Met medelijden kan men armoede niet bestrijden

Het Jaar van de Armoedebestrijding ligt achter ons en een serieuze winterprik hebben we ook al gehad. De temperaturen daalden en de woede over mensen in de kou – met de bijbehorende emotionele beeldvorming in diverse media – nam proportioneel toe. Spontane inzamelacties schoten echt als paddenstoelen uit de grond. Groen! zocht dekens, mijn blauwe familieleden hebben koffie en suiker ingezameld. Wanneer over twee maanden de krokussen uit de grond zullen schieten, gaan we weer over tot de orde van de dag. Misschien zal de focus zich dan verleggen naar honger in Afrika, of een aardbeving in een tropisch land. Versta me niet verkeerd: wie mij koffie vraagt, kan dat krijgen. Of soep, of mijn oude dikke truien (natuurlijk niet de mooie dure kasjmieren pull van vorig jaar). Niet dat ik cynisch wil klinken, maar na tal van acties, debatten en colloquia, begin ik me ernstig vragen te stellen. Hoe wordt een arme nu bekeken? Wanneer ben je arm? Kan de overheid toestaan dat mensen op straat leven? Dat kinderen bedelen in de metro?

Vorige winter heb ik uit oprechte verontwaardiging en met wat idealisme ook drie grote zakken met warme wol gevuld in de hoop dat ze de onderkoelde verstotene van onze welvaartstaat toch wat zou verwarmen. Wellicht om mezelf te troosten trok ik met andere vrienden mee naar het Centraal Station. Diegenen die acties op touw zetten en er actief aan deelnemen willen echt iets ondernemen om hun wrang gevoel van woede en onmacht tegenover dergelijk onrechtvaardigheid te milderen. Helaas, een jaar later zit je er weer mee. Met een kommetje soep en een deken maak je slechts enkele minuten het verschil. Het is dus een illusie te denken dat we allen daadwerkelijk helpen door jaarlijkse inzamelacties van voedsel en kledij. In de gangen van het Centraal station zag ik vorige winter bij onze berg kleren een aantal daklozen maar ook tal van mensen die ijverig zochten naar de mooiste stukken, sommigen selecteerden zelfs zorgvuldig de merkkledij nadat de ze de etiketten gelezen hadden, tot iemand van onze ‘Samaritanenclub’ boos werd. Nu, zelfs al kwamen alle geschonken kledingsstukken terecht bij de ‘echte’ armen, toch ben ik niet gelukkig met de methode. We keren terug naar de caritas van de 19de eeuw, toen de rijken hun geweten susten en de armen dankbaar moesten zijn voor elke aalmoes en oude lap stof.

Veel mensen die deelnemen aan dit soort ‘stationsacties’ zijn zich hiervan bewust en redeneren ‘iets is beter dan niets’. We hopen toch een verschil te maken, als de overheid de oorzaken van het probleem niet doeltreffend aanpakt. Dat is precies het probleem. Armoede moet immers met wortel en tak verwijderd worden. Doordacht en met de juiste instrumenten. Wie denkt armoede op te lossen met naastenliefde, heeft niks van de ingewikkelde economische, sociale en psychologische factoren van armoede begrepen. De overheid tracht al jaren een beleid uit te werken, maar het lijkt niet de nodige resultaten te boeken. Zelfs ons gratis onderwijs maakt de kloof tussen arm en rijk niet smal genoeg en de evaluatie en bijsturing van het Gelijke Onderwijskansenbeleid laten ook eindeloos op zich wachten. De OCMW’s kunnen blijkbaar de toevloed niet aan en zelfs arbeid garandeert geen zelfredzaamheid meer.

