Na de wooncode die “Vlamingen eerst” als regel hanteert, nu ook een onderwijscode voor het eigen volk. Met dank aan Pascal Smet, socialistische minister van Onderwijs.

Smet voert een populistisch discours en gaat daarmee voorbij aan een aantal essentiële elementen. Ten eerste is er de vrijheid van onderwijskeuze, dus ook de keuze voor Nederlandstalig onderwijs, wetend dat het uiteindelijk tot meer kansen leidt op de arbeidsmarkt. Ten tweede is er het recht op onderwijs voor elk kind, dus ook voor kinderen van migranten wiens thuistaal noch Nederlands, noch Frans is. Er is geen enkele objectieve reden om te stellen dat de Vlaamse gemeenschap tegenover die kinderen minder verplicht is dan de Franse gemeenschap.

Smet voert een populistisch discours en gaat daarmee voorbij aan een aantal essentiële elementen. Ten eerste is er de vrijheid van onderwijskeuze, dus ook de keuze voor Nederlandstalig onderwijs, wetend dat het uiteindelijk tot meer kansen leidt op de arbeidsmarkt. Ten tweede is er het recht op onderwijs voor elk kind, dus ook voor kinderen van migranten wiens thuistaal noch Nederlands, noch Frans is. Er is geen enkele objectieve reden om te stellen dat de Vlaamse gemeenschap tegenover die kinderen minder verplicht is dan de Franse gemeenschap.

De hypocrisie van Vlaamse politici zoals Smet en zijn collega’s in de Vlaamse regering is frappant, om meerdere redenen. In Brussel moeten de dagelijkse 300.000 Vlaamse pendelaars en bezoekers in het Nederlands kunnen bediend worden, aan elk loket en in elk café. Juist, maar lukt dat werkelijk als de Brusselse werknemers pas op hun 20ste een cursus Nederlands tweede taal gaan volgen? Niet voor elke job. Smet wil een aantal uren Nederlandse les gratis maken, maar dat zal nog steeds onvoldoende Nederlandskundigen opleveren. Ook wat migranten betreft, hebben de Vlaamse regeringsleden een strikte visie. Inburgering is verplicht. Mij goed, maar wie ingeburgerd is en voor het kroost de beste inburgering wil, met name degelijk onderwijs, mag niet als tweederangsburger behandeld worden. Laat dat nu exact hetgeen zijn dat Smet al maanden doet. Een apart discours over de “anderstalige kindjes”, dat zogenaamd over de dalende kwaliteit van het Brussels onderwijs gaat. Nog zo’n staaltje hypocrisie overigens, want eigenlijk gaat het hier om allochtone kinderen uit een lagere sociale klasse, niet zomaar om anderstaligen. Tenslotte zijn er ook de Vlaamse streefcijfers inzake cultuurparticipatie: daar heeft men het over 30%. Lees: een derde van de Brusselaars moet warm gemaakt worden om Nederlandse theatervoorstellingen bij te wonen…

Een reeks eisen van Vlaamse kant, maar o wee als het Nederlandstalig onderwijs in trek is bij de Franstaligen of anderstaligen. Brussel heeft wel Nederlandskundigen nodig. Daarvoor moet je voldoende onderwijsaanbod voorzien. Nederlandstalige ouders moeten uiteraard hun kinderen kunnen inschrijven in een Nederlandstalige school. Maar andere ouders ook. In de hoofdstad hebben de Nederlandstaligen hun instellingen en hun rechten, maar ze leven niet op een eiland. Vroeger was dit eenvoudiger: het Franstalig onderwijs was er voor de Franstalige en een handvol allochtone kinderen, het Nederlandstalig onderwijs voor de Vlaamse Brusselaars. Die tweedeling is voorbijgestreefd. De hete aardappel doorschuiven naar de Franstaligen getuigt van een gedateerde visie op Brussel en van een totaal gebrek aan verantwoordelijkheidszin. We riskeren nog een verloren generatie te creëren.

Kwaliteitsvol onderwijs is natuurlijk belangrijk. Maar je hoeft niet te kiezen: capaciteitsuitbreiding en kwaliteit kunnen allebei. Directie, leerkrachten en hun pedagogisch project zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. In een meertalige en multiculturele context heeft het schoolteam wel een degelijke en een specifieke ondersteuning nodig. Het Onderwijscentrum Brussel en het Voorrangsbeleid Brussel hebben hier al jaren ervaring mee en boeken successen. Dat kost inderdaad geld. Maar het loont de moeite, het levert meertalige wereldburgers op.