Niet-bindende oriëntatieproef open en objectieve indicator

Ook over de oriëntatieproef lees ik verrassend nieuws. Hoewel de minister na lang aarzelen toch positief staat tegenover de verplichte niet-bindende oriëntatieproef, is het volgens de rector van de KUL geen goed middel. De aanhangers van de niet-bindende proef zijn echter talrijk (UGent, VLIR, VDAB, Scholierenkoepel, het VSKO, alsook de verschillende Vlaamse politieke partijen), in het kader van een betere studiekeuzebegeleiding. Open Vld is al lang vragende partij voor een dergelijke proef.

Ook over de oriëntatieproef lees ik verrassend nieuws. Hoewel de minister na lang aarzelen toch positief staat tegenover de verplichte niet-bindende oriëntatieproef, is het volgens de rector van de KUL geen goed middel. De aanhangers van de niet-bindende proef zijn echter talrijk (UGent, VLIR, VDAB, Scholierenkoepel, het VSKO, alsook de verschillende Vlaamse politieke partijen), in het kader van een betere studiekeuzebegeleiding. Open Vld is al lang vragende partij voor een dergelijke proef.

Nu hebben leerlingen aan het einde van het zesde jaar niet meteen een objectief beeld van hun capaciteiten, ouders gaan af op de reputatie van de school. De eindtermen worden in theorie in quasi alle scholen voor de meeste vakken behaald, maar de realiteit toont aan dat niet elke student even goed voorbereid aan het hoger onderwijs begint. Op dat punt heeft Rik Torfs wel gelijk. Maar ik vermoed dat de rector van de KUL liever niet zelf met een soort selectieprocedure opgescheept zit en dus de boot afhoudt. Nochtans zijn de universiteiten net wel goed geplaatst om de proeven te organiseren, in samenspraak met de leerplancommissies van het secundair onderwijs. Het is ook aan de universiteiten en hogescholen om het instapniveau van hun opleidingen te bepalen.

Het alternatief dat Torfs opperde om studenten geen jaar te doen verliezen, nl. tijdens het academiejaar van studierichting wisselen, zal voor de universiteiten en hogescholen toch ook tal van problemen opleveren. De slaagcijfers per school publiceren is evenmin een oplossing. Scholen met een groter publiek uit de hogere middenklasse zullen makkelijk betere cijfers kunnen voorleggen, terwijl scholen uit arme stadswijken het moeilijker zullen hebben, ook al leveren ze wel goed werk met hun leerlingen. Een niet-bindende oriëntatieproef gaat vooroordelen uit de weg en sluit ook niemand uit, want hij is minder rigide dan centrale eindexamens of een baccalaureaat. De niet-bindende proef zou veel foute studiekeuzes verhinderen waarvan de kost voor de gemeenschap en de student hoog oploopt.

Tenslotte pleit ik ervoor dat men voor bepaalde studierichtingen van het hoger onderwijs de lat terug wat hoger legt. Vorig jaar schrok iedereen zich een hoedje toen de Hogeschool Limburg de bedroevende resultaten bekend maakte van een enquête over algemene kennis van studenten lerarenopleiding. Met de hoge instroom uit TSO en BSO (alsook de minst sterke ASO-leerlingen) in de professionele bachelors voor lerarenopleiding, was dergelijke vaststelling echter niet verwonderlijk. De driejarige lerarenopleiding haalt echter dat gebrek in algemene vorming niet in en dus hebben ondertussen teveel onderwijzers een zeer schrale kennis inzake wetenschappen, cultuur, maatschappij en wereldoriëntatie. Zo bouw je niet aan de fundamenten van het sterk onderwijs dat een ‘topregio’ nodig heeft…