Ondertussen verliezen de publieke opinie en het beleid zich in het labyrint van categorieën en doelgroepen: kansarmen, migranten, asielzoekers, arme gepensioneerden, kinderen in armoede, oudere werklozen, jonge werklozen… Voor elke categorie roept men werkgroepen en aparte maatregelen in het leven. Tientallen ministers en administraties zijn bevoegd voor verschillende sociale aangelegenheden, maar het probleem blijft uitdeinen. Het is hoog tijd dit doelgroepenbeleid kritisch te evalueren. Het is immers uitgedraaid op de georganiseerde onverantwoordelijkheid, door teveel versnippering, complexe structuren en bureaucratie. Het beleid is zodanig gefragmenteerd dat men amper kan vaststellen welk het rendement is van welke ingrepen. Wat brengt het belastingsgeld op? De doorsnee belastingbetaler wil graag solidair zijn met zijn medemens, maar vindt het erg dat veel centen gaan naar organisatie en administratie en te weinig naar de armen zelf. Bovendien heeft een overvloed aan sociale regeltjes en acties geleid tot een kluwen waar alleen een goede jurist nog de weg in vindt. Dit alles zorgt ervoor dat mensen in nood te weinig duidelijke informatie en te weinig daadwerkelijke steun krijgen. Ze worden zogenaamd begeleid, maar zijn in werkelijkheid afhankelijk van diegenen die zichzelf ‘sociaal’ noemen, vaak mensen die hun job of zelfs ganse carrière aan het armoedefenomeen te danken hebben. Zo hangen de armen in België aan een draadje…

Mijn oproep aan het beleid luidt als volgt: bekijk armen niet als gemakkelijk kiesvee dat met de creatie van vzw’s en begeleidingsprogramma’s te sussen en te paaien valt. Geef respect en autonomie aan mensen die in de problemen zitten. Ga luisteren naar de verenigingen waar armen het woord nemen. Weten arme mensen waar ze terecht kunnen met hun problemen en voelen ze zich discreet opgevangen en respectvol behandeld? Wordt meteen naar een oplossing toe gewerkt, in één rechtstreekse keten, zoals het Sociaal Huis van paars-groen bedoeld was? Of moeten mensen van het ene loket naar het andere rennen? Maak zorg- en hulpverlening laagdrempelig. Zorg voor een ‘welzijnsketen’, verbreek de fragmentatie door sociale en welzijnsdiensten op elkaar af te stemmen en hun informatie te laten delen met elkaar.

Daarnaast is het noodzakelijk het breder welvaartsmodel te hervormen, opdat iedereen erop zou kunnen steunen, onafhankelijk van het hokje waarin men zich bevindt (jong/oud arm, autochtoon/allochtoon arm,…). Terug naar de essentie. Het gaat over eenvoudige ingrepen en principes waarop je een stevig sociaal systeem kan bouwen, dat transparant is voor de burger. Onderzoeken tonen aan dat de essentie nog steeds schuilt in degelijk onderwijs, eerlijk betaald werk en gegarandeerde zorg. Bezuinig op onderwijsstructuren en steek het geld in de scholen en de kinderen. Verminder de belastingen op arbeid en maak de statuten efficiënter, voor hogere lonen en meer werkzekerheid, ook voor werknemers boven de 50 jaar. Laat uitkeringen niet verworden tot hangmat, maar verplicht mensen hun individuele verantwoordelijkheid op te nemen. Pak de sociale fraude aan. Trek de pensioenen op, maar zorg dat een maximum aantal burgers bijdraagt aan de spaarpot. Garandeer als overheid voor alle kinderen en jongeren een evenwichtige en veilige opvoeding. De kans dat iemand na een kindertijd en jeugd van verwaarlozing of mishandeling uitgroeit tot een zelfstandige en sterke volwassene, is klein. Werk aan een correct, humaan en realiseerbaar migratiebeleid. Zolang Europese lidstaten Sinterklaas moeten spelen voor gelukszoekers of huwelijkskandidates uit alle werelddelen, zetten ze de welvaart voor elke inwoner van de Unie op het spel.

Dit zijn heel wat aanbevelingen, maar ze zijn stuk voor stuk essentieel. Het heeft weinig zin aan flankerende maatregelen te werken, zolang de fundamenten van de welvaartstaat uitgehold en ondergraven worden.
 

Ann Brusseel – 21 januari 2011 – Liberales Nieuwsbrief