Nulmeting man-vrouw gelijkheid

In de beleidsbrief Gelijke Kansen 2010-2011 wordt gesteld dat tegen april 2011 aan de hand van de geformuleerde genderindicatoren een nulmeting zou gebeuren door het Steunpunt Gelijkekansenbeleid.

In de beleidsbrief Gelijke Kansen 2010-2011 wordt gesteld dat tegen april 2011 aan de hand van de geformuleerde genderindicatoren een nulmeting zou gebeuren door het Steunpunt Gelijkekansenbeleid.

Om deze nulmeting te kunnen uitvoeren werd In september 2010 een indicatorenset met betrekking tot het genderluik opgesteld die toelaat om de vooruitgang te meten bij de realisatie van de OCM-doelstellingen (OCM: open coördinatiemethode). Deze omvat een reeks kernindicatoren die de situatie van vrouwen en mannen in allerlei kernaspecten van het (maatschappelijk) leven weergeeft en een set van indicatoren gelieerd aan de in juni 2010 bepaalde OCM-doelstellingen.

Ann Brusseel vroeg de minister een overzicht van deze indicatoren.

Kerncijfers (KC)

KC 1.1. Bevolking naar geslacht en leeftijd
KC 1.2. Huishoudtype naar geslacht
KC 1.3. Levensverwachting en beperkingsvrije levensverwachting naar geslacht
KC 1.4. Subjectieve gezondheid naar geslacht
KC 2.1. Onderwijsniveau van mannen en vrouwen naar leeftijd
KC 2.2. Schoolbevolking in de studievormen secundair onderwijs naar geslacht
KC 2.3. Schoolbevolking in de studiegebieden in het secundair onderwijs naar geslacht
KC 2.4. Schoolbevolking in de types hoger onderwijs naar geslacht
KC 2.5. Schoolbevolking in de studiegebieden van het hoger onderwijs naar geslacht
KC 2.6. Verschillen in leesvaardigheid en wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid van 15-jarige jongens en meisjes
KC 2.7. Levenslang leren: deelname aan opleiding naar geslacht
KC 3.1. Werkzaamheidsgraad, werkloosheidsgraad en activiteitsgraad naar geslacht en leeftijd
KC 3.2. Deeltijdse arbeid naar geslacht en gezinspositie
KC 3.3. Horizontale segregatie: aandeel mannen en vrouwen naar sector
KC 3.4. Verticale segregatie: aandeel mannen en vrouwen naar functieniveau
KC 3.5. Mannen en vrouwen naar arbeidsstatuut
KC 3.6. Loonkloof mannen en vrouwen
KC 3.7. Kinderopvang: algemene dekkingsgraad en dekkingsgraad werkende bevolking
KC 3.8. Impact van ouderschap: werkzaamheidsgraad naar gezinssamenstelling en geslacht
KC 3.9. Gemiddelde uittredeleeftijd uit de beroepsbevolking, naar geslacht
KC 3.10. Tijd gespendeerd aan betaalde en onbetaalde arbeid door werkende en niet-werkende mannen en vrouwen, in uren en minuten, op weekbasis
KC 3.11. Loopbaanonderbreking en tijdskrediet naar geslacht
KC 4.1. Armoederisico
KC 4.2. Subjectieve armoede: rondkomen met inkomen
KC 4.3. Leefloon, Inkomensgarantie Ouderen en Gewaarborgd Inkomen Bejaarden
KC 4.4. Mannen en vrouwen in jobloze huishoudens
KC 5.1. Participatie in besluitvorming
 

OCM-gelieerde indicatoren (I)

