Niet de kleur telt. Wel de kansen.

Naar aanleiding van de recente beslissing van de Nederlandse regering om concentratiescholen niet langer als een probleem te beschouwen, is ook hier het debat geopend. “Een sociale mix in een school is een lovenswaardig doel, maar ik vraag me af of het haalbaar is”, aldus Mieke Van Hecke, hoofd van het katholiek onderwijs. Voor de Guimardstraat telt enkel de kwaliteit van het onderwijs, niet de kleur van de school. Uiteraard is kwalitatief hoogstaand onderwijs bieden aan elk kind veel belangrijker dan de etnische achtergrond van de leerlingen. De slaagkansen van een leerling hangen immers niet af van zijn huidskleur, maar worden sterk bepaald door het sociaaleconomisch milieu waarin hij opgroeit. Anderzijds is het ook belangrijk dat de school een afspiegeling kan zijn van de samenleving. Daarom besloot de Vlaamse Regering tien jaar geleden (paars-groen) dat de segregatie in de Vlaamse scholen moest aangepakt worden en werd het Gelijke Onderwijskansendecreet opgesteld.

Het GOK-decreet had een dubbele doelstelling: enerzijds het inschrijvingsrecht in een school naar keuze garanderen om zo discriminatie en segregatie te bestrijden, anderzijds de kansarme leerlingen ondersteunen door extra middelen toe te kennen aan scholen met veel ‘GOK-leerlingen’. Het GOK-decreet stelt dus regels en criteria voorop om concentratiescholen te diversifiëren en emancipatie van de kansarmen te bevorderen. Helaas is na tien jaar GOK-beleid de kloof tussen de resultaten van de middenmoot en de leerlingen uit lagere sociaaleconomische klassen niet kleiner dan in de andere EU-lidstaten, integendeel. Er bestaan nog steeds zwarte en witte scholen. Het GOK-beleid heeft dus haar doelstellingen niet volledig gerealiseerd, wat niet wil zeggen dat we het kind met het badwater moeten weggooien. We moeten ons wel dringend bevragen over de pedagogische methodes en de financiering die we in het werk zullen stellen om de leerachterstand en schooluitval bij de talrijke kansarme leerlingen op te lossen. Daarover is iedereen het eens, ook Minister Smet die al meerdere malen liet optekenen dat hij het GOK-decreet zou laten evalueren.

Dit alles hoeft echter niet te betekenen dat de sociale mix onhaalbaar is. Want waar een wil is, is een weg. Achter de opmerkingen van de Guimardstraat over het relatieve belang van een sociale mix gaan dan ook minder nobele intenties schuil. Mevrouw Van Hecke weet donders goed dat een groot deel van haar publiek nog steeds de voorkeur heeft voor traditioneel ‘witte’ Vlaamse scholen, met standing, waar geen plaats is voor kinderen die op jonge leeftijd het Nederlands niet goed machtig zijn en als adolescent al eens “moeilijke leerlingen” kunnen zijn. Daarom stellen het vrij onderwijs en haar politieke verdedigers van CD&V, N-VA, LDD en het Vlaams Belang het GOK-decreet openlijk in vraag. Een afkalving van de principes en criteria van het GOK-decreet betekent meteen meer armslag voor de scholen om terug te keren naar het beleid van voor 2002. Toen kon men nog gemakkelijk leerlingen weigeren bij de inschrijving. Op die manier werd in het vrije net de kleur en de sociale klasse van de schoolpopulatie en daarmee het prestige van de school zelf gekozen. Bepaalde scholen laten een ‘volks’ imago toe, andere mikken op de ‘upper class’. De boodschap die in de laatste instellingen aan de ouders meegegeven wordt op opendeurdagen en infoavonden liegt er niet om: “Hier vinden we het niveau te belangrijk om iedereen toe te laten”. Blijkbaar storen veel Vlamingen zich niet aan deze onverholen racistische boodschap.

Daarom waren en zijn zowel het Gemeenschapsonderwijs als Open Vld nog steeds fervent verdediger van de sociale mix, precies omdat we de humanistische en pluralistische beginselen die door het GOK decreet vastgelegd werden willen bewaken. De vergelijking met Nederland gaat dus niet zomaar op, want daar bestaan geen verschillende netten die elkaar bekampen met elk een eigen pedagogisch project, aparte financiering en voor wie niet dezelfde regels gelden. Het net van Mieke Van Hecke heeft meer vrijheid in het beleid dat ze wil voeren. Voor het Gemeenschapsonderwijs is dat wettelijk niet zo gemakkelijk en dit verklaart al het nuanceverschil dat beide netten in dit debat brengen.

Voor Open Vld is het GOK-beleid nog steeds waardevol en noodzakelijk. Ook al vinden wij de kleur van de schoolpopulatie niet de hoofdbekommernis, toch moeten we erover waken dat het inschrijvingsrecht voor elk kind, ongeacht zijn sociale of etnische achtergrond, gewaarborgd blijft. Daarnaast hebben niet alleen scholen baat bij een sociale mix, maar alle wijken van de stad. Het belangrijkste is echter de kwaliteit van ons onderwijs, waarin elk kind moet ondersteund worden en elk talent moet kunnen ontluiken. Om kansarme kinderen op te tillen en hun leerachterstand weg te werken zijn dringend meer inspanningen en nieuwe doeltreffende strategieën nodig. De methodes die in sommige scholen zoals het Atheneum van Antwerpen toegepast worden, moeten overal ingang kunnen vinden. In plaats van geld te pompen in verschillende netten en structuren, moet de minister een budget reserveren voor kleinere klasjes voor taalonderricht, extra uren Nederlands, schakeljaren, differentiatiemodules en taalgericht vakonderwijs, dit vanaf de lagere school. Om aan elk kind gelijke startkansen te geven, moet je maatwerk willen leveren.

Ann Brusseel – 11 februari 2011 – Liberales Nieuwsbrief