Nederlandstalige communicatie in Brussel MOET beter!

In de commissie Brussel werd de problematiek van het gebrek aan kwaliteit van de Nederlandstalige communicatie van een aantal Brusselse gemeentebesturen aangekaart. Al te vaak worden er berichten naar de burgers gestuurd in schabouwelijk Nederlands.

In de commissie Brussel werd de problematiek van het gebrek aan kwaliteit van de Nederlandstalige communicatie van een aantal Brusselse gemeentebesturen aangekaart. Al te vaak worden er berichten naar de burgers gestuurd in schabouwelijk Nederlands.

Minister Pascal Smet zal een brief sturen aan minister-president Picqué, bevoegd voor de voogdij over de plaatselijke besturen in Brussel, met een kopie aan de heer Vanraes. Hij zal daarnaast ook de negentien burgemeesters aanschrijven, de negentien OCMW-voorzitters en de Nederlandstalige schepenen om zijn bezorgdheid te uiten over de manier – soms incidenteel en niet altijd met opzet – waarop haar inwoners in schabouwelijk Nederlands worden aangesproken. In deze brieven zal hij het bestaande ondersteuningsaanbod bekendmaken.

Die ondersteuning kan onder meer via het Huis van het Nederlands gaan. Smet haalt het voorbeeld van de gemeente Sint-Gillis aan. Die kwam uitvoerig in de pers nadat de gemeente een nagenoeg onbegrijpelijke en ook wel hilarische brief aan Nederlandstalige ouders had gestuurd. De gemeente sloot ondertussen een samenwerkingsakkoord met het Huis, dat een taalbeleid binnen de gemeente-administratie uitwerkt.

In het kader van deze discussie wees Ann Brusseel ook op het belang van degelijk vertaalwerk.

Ann Brusseel : "Open Vld vindt het belangrijk, met inachtneming van alle regels van hoffelijkheid en diplomatie, om toch verder in te zetten op het Nederlands en om het gebruik van het Nederlands te verdedigen wanneer dit niet op een ordentelijke manier gebeurt door de Brusselse gewestelijke overheid of door de gemeentelijke overheden.

In een vorig leven ben ik onder andere nog vertaalster geweest. Het is een beroep dat heel vaak wordt onderschat. Vele mensen denken dat van het moment dat ze zich behoorlijk kunnen uitdrukken in een taal of zich erin wat uit de slag kunnen trekken, dat ze ook wel teksten kunnen vertalen of dat iemand anders dat wel snel even zal kunnen doen, maar aan een vertaling is toch wel wat werk. Je moet daarvoor wel een beetje taalvirtuoos zijn.

Er is nog een pijnpunt. Ik betreur niet de technologische evoluties die er zijn, maar wel deze van de vertaalprogramma’s die men kan downloaden van het internet. De programma’s die men gratis kan downloaden, zijn kwalitatief slecht. Er bestaat ondersteunende technologie om het vertaalwerk te versnellen. Een professionele vertaler weet dat en kan daarmee om, maar de brief die geciteerd werd door collega Delva is geen voorbeeld van een vertaalprogramma dat goed werd gebruikt. Het is zo lamentabel. Als ik de burgemeester van Sint-Gillis was, dan zou ik beschaamd zijn.

Men moet de nadruk leggen op het Nederlands, maar ook op respect voor het werk van een vertaler. Men moet daar volgens mij niet zo nonchalant mee omgaan."

Lees hier het volledige verslag.