Ministers verdeeld over homoseksuele pleegouders

Smet op andere golflengte dan Vandeurzen!

Smet op andere golflengte dan Vandeurzen!

Ann Brussel, Vlaams Volksvertegenwoordiger voor Open Vld, ondervroeg vandaag minister Smet, bevoegd voor gelijke kansen, over de uitspraken van zijn collega-minister Vandeurzen, bevoegd voor welzijn, over de vraag van Turkije om homoseksuele pleegouders te mijden. Die laatste had immers laten verstaan geen graten te zien in de Turkse vraag. “Minister Smet zit op een andere golflengte, gelukkig maar. Voor de minister kan seksuele geaardheid geen criterium zijn in de pleegzorg, ook niet bij vrijwillige plaatsing,” zegt Brusseel.

Op 26 maart ondervroeg Ann Brusseel in de commissie Welzijn de minister van Welzijn over het verzoek van de Turkse overheid en Turkse ouders om homoseksuele pleegouders te mijden bij de plaatsing van Turkse kinderen in de pleegzorg. De vzw Opvang had immers in de krant De Morgen van 20 maart laten verstaan hierin geen enkel probleem te zien. De directeur van de vzw, dhr. Johan Vandersypt, gaf toe rekening te houden met culturele en “religieuze gevoeligheden”. “Voor mij behoren homofobe eisen niet tot gevoeligheden waar onze vzw’s, zorginstanties en andere instellingen moeten op ingaan”, aldus Ann Brusseel.

Smet spreekt andere taal dan Vandeurzen

Daarom ondervroeg Brusseel vandaag de minister van Gelijke Kansen, Pascal Smet. “Ook minister Smet zei vandaag letterlijk dat seksuele geaardheid geen criterium kan zijn in de pleegzorg, ook niet bij vrijwillige plaatsing, en dat het toegeven aan dergelijke eisen niet zou stroken met het Gelijke Kansenbeleid.” Zonder uitspraken te willen doen over de vzw Opvang, wou minister Smet wel duidelijk stellen dat onderzoek uitwijst dat kinderen even gelukkig kunnen opgroeien bij holebi-ouders als bij heteroseksuele ouders. “Het viel wel op dat zijn partijgenote Fatma Pehlivan, bestuurder van de vzw Opvang en eveneens Vlaams Parlementslid, het probleem niet wilde erkennen”, aldus Brusseel.

Het antwoord van minister Smet staat in schril contrast met het eerder antwoord van minister van Welzijn, Jo Vandeurzen, in de commissie van 26 maart. “Minister Vandeurzen vond dat de houding van de vzw Opvang wél strookte met het Vlaams Gelijke Kansenbeleid. De minister van Welzijn wees in zijn antwoord op het belang van het kind en de ‘morele ontwikkeling’, waaronder ook de religieuze beleving behoort. Volgens minister Vandeurzen wordt het belang van het kind pas gerespecteerd, als de vragen van de biologische ouders kunnen ingewilligd worden, dus ook de vraag om geen homokoppels toe te laten.”

Website Pleegzorg Vlaanderen aanpassen

Dat er wel degelijk rekening wordt gehouden met de geaardheid van pleegouders, blijkt ook uit de tekst van de website van Pleegzorg Vlaanderen. Volgens de website kan “het voorkomen dat ouders, of zelfs verwijzende instanties vragen stellen bij hun levenswijze als holebi, of bij vermeende pedagogische ongerijmdheden als eigenschap bij holebi‘s. Deze bedenkingen kunnen een beslissing tot plaatsing in het betreffend gezin in vraag stellen, zelfs wanneer ze op vooroordelen gestoeld zijn.”

“De website is duidelijk,” zegt Brusseel. “Pleegzorg Vlaanderen erkent zwart op wit dat het rekening houdt met de geaardheid van pleegouders. Tot mijn grote opluchting gaf Pascal Smet aan deze passage niet te aanvaarden.” Ann Brusseel zal aan minister Vandeurzen vragen de website te laten aanpassen.

Lees ook het artikel over de vraag om uitleg aan Minister Vandeurzen.

Lees hier het verslag van de interpellatie (I 73).