzelfde moment als de kinderen vakantie te hebben. Dergelijke motivatie volstaat niet. Een leerkracht moet een passie hebben voor zijn vakgebied en voor het lesgeven.

Het lid vraagt zich af of het, gezien de instroom, nog haalbaar is dat leerkrachten van de eerste graad op de korte termijn van hun opleiding de technische inhoud, de didac¬tiek en de stages voor drie verschillende vakken verwerven. Denkt de minister trouwens aan toelatingsproeven voor de lerarenopleiding (OD 5.4)? Welke andere maatregelen wil hij nemen om de lat hoog te leggen? Het is niet zo dat leerkrachten hoger gekwalificeerd moeten zijn (OD 5.2), maar eerder dat ze een meer specifieke kwalificatie behoeven. Het is niet productief om masters in te zetten in het lager onderwijs of in de eerste graad van het secundair onderwijs. De leerinhoud is voor masters te gemakkelijk om gemotiveerd te blijven. Leerkrachten moeten niet alleen goed zijn in hun vakgebied maar zich ook kunnen aanpassen aan de groep leerlingen. Dat vergt een grondige denkoefening.

Strategische doelstelling 6 – De maatschappelijke verwevenheid van onderwijs met lokale, regionale en internationale netwerken versterken

Mevrouw Ann Brusseel vraagt wanneer het vernieuwde samenwerkingsprotocol over de leerplichtcontrole met Brussel (OD 6.6) klaar zal zijn. Hoe werd de procedure voor de leerplichtcontrole aangepast?

De samenwerking met Frankrijk voor de nascholing van de leraren Frans (OD 6.7) wordt verlengd. Hoeveel leerkrachten hebben daar al aan deelgenomen? Wat waren de bevindingen? Hoeveel middelen worden vrijgemaakt om dat voort te zetten?

Volledig verslag bespreking Beleidsbrief Onderwijs 2010-2011. Stuk 745 (2010-2011) – Nr. 2 (met antwoorden, replieken, …)

Dossierverloop

Beleidsbrief Onderwijs 2010-2011

Motie van aanbeveling Open Vld bij Beleidsbrief Onderwijs 2010-2011