I 1. Representatief ondernemerschap bij vrouwen
I 2. Aandeel vrouwelijke ondernemers in innovatieve sectoren
I 3. Aandeel vrouwen in het topmanagement bij de Vlaamse overheid
I 4. Sekse-evenwicht in besluitvormingsorganen op het lokale en provinciale bestuursniveau
I 5a. Capaciteit van de voorschoolse kinderopvang (< 3j)
I 5b. Gebruik van de voorschoolse kinderopvang door kwetsbare groepen
I 6. Sekse-evenwicht in zorgberoepen
I 7. Sekse-evenwicht in zichtbare functies bij De Lijn
I 8. Participatie van vrouwen aan de arbeidsmarkt
I 9. Sekse-evenwicht in leidinggevende en kaderfuncties
I 10. Participatie van alleenstaande ouders op de arbeidsmarkt
I 11a. Participatie van vrouwen aan sportverenigingen
I 11b. Vrouwelijke sportvrijwilligers
I 11c. Participatie van vrouwelijke trainers in sportverenigingen
I 11d. Participatie van vrouwelijke bestuursleden in sportverenigingen
I 12a. Sekse-evenwicht in de instroom van de geïntegreerde lerarenopleiding basisonderwijs
I 12b. Sekse-evenwicht in de kwalificaties geïntegreerde lerarenopleiding basisonderwijs
I 12c. Sekse-evenwicht in de kwalificaties geïntegreerde lerarenopleiding secundair onderwijs
I 13a. Sekse-evenwicht assisterend academisch personeel en wetenschappelijk personeel aan universiteiten
I 13b. Sekse-evenwicht assisterend academisch personeel aan universiteiten in de humane, exacte en toegepaste, en medische wetenschappen
I 13c. Sekse-evenwicht wetenschappelijk personeel aan universiteiten in de humane, exacte en toegepaste, en medische wetenschappen
I 13d. Sekse-evenwicht zelfstandig academisch personeel aan universiteiten
I 13e. Sekse-evenwicht zelfstandig academisch personeel aan universiteiten in de humane, exacte en toegepaste, en medische wetenschappen
I 13f. Sekse-evenwicht in de ZAP-ambten aan universiteiten
I 14a. Sekse-evenwicht in de instroom in het ASO, TSO en BSO
I 14b. Sekse-evenwicht in de instroom studierichtingen wetenschappen en wiskunde ASO
I 14c. Sekse-evenwicht instroom wetenschappelijke/technische studierichtingen TSO en BSO
I 14d. Sekse-evenwicht instroom studierichtingen Zorg, gezondheid en welzijn TSO en BSO
I 15a. Ongekwalificeerde 18-24-jarigen niet meer in het onderwijs en niet in een opleiding naar geslacht
I 15b. Ongekwalificeerde uitstroom in Vlaanderen naar geslacht per kalenderjaar.
Kwalificatiecriterium ASO-diploma, KSO/TSO-diploma, BSO-getuigschrift, DBSO-getuigschrift of SYNTRA-getuigschrift
I 15c. Ongekwalificeerde uitstroom in Vlaanderen naar geslacht en geboortecohorte.
Kwalificatiecriterium ASO-diploma, KSO/TSO-diploma, BSO-getuigschrift, DBSO-getuigschrift of SYNTRA-getuigschrift
I 15d. Ongekwalificeerde 18-24-jarigen niet meer in leerplichtonderwijs in Vlaanderen naar geslacht.
Kwalificatiecriterium ASO-diploma, KSO/TSO-diploma, BSO-getuigschrift, DBSO-getuigschrift of SYNTRA-getuigschrift

Ann Brusseel vroeg ook naar de stand van zaken rond de nulmeting. Minister Smet antwoordde dat de onderzoekrs het document eind mei 2011 zouden bezorgen aan Gelijke Kansen in Vlaanderen en dat deze na behandeling aan de leden van de parlementaire Commissie Gelijke Kansen zullen overgemaakt worden.

Ann Brusseel: "Ik volg dit zeker verder op, want het is belangrijk dat de resultaten van deze nulmeting gekend zijn om zo de toekomstige evoluties te kunnen meten."
 

Lees hier het volledige verslag van de parlementaire vraag (SV 396 – 6 mei 2011)